We hebben een nieuw boek! De titel wordt: De Renkumse Heidevelden, ruzie tussen Gelderland en Renkum in de 17de eeuw.

Ik ben bezig met een wandelboek over de Moft, het grote bos op de stuwwal tussen Ede, Bennekom, Wageningen en Renkum. Hierbij lopen we op oude kaarten uit de 16de, 17de en 18de eeuw. Dat lijkt me fantastisch, maar dat boek ligt even op de plank.

Want al werkende raakte ik verzeild in een proces dat in de 17de eeuw gevoerd is tussen de Rekenkamer van Gelderland en de Scholtis van Renkum. Dat proces heeft zo’n 15 jaar geduurd en is tot de hoogste regionen in het Hof van Gelre in Arnhem doorgedrongen. (Ik had een citaat nodig, maar om het beste citaatje te kunnen kiezen, moet ik natuurlijk wel eerst 230 bladzijden tekst transcriberen).

Het conflict begon met de Scholtis van Renkum die bijenkorven had gezet in het heuvelachtige heideveld bij de Paalberg. Volgens de bosmeester van de Rekenkamer moest hij daarover aan de Rekenkamer een vergoeding betalen, maar de Scholtis vond dat de Paalberg van Renkum zelf was. Omwonenden die daar bijenkorven hadden staan moesten aan Renkum betalen, vond hij. Nee, vond de Rekenkamer, dit zijn domeingronden van de Staat. Nee, zei de Scholtis, dit gebied is van de inwoners van Renkum. Nou, en dat bakkeleide zo 15 jaar door. Met getuigenverklaringen, aanklachten, verdedigingen en zelfs een werkbezoek waarbij hoge commissarissen uit Arnhem van de Rekenkamer zelf gingen kijken.

Ik heb de teksten van het proces getranscribeerd. Dat was niet zo eenvoudig, want de 400 jaar oude bladzijden waren hier en daar zwaar door water aangetast. Dat kun je ook wel zien aan een van de kaarten die bij de stukken hoort:

Oude kaart
GA 5218-1635-3

Hoewel de teksten niet gemakkelijk weg lezen, is het verrassend om te merken dat je dit 400 jaar oude Nederlands, waar ik geen letter aan veranderd heb, nog gewoon kunt lezen. Het stuk bevat brieven, krabbels, getuigenverklaringen, aanklachten, verdedigingen, en uitspraken. Het zit vol verwijzingen naar Renkum, Ede, Bennekom en Wageningen. Over mensen die schapen drijven, plaggen maaien en bijen zetten op de heide. Het geeft een fantastische inkijk in het landgebruik van de heide in de 17de eeuw, en tegelijkertijd ook in het landrecht en de pogingen van de staat om het centrale gezag te herstellen na een onrustige tijd in de 80-jarige oorlog.

Ook deze kaart hoort bij dit proces, feitelijk dezelfde kaart als de vorige, andere kopie:

Oude kaart
GA 5163-1638-6

De Renkumse Heidevelden liggen ten noorden van Renkum. Het noordelijke deel daarvan is een stuifzandgebied met onregelmatige duinen, ideaal voor bijenkorven blijkbaar. Op de volgende kaart heb ik de duinen met geel aangegeven, de top van de Paalberg ligt bij cijfer 3, maar het hele gebied met de gele duinen werd Paalberg genoemd. De paarse bolletjes is de route die de heren commissarissen (in het hele boek komt geen enkele vrouw voor, zelfs niet om thee te zetten, alleen ikke dus, de auteur) uit Arnhem afleggen; ze gaan tegen de klok in. Ze beginnen bij (1) waar de landschrijver Van Steenler woont, en gaan dan via de Vossenweg (2) naar de Paalberg (3). Daarna rijden ze naar Quadenoord (4) waar ze getuigen ondervragen en vandaar verder naar het huis van de schout bij de Bock (5) waar ze ook getuigen ondervragen. Ik vind het fascinerend dat bekende plekken zo’n lange geschiedenis hebben.

Ik heb in het boek ook een wandelroute opgenomen waarbij we lopen door het gebied van de Paalberg op een kaart van Bernard Kempinck uit 1610. We bezoeken het questieuse gebied en spelen rijdende rechter.

Lopen op de kaart van Kempinck is niet te doen, dus we tekenen de route in op een hedendaagse kaart. Het is een mooie wandeling zonder asfalt. We beginnen bij de ijscoman bij het spoor, waar in 1610 een achtsprong was, die er nu eigenlijk nog steeds is als je het spoor meetelt. We lopen met de klok mee (ongeveer) over de wegen die Kempinck aangeeft. We lopen langs de grens tussen Ginkel en Renkum, door de Ginkelse Kolk, langs een grenswal die in de 17de eeuw al op de kaarten staat, bekijken duinen en zandkleppen waar honderden bijenkorven stonden, en beklimmen de Paalberg vanwaar Kempinck het huis van burgemeester Van Straelen op de Ginkel kon zien. We lopen over de Vossenweg naar het spoor, vanwaar Kempinck de kerktorens van Ede, Renkum en Heteren zag. Dat is toch ongelooflijk, je ziet nu door de bomen echt niks meer, hoogstens de zendmast van Arnhem. Wat moet het kaal geweest zijn.

We lopen langs de beek, bekijken de sprengkoppen van de molen van Quadenoord, lopen stukjes over de voormalige Maanderweg en Reemsterweg: buurschappen met eigen wegen en nu weten we nauwelijks meer van hun bestaan.

Hoeveel het boek moet kosten weet ik nog niet precies. Ik ben met de laatste loodjes bezig. Maar het wordt ongeveer 140 bladzijden, zelfde formaat als onze vorige boeken, maar veel minder kleurenpagina’s, dus het zal rond de 18 euro gaan kosten bij de boekhandel en bol. Je kunt het bij mij bestellen vanaf nu gedurende twee weken, en ik beloof je dat ik eerlijk zal zijn over de prijs: kostprijs plus een euro voor mij, en dat is niet teveel betaald voor het nachtenlange ploeteren op deze teksten. Hoe meer mensen bestellen, des te goedkoper het wordt natuurlijk.

Het boek is weer van ons beiden, van Geert Nijland en mij. De transcriptie is van mij, maar samen hebben we de tekst geanalyseerd en geïnterpreteerd, de kaarten bestudeerd, ons verdiept in 17de eeuwse bijenhouderij met strooien bijenkorven, de routes uitgezocht, afbeeldingen erbij gekozen en vele keren gefietst, gelopen en soep gegeten in dit prachtige gebied.