De Nude en de Haar zijn de landbouwgronden ten westen van Wageningen. Het zijn polders die al in de 13de eeuw zijn aangelegd.

Toen Wageningen in 1263 stadsrechten kreeg, zal het zich al vroeg bezig gehouden hebben met het ontginnen van het Binnenveld. Immers, de bevolking groeide en was er dus meer voedsel nodig. Ik vermoed dat in het Binnenveld de stroomruggen in De Nude als eerste voor landbouw geschikt zijn gemaakt. Immers, het veen in het Binnenveld was vooralsnog ontoegankelijk, maar De Nude bleef het hele jaar droog. De vruchtbare komgronden in de Haar ten noorden van de Nude waren ideaal als weiland en hooiland.

Na de ingebruikname van de stroomruggen en oeverwallen waren de laaggelegen komgronden van de Haar aan de beurt: inpolderen! Polders maken konden Nederlanders al in de 11e eeuw, en het blijft indrukwekkend. Het hele gebied, Nude plus Haar, werd opgedeeld in vier Nudepolders. In elke polder zijn talloze noord-zuid scheisloten gegraven langs de velden voor de afwatering naar het lagere noorden. De scheisloten stromen naar de grotere tochtsloten en die komen samen bij de Haarsluis aan de Haarwal, waar de polder lost op de Kromme Eem (later Grift, nu Valleikanaal). Het werkt nog net zo.

De Nudepolders bij Wageningen
bron: topotijdreis. bewerking: Mathilde, 2019

De benedenloop van de Kromme Eem was al in de 12de eeuw door Utrecht op eigen grond rechtgetrokken vanaf de Haarsluis (op de kaart is de Haarsluis het zwarte streepje) tot aan de Grebbe. Vanaf de Haarsluis naar het noorden volgt de grens tussen Gelderland en Utrecht de Kromme Eem. De Wageningers leggen langs de polder de rechte Haarwal ter bescherming tegen de Kromme Eem. In het westen, ten zuiden van de Haarsluis leggen ze de Zijdvang tegen de grens met Utrecht. Het ligt er 700 jaar later allemaal nog net zo.

De namen Zijdvang en Haarwal duiden op dijken. Hoezo zou je dijken langs de poldergrenzen in het noorden en het laaggelegen westen leggen? De Rijn was toch het probleem?

Nee, niet echt. De Rijn trad inderdaad in de winter buiten zijn oevers, en stroomde dan naar de laaggelegen kom en zette daar vruchtbare verse klei af. Dat was prima, daar waren de boeren blij mee: het was dan toch winter. Lastiger was het water vanuit de Kromme Eem. Vanuit de venen in het Binnenveld stroomde het hele jaar door water via de Kromme Eem en andere (verdwenen) veenstroompjes in de kom. Vandaar dat deze oude Nudepolder beschermd is door drie dijken. De Haarwal en de Zijdvang tegen het water uit het Binnenveld en de Grebbedijk tegen het water in de winter vanuit de Rijn. Maar die laatste vonden de Wageningers niet zo belangrijk en die onderhielden ze dus ook niet zo goed.

Vier polders, schreef ik. Ze heten van zuid naar noord: Hoeveslagen, Pasmaten, Ungels-Heijmaten en De Haar (inclusief de Ossekampen en de Nieuwlanden). Maar wie de gebieden tussen de blauwe tochtsloten telt, komt op vijf uit. Dat klopt, maar de noordelijkste tochtsloot is geen ‘echte’. Die is later gemaakt blijkbaar omdat deze polder De Haar, die het laagst ligt, lastig te ontwateren was. Wie inzoomt op de kaart, ziet dat de velden ten noorden en zuiden van deze sloot doorlopen; het is ook de enige tochtsloot zonder pad er langs: ik ben er nog nooit geweest! Dat zou een mooi klompenpad kunnen worden. Net als het restant van het Huppelpad tussen de Haarweg en de huidige N224. Daar zijn nog heel wat stukken van over.

Midden van links naar rechts: restanten van het Huppelpad

De polderatlas van Beijerinck

In 1753 maakt Beijerinck een polderatlas met alle polders van Wageningen en Bennekom. Prachtige kaarten.

Dit is de kaart van de Hoeveslagen. Het noorden is beneden, en die rechte weg onderaan van links naar rechts, de grens dus van de Hoeveslagen, is de Wageningse Afweg.

Polderkaart uit 1753 van de Hoeveslagen
GA 1963: 529-0002

De tweede en derde polder staan op de volgende kaart. Het noorden is weer onder. De meest zuidelijke weg is het Huppelpad die nu bijna verdwenen is. Dit is de situatie in 1753, in de 17de eeuw was dit nog een polder. De huidige N224 ligt ongeveer langs de rode dunne lijn in het midden van links naar rechts, maar dan rechtgetrokken.

GA 1963: 529-0004

De vierde polder in 1753 ligt tussen het Huppelpad en de Haarweg. Het noorden is weer onder. Links zie je nog net de gracht van Wageningen. Dat driehoekige bosje is het stukje stad tussen Costerweg, de Nudestraat en de gracht.

GA 1963: 529-0006

En de vijfde, zesde en zevende polder (in de 17de eeuw was dit de vierde) liggen tussen de Haarweg en het Nieuwe Kanaal. Het nieuwe kanaal zie je onderaan liggen. De weg in het midden is verdwenen. Links zie je tussen akkers en weilanden de Hollandse Sloot. Dat is nu de Marijkeweg.

GA 1963: 529-0008

De N224

We gaan naar een kaart uit 1819 Hier zie je het plan voor deze Groote Weg, nu de N224. Mensen die het hier kennen zullen nu verrast opkijken: De Boomgaardweg in de Ouwe Nude, het buurtje tussen de Zijdvang en Wageningen, was vroeger deel van de Middenweg die de Ungels en Pasmaten scheidde. Het Huppelpad loopt dus nu naar het verdwenen Huppelpad. Ook dat is geschikt voor een leuk klompenpad.

GA 0039: 12858