Grenspalen zijn weinig opvallende leestekens. Op weg naar mijn werk fietste ik blijkbaar jaren langs twee grenspalen, maar ik zag ze pas voor het eerst na lang turen op een oude kaart.

Grenspalen geven de grenzen van provincies, gemeentes, jachtgebieden, rechtsgebieden en landgoederen aan. Ik dacht eigenlijk dat ze volkomen achterhaald waren, tot ik een uur langs het hek van Park de Hoge Veluwe liep en verlangde naar een grenspaal in plaats van dit hek: grenspalen zijn de voorloper en gedroomde opvolger van dit afschuwelijke hek! Terug naar de grenspaal, weg met het hek. Dat scheelt versnippering.

Je kunt er tien keer langs fietsen of lopen zonder ze te zien. Ik zou verwachten dat landgoedeigenaren vroeger hun grenspalen trots kakelbont schilderden, in de kleuren van hun wapen – net zoals de Griekse tempels en beelden. Bij landgoed Bilderberg (Renkum) staat een geelzwarte metalen grenspaal. Die kun je zelfs in het bos niet missen.

Er worden nog steeds grenspalen neergezet, wellicht uit nostalgie want ik neem niet aan dat ze nog serieus worden genomen.

De meeste grenspalen zijn nogal saai: recht, vierkant, twee tot drie meter hoog. De nieuwe zijn van beton. Oude palen zijn van steen en sommige zijn honderden jaren oud. Er zitten rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten tussen. Sommige palen zijn indrukwekkend, zoals die op de foto hierboven. Op deze staat aan de ene kant Utrecht en aan de andere kant Gelderland, duidelijk, zo snap ik waar ik ben. Deze bij Schaarsbergen is ook mooi; het is een jachtpaal van Sonsbeek.

Sinds ik er beter op let, zie ik er steeds meer. Al googelend kom ik op sites vol grenspalen en mensen die ze allemaal (rond hun gemeente bijvoorbeeld, of tussen Nederland en België) aflopen of fietsen, fotograferen. Daar houd ik van, zoeken naar verborgen schatten.

Het ultieme boek voor liefhebbers van grenspalen: Op zoek naar grenspalen