Op de geomorfologische kaart van Nederland is het goed te zien: de Rijn knalt door een grote opening tussen twee groepen stuwwallen (oranje) heen met de Veluwe en een los plukje Montferland aan de noordzijde, en Nijmegen-Groesbeek en de Duitse voortzetting hiervan aan de zuidzijde.

nederland geomorf

Arnhem, Nijmegen en Elten liggen op de rand, en kunnen elkaar zien over het brede dal van de Waal en Rijn heen. Het levert prachtige Nederlandse vergezichten op. Waar in Europa heb je zo’n breed plat dal tussen twee heuvelgroepen?

Dit gat heet de Gelderse Poort.

Maar de ontstaansgeschiedenis is anders dan ik vroeger geleerd heb.

Wat ik vroeger geleerd heb

Wat ik vroeger geleerd heb laat zich zien in onderstaande tekening. Hierop vormen de grote stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug, Veluwe en Nijmegen een grote gesloten boog ten zuiden van de ijstongen. Het idee was dat deze stuwwallen later deels zijn opgeruimd. Zo ook tussen Arnhem en Nijmegen: op deze tekening zitten de stuwwallen van Arnhem en Nijmegen aan elkaar vast, en de Rijn is daar een keer doorgeknald. Maar het klopt niet.

tekening: Mathilde, 2018

De nieuwe feiten

Op Dinoloket maak ik de volgende kaart van gestuwde afzettingen. Dinoloket toont gegevens van boringen. Wat ik hier laat zien is de dikte van de gestuwde laag op of in de bodem. Dus niet alleen onze heuvelige stuwwallen maar ook begraven gestuwde lagen in de ondergrond.

Dinoloket

Nou is het zoals zo vaak verwarrend dat Duitsland er niet op staat. De plukjes bij Nijmegen, Spijk en Montferland zitten wel degelijk aan elkaar vast, maar deze kaart is niet grensoverschrijdend. In Twente zit het plukje Hardenberg vast aan de stuwwal van Ootmarsum – Oldenzaal.

Goed, wat zien we hier niet? We zien geen gestuwde lagen in de ondergrond onder de Betuwe tussen Arnhem en Nijmegen. Dus die twee stuwwallen hebben nooit aan elkaar vast gezeten. Dat is een feit, geen mening. Dus laat even los wat je vroeger geleerd hebt. Dat is moeilijk, want de oude hypothese zit logisch in elkaar, en deze nieuwe feiten zijn zo eenvoudig nog niet te verklaren. Ja maar kan het niet zo zijn dat de Rijn alles heeft meegesleurd? Nou nee, dat is teveel. Dan was er echt nog wel een restje overgebleven. De twee grootste gaten in een stuwwal liggen bij Denekamp en bij Wageningen, en op beide plekken zijn in de ondergrond gestuwde lagen terug te vinden. De boel is dan meer uitgesmeerd dan verdwenen.

Tijd voor een nieuwe hypothese

Ik denk dat ik de helft van het verhaal wel kan invullen. Eerst maar eens het gat tussen Arnhem en Nijmegen. Waarom ligt daar geen stuwwal?

Ik ga ervan uit dat daar wel degelijk een gigantisch ijsveld heeft gelegen dat vanuit de IJsselvallei aan is komen stormen. Een ijsveld dat aan de ene kant de grote stuwwallen van de Veluwe en Veluwezoom opperste, en aan de andere kant die van Nijmegen en Montferland.

Waar ijs heeft gelegen, ligt keileem. Terug naar Dinoloket waar ik een kaart maak met de afzettingen van Drente, keileem en sandr en zo.

Jazeker, wel keileem tussen Arnhem en Nijmegen maar geen stuwwal.

Nou zijn wij, landschapkijkers met een tunnelvisie op Nederland, gewend dat overal rond de ijsvelden stuwwallen zijn ontstaan. Maar dat is op wereldschaal helemaal niet het geval.

Behalve onze slappe ondergrond die zich gewillig laat oppersen als een 200 meter dik ijsveld erin wegzakt, is er nog een factor van belang: In Noordwest Europa kropen de ijsvelden omhoog tegen de hellingen op. Hamburg ligt lager dan Duisburg, zeg maar. De ijsvelden zochten uiteraard de laagste delen op, en dat zijn de rivierdalen, maar groeiden tegen de stroming in. Dat heeft de grote puinhoop hier veroorzaakt want de rivieren moesten andere uitgangen vinden.

Nou kijken we eens naar Amerika. Ook daar ontstonden uiteraard ijsvelden die rivierdalen opvulden, maar die gingen met de stroming mee. De grote Mississippi stroomde ook in de ijstijd van noord naar zuid net als daarvoor en daarna. Dat is een groot verschil. De rivier was hoogstens in de ijstijd honderd keer zo groot als nu, maar bleef wel stromen waar hij altijd gestroomd had. Geen stuwwallen daar.

Dan IJsland. Daar zie je gletsjers met een ijsmeer ervoor waarin prachtige fotogenieke ijsschotsen drijven. Uit dat meer stroomt water weg naar de zee over een grote moddervlakte, de sandr. Geen stuwwallen voor de gletsjers, hoogstens ernaast.

Nu terug naar de Betuwe.

Toen het ijsveld van de IJsselvallei de Rijn bij Dieren – Doesburgh – Doetinchem had bereikt, gleed het rechtsaf met de stroming van de Rijn mee de Betuwe in. Vanaf dat punt groeit dus het ijsveld naar beneden de Betuwe in, en ontstaat er geen stuwwal aan de voorkant/ benedenkant. Wel links en rechts, maar niet aan de voorkant. Daar stroomde het vele water van onder het ijsveld weg rechtstreeks naar zee. Eventuele jonge stuwwalletjes van een meter worden direct opgeruimd. Dat kan! Dat klinkt logisch, waarom heb ik daar nog nooit iets over gelezen.

Nu nog uitwerken hoe de Gelderse Poort tussen Nijmegen en Montferland hierin past. Ik heb het gevoel dat dit kloppend te krijgen is. Dan hebben we eindelijk een verhaal waarin de Rijn daar door die stuwwal heen breekt, wat een superevent moet zijn geweest. Want zonder dat verhaal zou de Rijn het zich gemakkelijk maken en gewoon om Montferland heen gaan stromen, en daar hoogstens steeds verder die scherpe punt afkalven. Waardoor kon dat niet? Het ijs tussen Arnhem en Nijmegen zal de blokkade geweest zijn.

Een nieuw verhaal

Ik maak met mijn muis op het scherm een schets op de hoogtekaart die wel grensoverschrijdend is:

Topographic-map.com

De gele en rode delen zijn de hogere stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug, Veluwe en de Niederrheinische Hoehenzug die ik eigenwijs vertaal als Rijnse Heuvelrug (Nijmegen – Krefeld), en niet als Nederrijnse Heuvelrug, want de Nederrijn begint pas na de Ijssel. Met rood teken ik Nijmegen en Montferland aan elkaar; ook Montferland hoort dus bij de Rijnse Heuvelrug. In blauw diverse Rijnlopen. De zuidelijke is het dal van de Niers: die loop heeft de Rijn gebruikt toen alles ten noorden daarvan was afgesloten. De noordelijke is het Ijsseldal, de oude loop van de Rijn voor deze ijstijd. De middelste loop is de huidige.

In groen een rand van het ijsveld op een zeker moment. Het ijsveld gaat de Betuwe in, maar vormt daar geen stuwwal.

Ik vind de doorbraak tussen Montferland en Nijmegen logischer worden: als er ten noorden daarvan nog ijs lag, en het water zich ophoopte bij Emmerich, kan best op een zeker moment de gemakkelijkste uitgang dwars door de stuwwal zijn geweest.

Nou schiet er maar op. Liever nog: help mee dit verhaal verder te bouwen.