Raatakkers zijn prehistorische akkercomplexen uit de periode van rond 1000 voor tot 400 na Christus. Elke akker is zo’n 30 bij 30 meter groot en omgeven door een wal bestaande uit boomstronken, stenen en plaggen. Deze akkers liggen in grote complexen bij elkaar. Nu kun je ze nog steeds herkennen: sinds we satellietbeelden gebruiken die door de bomen heen op centimeters nauwkeurig de bodem aftasten, zijn er honderden raatakkercomplexen ontdekt die al die honderden jaren daarvoor dat mensen erdoorheen liepen nooit waren opgemerkt.

Wat ik ook een mooi verhaal vind: je kunt ze herkennen aan de grondsoort. Onder de de walletjes ligt nog de bosgrond die er lag voordat ze gingen landbouwen, en onder de akkertjes is deze bodem gepodzoliseerd, oftewel uitgespoeld. En dat 1700 jaar geleden, ongelooflijk maar waar!

Sorry dat ik stoor. Rechts op deze site staat een doneerknop. Met 3 euro kunt u deze site steunen. Voor een kop koffie onderweg. Hoeft niet, mag wel.

Raatakkers in de Moft
Raatakkers Bennekom, met in het vierkantje het herstelde veld. AHN bewerking Mathilde, 2018

De boeren van die tijd hadden geen zware landbouwmachines. Ze bewerkten lichte, zandige bodems in de buurt van water en in de buurt van hun dorp. Wie goed kijkt, krijgt er op den duur oog voor de typische raatakkerplekken: hoog op de zandige plekken van de stuwwallen, op de hellingen en laaggelegen vlaktes. Aan de andere kant: wie weet lagen ze ook wel in het rivierengebied, maar daar zijn ze nu echt definitief weg.

Eerlijk gezegd zijn ze in het veld nauwelijks te zien. Tenzij er een bordje naast staat of als de hoogteverschillen tussen akker en walletje zijn vergroot en er een uitkijktoren naast is gezet. Dan herken je ze nog voornamelijk aan het verschil in begroeiing van het walletje (braam) en het akkertje (heide).

Op de toeristische site van gemeente Ede staat dat er een raatakkercomplex ligt bij Bennekom. Dat is inderdaad een leuk hersteld complex met uitkijktoren ernaast zodat je de akkers (heide) en de walletjes (bramen) goed ziet. Verder ligt er een hersteld complex bij het Wekeromse Veld. Maar Ede rept met geen woord over de vele andere raatakkercomplexen. Zo is de Eder Heide bij de Ginkel een groot raatakkercomplex (zie volgende AHN-uitsnede), ligt er een complex in de uiterste punt van landgoed Hoekelum dat zich voortzet aan de andere kant van de A12 (zie AHN-uitsnede bovenaan), ligt er nog eentje bij Dikkenberg, bij Reemst, op de Goudsberg, allemaal in Ede.

De Edese Heide bij de Ginkel

Dit is mijn zelfgemaakte overzichtskaart van de Zuid-Veluwe:

Raatakkers in Midden-Nederland
bron: AHN, bewerking: Mathilde

Maar we vragen ons af of er nu niet veel teveel raatakkers tevoorschijn komen op het AHN. Hoeveel mensen woonden er toen op de Veluwe en hoeveel raatakkers waren er nodig? We beginnen een ingewikkelde berekening met veel meer giswerk en aannames dan verantwoord is. We houden ons hier dagen mee bezig en we bouwen steeds meer parameters in.

We focussen ons op de Moft, het grote bos op de stuwwal tussen Ede, Renkum en Wageningen – daar gaat ons boek in 2021 over. Wie zin heeft, kan met ons meefantaseren en rekenen:

  • We nemen het jaar -1000 als ankerpunt.
  • Stel dat er 350 mensen woonden rond de Moft in het jaar -1000. Zulke cijfers rekent Geert uit, ik kan weer andere dingen.
  • Stel dat ze 90% van het voedsel verbouwden en 10% uit de natuur haalden en dat de landbouwopbrengst een kwart was van nu. Dan hadden ze 0,128 hectare per persoon aan landbouwgrond nodig, oftewel 1,42 raatakker per persoon bij een oppervlak van 0,09 ha per raatakker.
  • Dan gebruikten ze in het jaar -1000 dus 498 raatakkers in de Moft, een getal met een absurde mate van schijn-nauwkeurigheid natuurlijk.

500 raatakkers in het jaar 1000 voor Christus. Als dat klopt, is minstens de helft nog wel zichtbaar op het AHN, wat onwaarschijnlijk is.

Maar goed, dan begint het fantaseren pas. Ik zie op het AHN de raatakkers in grote velden bij elkaar liggen. Het zou kunnen zijn dat een familie een soort van drieslagstelsel of tienslagstelsel hanteerde met periodes waarin ze door bijvoorbeeld schapen op de raatakkers te zetten de akkers bemestten. Of ze breidden het veld uit als raatakkers waren uitgeput. Of kun uit de groepering in grote velden voorzichtig opmaken dat mensen in dorpen woonden? Als een derde van de raatakkers braak lag, moeten we dan op zoek naar 750 raatakkers in de Moft?

Ok, we hebben meer vragen dan antwoorden, maar ik ben minder verbaasd dan voorheen dat we zoveel raatakkers op het AHN zien.

toptipboek over het in de Noordzee verdwenen Doggerland