Ik lees in het Charterboek der Hertogen van Gelderland en Graaven van Zutphen (776 bladzijden, veel Latijn) en kom daar in Deel 1 vierde afdeling charter 34 tegen over een waterleiding. Een waterleiding uit de 13de eeuw, leuk! Het is wel Latijn, maar er zit een Oude Vertaaling bij. Hier deze Oude Vertaaling:

Wij, Irmgardt, Hertoginne van Lymburgh, ende Gravinne van Gelder.

Allen, die desen tegenwoirdigen Brieff lesen, sy kundich, dat nha lanckwilige twist, die geresen iss tusschent Convent des Hilligen Cloister inn Honep ter einre, und Hendrik van Syderschaep mitt syne gebroederen unde erffgenaemen ter aenderen syden, und dat aver ein watherleydinghe, loepende durch die Molle van Somersvoert, welke wather van Schaep gemeinlick genoempt wortt.

Soe ist under sie mit ein vruntlich verdrach averkomen immittels einer somma van vyfftien ponden, welck ’t voernoembde Convent gedachten Gebroderen, ende haren Erffgenamen overgewesen mit solcken bescheyde, dat die Acker, die genoempt wortt Byvanck, jairlix int Fest van Paeschen, tott drye offte vier weecken het wather wahrnemen* werdt, op dat die watherleydinghe synen vryen thoganck moege hebben tott die Molle des voirbenoembden Cloisters.

Ende op dat Fest van Sunth Marten in denn wynther, offte drie weeken tho bevorens, soe die noith sulcx vorderen werth, sal unse vornoembde Acker dorgesteken moghen worden, op dattet vorgescreve wather synenn wedderloep neheme tot die bavenste Molle nha dat olde Cuirhuis, alss van oldes gebruicklich, der gestalt averst, dat het olde Hunep, datter loipt tuschen het landt van de van Syderschaep, ende het landt van de van Somersvorth, welcke ’t landt beiden van den anderen deilt, unbehindert vann beiden sal blyven: nemptlich dat het Convent, noch die voernoembde Broders, offte haire Erffgenamen, dat olde Hunep niet sollen graven noch verstoppen ader tho brecken.

Und tott die jegenwoirdige Verdrachs bevestunge und vermherunge hebben meergemelde Broeders ende mitt hare Erffgenamen, als nemptlich Henrik, Berendt, Arendt, und Gerrit, gebroeders van Schaep, in unse tegenwoirdicheit dit bestemmet, verthiĆ«nde voir hem ende haren Khinderen gelyck, sonder jet daer ahn te beholden, voir unss alle hair recht, unnd eigendomb, den sy hadden, offte meinden tho hebben in die vorschreve watherleydinghe, und dat selve recht hebben sy der Abbadisse, ende het meergemelde Convent, voir unss vollenkommelick ende vry opgedragen. Gelavende mede dat selve Convent, ende anderen, het meergemelde Wather mit eenighe onstumicheit niet te overvallen, dan voelmehr, so het van eenig uitheimschen bynnen jaers angeseerdiget worde, ’t selve in alle manieren te verdedigen helpenn.

In welckes getuchenisse soe hebben wy ahn dit tegenwoirdige doen hangen unse Segel. Geschiet und gegeven int jaer unss Hern Dusent twie hondert und Tachtich, den Sondach, die des anderen daeges nha sunte Laurentz dess Hilligen Martelers was.

De vertaling is van Gerhard Dumbar; misschien vogel ik nog eens uit hoe oud de vertaling is, maar zeker 17de eeuw of ouder.

Okee, kan ik hier iets van maken?

Ik zou graag willen weten over welke beek we het hebben. Waar de watermolen van Somersvoert staat. Waar het Klooster Ter Honnepe is. Er wordt een tweede watermolen genoemd bij het Koerhuis. Aanwijzingen genoeg, en ik hoop dat dit alles in ‘mijn’ interessegebied ligt.

Even googelen levert wel wat op: Deventer.

Het Klooster Ter Hunnepe stond in Colmschate, ten zuidoosten van Deventer aan de Schipbeek, op de grens tussen Gelderland en Overijssel. Het klooster bezat in de hoogtijdagen 50 boerderijen, twee watermolens en een windmolen. Alles volgens Wikipedia. Dan staat er iets leuks in Wikipedia: “ook boerderij Somervaert, direct naast de kloosterruine gelegen, was tot 1970 aanwezig.’ Duidelijk, hier gaat dit over.

Laat ik wel duidelijk maken dat er anderen zijn die heel veel van het Klooster Ter Hunnepe weten; er is jarenlang archeologisch onderzoek gedaan. Ik ben alleen benieuwd wat er nou over dat water staat.

Even wat kaartjes om te zien waar we zitten:

Deventer dus, in paars de A1. Je ziet de afrit naar Colmschate en het spoor naar Zutphen. Boven de A1 de Schipbeek. Het terrein van klooster Ter Hunnepe ligt ingeklemd tussen de A1 en de Schipbeek. Vanaf de rechteronderhoek kronkelt de Dortherbeek die vlakbij het klooster in de Schipbeek uitmondt.

Hier een iets groter gebied in 1863. De spoorweg ligt er al. Je ziet links het Koerhuis, dat ook in het stuk wordt genoemd, in het midden de Kloosterbrug over de Schipbeek, en daar onder de Kloosterboer: daar is het kloosterterrein, dus Kloosterboer zal de boerderij Somervaert zijn. De Dortherbeek loopt hier naar het Koerhuis.

Genoeg voor de oriƫntatie. Nou wil ik weten wat er nou eigenlijk staat over dat water.

Een paar zinnen vind ik onlogisch, dus ik pak de Latijnse tekst erbij.

  • = de akker Bijvanck zal het water wahrnemen: ??? in het latijn staat dat de akker het water ‘obstruvit’, tegenhoudt dus.

Het klooster had dus een watermolen bij Somervaert, maar dat water werd ook gebruikt door Hendrik van Syderschaep. Dit moet slaan op de Dortherbeek, die in 1280 blijkbaar de Hunnepe heette. Drie of vier weken voor Pasen wordt het water van de Hunnepe tegengehouden door een wal bij de akker Bijvanck zodat het water naar de molen van Somersvaert stroomt. Maar vanaf drie weken voor of na Sint Maarten, in de winter dus, mag de wal doorgestoken worden en loopt het water over de akker naar de molen bij het oude Koerhuis.

Nou dan gok ik dat de akker De Bijvanck ligt waar op de kaart uit 2020 met grote letters Deventer staat geschreven. Ik vermoed dat de akker Bijvanck dus geirrigeerd werd, en daarna stroomde het water verder volgens zijn natuurlijke loop naar de oude molen bij het Koerhuis.

Voor abonnees hier de Latijnse tekst.

Abonneer je om de Latijnse tekst te kunnen lezen

Bekijk alle extra informatie op dit blog door je vandaag nog te abonneren.