Ik vind deze Akte van overeenkomst uit 1671 over het lossen van Eemwater door een sloot van Drost L. Torck en Jacob Wouters. Hier mijn transcriptie. Tussen [.] zet ik woorden die ik niet goed kan lezen. Wat niet wil zeggen dat de rest foutloos is.

J.C. Verstegen

Alsoo de Geerfden van Velthuysen ende Maenen van d Heer Drost Torck cum suis ende Jacob Wouters wegens sijn [iriveipalen] versocht hebben het Velthuijser ende Maener Eemwater te moogen lossen door Jacob Wouters ende [welgrult] Heer Drosten Sloot langs de gemeinte recht door in de Grift, in plaets van door den gestopten Hornskolck bij die van t veen onlangs toegedamt.

So is mits desen overcoomen, dat wij ondersschreven Velthuijser ende Maner geerfden, sullen moogen graeven van den Eemwal tot aen in der Heeren Drosten onderste sloot nae de Grift heen uit, ter breete van 16 voet, ende ter diepte tot op het sant gelyck sulx afgebaect is. Sullende sulx twemael int jaer claer ut maecken ende ut schoepen, te weten als in Meij de waterscouw gevoert wort, ende den 2 Augusti desselfde jaers ende so van jaer tot jaer.

Mit dien bedinge nochtans indien door dese watergang Grulte Heer Drost of Jacob Wouter qq eenig schade door inondatie of andersins mocht gebeuren dat sulx sal coomen op haer gesinnen te cesseeren, ende dit bij provisie. En voorbehoudens t recht van schouwen ende chivongen op den Eem wie alte gebruijcklick.

En hebben wij ondersschreven Velthuijser ende Maner geerfden sampten besonder mits desen beloeft jaerlix twe vette hamels of twaelf gls, aen d Heer Drost cum suis te betalen sullende aen galijde mit meij 1672.

En eens voor dese vergunninge tot een recognitie so als de geeerfden onderling sullen cunnen verstaen aen wiens discretie sulx gelaten wort. Tot naecominge van welcke conditien verbinden wij ondersschreven geerfden van Velthuysen en Maenen samt en ieder besonder en ons mede sterck maekende, voor d absenten) onse personen ende goederen, onder submissie van den Adlen home van Gelderlant, en allen anderen heeren [hoonien] gerichten ende Richtren.

En vorhout der waerheyt is dese aldus bij ons ondersschreven beteijckent.

Actum Wageningen den 30 Maij 1671

L. Torck

Maenen

Dirck Cornelissen
Derck Jansen
Joachim Jacobsen
Evert Ebbel
Gerrit Aerijss

Velthuysen

Dird Gerritsen
Jan Gerritsen
Jan Jansen
Everdt Aerdess
Hendrick Dijkerss

Wat is hier aan de hand? De ruzie is lang en ingewikkeld maar komt erop neer dat Maanen en Veldhuizen niet mee hadden betaald aan het opknappen van de Grebbesluis, waarna Utrecht hen verbood om daardoorheen water ter lossen. Utrecht sloot de Hornskolk af.

Polderkaart 1753 Binnenveld

Dit was vooral vervelend voor de polders van Wageningen en Bennekom, want het water van Maanen en Doesburg stroomde wel door natuurlijk en stagneerde op die polders. Toen stond het polderdistrict toe dat Maanen en Veldhuizen een nieuwe afwateringssloot maakten, om de Hornskolk heen, op het grondgebied van Drost en Wouters. Op bijgaande kaart is dat tussen het groene en witte vlak naar boven. Ik begrijp hier niets van, want uiteindelijk komt dat water nog steeds bij de Grebbesluis.

Afgezien daarvan: wat zou bedoeld worden met: En voorbehoudens t recht van schouwen ende chivongen op den Eem wie alte gebruijcklick. Chivongen op den Eem? Ik lees hierin dat boeren met sivons hun land leegpompten op de Eem. Of juist andersom, lieten ze met sivons Eemwater in om hun hooilanden te bevloeien? Intrigerend verhaal.