Flauwe vraag? Niet als je weet dat er ook duinen liggen midden in Nederland. Op het AHN zie je die duinen fantastisch liggen. Op de volgende uitsnede zijn al die wormen en rupsen en bobbeltjes stuifduinen. De ondergrond is de sandr van Schaarsbergen met het Renkums Beekdal.

Stuifzandeieren in het Ginkelse Zand

Hoe is dat in het veld? Iets minder indrukwekkend helaas. Maar op een foto (op de mijne althans) zijn hoogteverschillen lastig zichtbaar. Ik maakte de foto’s niet voor niets: het is daar prachtig met schitterende zandduinen om je heen.

foto Wekerom
Wekerom foto Mathilde 2016
duinen op de Rhederberg
Rheden foto: Mathilde, 2019

Je voelt de duinen nog het best als je loopt of fietst: zand zand zand en bovendien vaak indrukwekkend bobbelig steile bulten.

Paalberg foto Mathilde 2021

Op de eerste AHN-uitsnede is de Paalberg het hoogste donkerbruine paraboolvormige kamduin even ten westen van het ecoduct over de A12. De foto is ongeveer de top, de noordelijke donkerbruine rand buigt achter mij naar het zuiden af. Op het AHN dus echt indrukwekkend, in het veld loop je er zo voor bij.

Deze foto’s zijn van stuifduinen die zijn ontstaan als gevolg van de zandverstuivingen de afgelopen eeuwen. Er bestaan ook andere typen duinen: rivierduinen en zeeduinen. Het woord zandduin is onzinnig: elk duin is zand. We onderscheiden dus zeeduin, rivierduin en stuifduin.

  • Zeeduin: aan zee dus, maar de zee kan best ver weg zijn. Het zand is afkomstig uit zee.
  • Rivierduin: langs een rivier. Het zand is afkomstig van de rivierbedding. In een droge tijd blaast wind dit zand omhoog en een eindje verder daalt het weer neer.
  • Stuifduin: midden in het land, met name op de Veluwe. Vroeger dacht men dat het zand uit de drooggevallen Noordzee afkomstig is, maar daar is men van teruggekomen. Het zand is afkomstig van dekzand uit de buurt. Wind stuift het op en legt het een eindje verder weer neer.

Zeeduinen kennen we allemaal wel. Stuifduinen vormen stuifeieren bestaande uit ovale gebieden met een vaste volgorde: uitgestoven laagtes – speelzandgebied met bobbelige duinen – kamduinen, zie de AHN-uitsnede bovenaan. Rivierduinen vormen een langgerekt zandgebied met kamduinen zonder uitgestoven laagtes. De uitgestoven laagte is de rivierbedding immers. Als er wel uitgestoven laagtes liggen (zoals bij de Hatertse Vennen), dan is eigenlijk het rivierduinlandschap overgegaan in een stuifduinlandschap. Hier een AHN-uitsnede van rivierduinen langs de oude IJssel tussen Ulft en Doetinchem. In het midden van links naar rechts de A18. De hoogste kammen zijn ongeveer 10 meter hoog. De duinen zijn ontstaan in de laatste ijstijd en vormen nu de kernen van de woonplaatsen Silvolde, Terborg en Gaanderen.

Vegetatie

Zand en naaldbossen met berken er tussen, dat is wel het kenmerkende van duinen. Maar oude duinen zoals de Paalberg zijn al wel met loofbos begroeid. Berken zijn echte pioniers – het zijn de eerste bomen die een plekje in bezit nemen en zodra andere bomen het overnemen, verdwijnen de berken weer. Naaldbossen zijn aangeplant en groeien best wel op zand waar bijna geen voeding in zit. Na verloop van tientallen jaren wordt de bodem beter en kunnen ook eiken aanslaan. Op veel duinen groeit eikenhakhout. En helemaal aan het eind komt de beuk en neemt de boel over.

Rivierduinen zijn het oudst: uit een late koude periode van de laatste ijstijd toen rivieren droog stonden. Maar ook een deel van de stuifduinen zijn in die periode ontstaan, met name de kilometers lange streepduinen op de Veluwe.

stuwwal

  • glooiende brede heuvels zonder duidelijke top.
  • stevig pad met grind, klei en zand.
  • loofbossen, beuken.

duinen

  • bobbelig, steile hellingen, kleine kopjes met bovenop een groep eiken die het zand bij elkaar hebben gehouden.
  • mul zanderig pad. geen grind.
  • naaldbossen.