Ik heb dus besloten (omdat het er zo heerlijk fietsen is) om de Betuwe ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal bij dit blog te pakken. Mijn blog gaat over ijstijd-Nederland, maar de Betuwe hoort daar natuurlijk onlosmakelijk bij, want het is een pradolina, dus de grote stroomvlakte van het water wat uit de gletsjers kwam in het Saalien. Maar sowieso breid ik mijn cirkel uit: nu ik een elektrische fiets heb, wil ik het hele gebied tussen Amersfoort, Apeldoorn, Dieren, Arnhem, Nijmegen en Tiel affietsen. Niet zo intensief als het Binnenveld en de Moft, maar met name de beken, waterbeheer en grenzen. En oude kaarten natuurlijk., dat blijft mijn ingang. Ik hoop dat jullie dat leuk vinden; dan is het ook voor mensen die wat verder weg wonen van Wageningen interessant. Hoop ik. Gisteren ben ik naar Loenen gefietst; en ook over Rozendaal ligt een concept klaar.

Maar vandaag de Betuwe. Ik zoek in het Gelders Archief naar oude kaarten van de Rijn, en stuit op een hele ris kaarten van uiterwaarden en middelwaarden. Ontoegankelijk materiaal, want ze lijken allemaal op elkaar en de meeste oude namen zijn onbekend. Ik heb de Mars, Vastrixwaard en de Middelwaard al besproken. Van die drie is de Mars uiteindelijk binnendijks komen te liggen, de andere twee liggen tussen de zomer- en winterdijk en zijn wat wij noemen een uiterwaard. Maar eens was de Mars dat ook uiteraard, want ook die ligt tussen een oude en een nieuwe loop van de Rijn.

De Rijn, Waal en Maas verlegden elke winter hun loop, en elk jaar ontstond er wel ergens in delta-Nederland een nieuw eiland tussen een oude en een nieuwe loop. Het was goed gereguleerd van wie dat land was volgens het Gelders waterrecht uit 1603.

Sowieso valt op dat het beheer van de Rijn in de 17de eeuw erop gericht was de rivier zo strak mogelijk in zijn loop te brengen en zoveel mogelijk gronden aan te winnen door kribben in de rivier te leggen. Ik zag zelfs een kaart waarbij de kribben aan weerszijden van de rivier, die gelegd werden om landaanwas te bevorderen, elkaar voorbij waren in het midden, zodat schepen dus moesten zigzaggen. Dat is een mooie kaart voor een andere dag, nu kom ik dit kaartje van de mij welbekende Bernard Kempinck tegen met zijn prachtige maar lastig leesbare handschrift.

GA 0012 643-0005

Dit is een eiland in de Rijn, een zandbank. In de 17de eeuw noemden ze dat een middelwaard. Ik wil weten waar dit middelwaardje ligt en ik wil weten wat daar rechts staat. Het kaartje hoort bij een lang stuk, ik zie de tekst op de achterkant erdoorheen, maar dat houd ik voor een andere dag. Op het nieuwe eilandje staan geen boompjes, wilgjes, weiland. Het is puur zand.

Het middelwaardje lijkt precies op die andere, maar alle middelwaardjes lijken op elkaar. Op het eilandje staat een windroos en het noorden is linksboven. De Rijn stroomt hier dus van zuidoost naar noordwest. Bovenaan staat Stiffse sijde, onderaan Betuwsche syde. Bovenaan staat ook een boom (anno 1607) en daar staat bij Kercken werdt toe Rhenen. Aan Betuwse kant staat Kleijnen Costverlooren. Costverloren is de uiterwaard tegenover Remmerden met de twee fabrieken erop.

Ik vraag me af of dit eilandje nu aan de zuidoever of aan de noordoever vastzit. Het is niet meer te zien, want beide uiterwaarden zijn volledig afgegraven en gewijzigd. Of het eilandje is weer in het water verdwenen.

In de Rijn aan weerszijden van het eilandje staat nog iets: in het water van de linkerloop staat ‘die meeste diepten’ en in het water aan Rhenense kant staat ‘ die minste diepte’. Dat pleit ervoor dat het eilandje aan de noordoever is vastgegroeid. Op de tekening staat in het water ook nog een stippellijn rond het eiland; ik vermoed dat dit zand is wat soms onder en soms boven water stond.

Tenslotte de tekst rechts, die overdwars is geschreven.

Boven in de hoek: middelsant tegens het kercken landt an Rhijnen und Lege Costverloren.

Midden: tusschen het lant der kercken van Renen und den legen costverloren was het sant anno 94 bevaren en sucker formen bloot gelijck der lantmetter Kempinck hier nae het oge heeft affgetogen staende opt lant aende Betuwsche sijde ende vermits den regen verhindert het instrument daertoe te gebruicken.

Haha, het regende, hij kon zijn landmetersinstrument niet gebruiken! Nou, toen ik daar eergisteren was, hield mijn mobiel er ook mee op.

Onderin de hoek: Ketellers kribbe anno 1623 Octo. 18 bijgeteikent.

Er is wel meer op 18 oktober 1623 bijgetekend en weggepoetst: de al gemelde boom is blijkbaar inmiddels verdwenen maar er staan twee nieuwe ‘jonge schost wighlen’ , ik neem aan dat dit zoiets moet zijn als ‘jonge opschot wilgen’. een kribbe is verdwenen maar meer westelijk ligt een nieuwe;

En dan zit er tenslotte linksbovenaan nog iets onder het plakkertje. Ik zie een puntje van een krib, maar wat zou daar bij staan?

De sleutel tot de oplossing is uiteindelijk die Ketellers kribbe. Want die heb ik op een ander kaartje ook gezien: de Keteler rijsweerd ligt op de zuidoever tegenover en net ten westen van Remmerden, aan de oostkant van Kostverloren. Dan weet ik nu ook waar deze naamloze middenwaard ligt en ik kan hem zelfs een naam geven: Huijbert Teunessensweerd.

Dus deze twee oude kaarten passen aan elkaar (pas op, op deze kaart is het noorden onder).

Zou ik uiteindelijk al die kaarten aan elkaar kunnen leggen? Wow, dat lijkt me een mooie puzzel. Ik vind dit nieuwe project nu al leuk.

Maar goed, afgezien daarvan: dit is dus ook de kaart waar je ziet dat ze wel erg enthousiast kribben hebben gelegd om land aan te winnen. Dat is een ander verhaal.

Dit is Kostverloren. Aan de overkant ligt Remmerden, daar dus ergens.

.