Niet zo lang geleden schreef ik dat in Salland een pingokuil was ontdekt. Kort erna las ik in het tijdschrift Grondboor en Hamer van de Nederlandse Geologische Vereniging (echt een topblad) over het ontstaan van deze pingokuilen. Ikzelf had daar ook al eens over geschreven. En daarbij had ik een tekening gezet die bijzonder veel lijkt op andere tekeningen over het ontstaan van een pingokuil die je overal op internet en in geomorfologieboeken vindt.

Maar het zat me niet lekker. Tijdens het tekenen was ik gaan twijfelen waarom het water voor de pingo omhoog zou stromen. Kwel, staat in mijn handboeken, maar bovenop het Drentse keileemplateau? Van mijn handboeken werd ik niets wijzer. Ik weet nog goed dat ik toen ik het plaatje tekende, dat dus maar een beetje verdoezelde. Maar ik ben iets verder en ik zou het leuk vinden als jullie meedenken. Dus hier nogmaals mijn stuk over het ontstaan van pingokuilen, maar nu klopt het iets beter. Denk ik.

In Friesland en Drenthe liggen meer dan 1000 ronde meertjes met een wal eromheen. In sommige staat water, andere zijn moerasjes vol planten en veenmos en vele zijn gevuld met bodem en opgegaan in de omgeving en alleen zichtbaar voor wie er goed op let. De laagte is altijd wel herkenbaar in het veld; de wal niet altijd, maar is op het AHN wel te volgen. Deze omwalde laagtes zijn pingoruïnes. Ik noem ze pingokuilen (analoog aan doodijskuilen).

De Drentse pingo’s zijn ontstaan tijdens de slotfase van de laatste ijstijd en zijn dus zo’n 120.000 jaar jonger dan De Gelderse stuwwallen en bijvoorbeeld de doodijskuilen bij Garderen. Eigenlijk zijn ze met hun 10.000 jaar piepjong en behoren ze tot de nieuwste leuke landschapsfenomenen van Nederland.

De meest zuidelijke is het Uddelermeer, dit is meteen het grootste en diepste pingomeer. Het is niet rond, ligt op een onlogische plek en heeft geen wal. Allemaal oorzaken waardoor ik twijfel of het wel een pingoruïne is, maar op elke site en in elk boek wordt juist het Uddelermeer aangehaald als het beste voorbeeld. Hoe eigenwijs kun je zijn.

Hoe ontstaat een pingo – mijn theorie

Een pingokuil is het restant van een pingo. Een pingo is een ijslens in de grond die aangroeit tot een behoorlijke berg. In Canada komen pingo’s voor van vijftig meter hoog en driehonderd meter doorsnede. Die ijslens is bedekt met de grond die er bij het begin van de vorming al op lag.  Bij het doorgroeien van de pingo glijdt de grond naar beneden en vormt een wal om de berg heen.

Waarom zou dat water omhoog gaan stromen om een ijslens te vormen? Niet door kwel, want die pingo’s in Drenthe liggen bovenop het keileem en niet aan de voet van stuwwallen. Aan de voet van stuwwallen in Overijssel en Gelderland liggen bijna geen pingo’s. Dus dat niet. Wat dan wel? Waarom wordt dat nergens duidelijk uitgelegd? Nu dan mijn hypothese.

Hier mijn nieuwe tekeningen. Deze eerste serie van vier is de beginfase. Ik teken onderin de ondoorlatende keileem rood. Erboven stroomt grondwater. Daarboven ligt de bodem, en daarin ontstaat permafrost. Die permafrost groeit naar beneden door als het langer koud blijft. Het grondwater raakt bekneld. IJs neemt meer ruimte in dan water. Dus terwijl de permafrost naar beneden aangroeit raakt het grondwater wat gevangen zit tussen het permafrost en het keileem onder druk. Waar de permafrost wat zwakker is, een barst vertoont, ziet het -stromende dus minder snel bevriezende – grondwater een uitweg naar boven. Maar als het iets hoger komt, bevriest het tot een ijslensje. Als daar meer grondwater naartoe stroomt, wordt het lensje groter. Zo kan die ijslens doorgroeien en een berg van wel 50 meter hoog worden. Ik zelf vind dit vrij ongeloofwaardig klinken, maar even googelen leert dat deze bergen in Canada en Alaska inderdaad voorkomen. Inuits noemen ze pingo’s, en wij dus ook.

Ontstaan van een pingo
Tekening Mathilde 2021

Klikken op het plaatje levert een grotere versie op, en dat geldt voor alle plaatjes op dit blog.

De tweede serie tekeningen laat zien hoe de ijsberg ontstaat. Uiteindelijk wordt hij zo hoog dat de bodem die erbovenop ligt, naar beneden glijdt (ijs is ook super glad natuurlijk) en hoe dan het ijs onder invloed van de zon begint te smelten.

Ontstaan van een pingo - fase 2
Tekening Mathilde 2021

Het smelten van de pingo

De Drentse ijsbergen zijn gesmolten toen het hier 10.000 jaar geleden definitief warmer werd. Wat overbleef is een kuil in de grond met een wal eromheen die in ons waterland volliep met water. Vaak groeide het meertje dicht met veen. Mensen hebben dat veen eruit gegraven en nu hebben we weer meertjes. Andere pingokuilen zijn volgegroeid zonder veen, en die zijn nu als flauwe laagte zichtbaar in het veld. De wal is vaak lastig in het veld te zien maar wel degelijk op het AHN, de digitale hoogtekaart van Nederland. Er liggen er honderden in Friesland, Groningen, Drenthe en een paar in Overijssel. En dus eentje bij Uddel.

Een pingomeer nu in Drenthe.
tekening Mathilde 2021

Het Uddelermeer

De reden dat geormorfologen zeker weten dat het Uddelermeer een pingokuil is, is het pakket sediment in het meer. Op de bodem van het Uddelermeer ligt een pakket bodemmateriaal van een tiental meters dikte dat nog helemaal intact is vanaf het begin, een klimaatarchief wat uniek is voor de wetenschap. Het oudste materiaal onderin is ongeveer 10.000 jaar oud, en dat komt overeen met de leeftijd van onze pingo’s. Ik wil graag dat het Uddelermeer een doodijskuil is net zoals die andere kuilen in de omgeving van Garderen, maar doodijskuilen zijn 100.000 jaar ouder en dan had er ouder bodemmateriaal onderin het Uddelermeer moeten liggen. Dat ligt er niet, dus is het Uddelermeer hoogstens 10.000 jaar oud en dus een pingoruïne. Zeggen ze.

Het Uddelermeer met de ringwalburg ernaast