Op deze uitsnede van het AHN zie ik een opvallend drainagepatroon (ik heb echt waterogen, anderen zien waarschijnlijk een opvallend patroon in wegen of woonkernen): min of meer evenwijdig lopende sloten die in het noorden steeds dichter naar elkaar toe stromen, waarbij de punt waar ze hadden willen samenkomen lijkt geëgaliseerd. Wat is dit?

Eigenlijk had ik dit stuk nog niet willen publiceren. Eerst nog willen fietsen, foto’s maken en checken. Maar blijkbaar stond het al ingepland; ik werd er zelf door verrast. Sorry guys, dit stuk is niet in het veld nagekeken, maar wellicht heb je een goede aanvulling? 

Ik had dit stuk willen gebruiken in mijn serie Zandbanken in de Rijn (daarvoor kun je je nog steeds aanmelden). Maar die serie is gebaseerd op verslagen en kaarten uit de 17de eeuw en dit is ouder.

Waar zitten we op aarde en wat zien we hier? We zitten in de Betuwe ten zuiden van Rhenen. Rechtsboven zien we de bandijk langs de Rijn, daar komt vanuit het zuiden de Oude Rijndijk uit. Langs die oude dijk zien we de Oude Rijn en diverse wielen (eentje met een rond eiland).

Meer over de Oude Rijndijk: heerlijk fietsgebied.

Op deze uitsnede zien we drie dorpen Lienden, Ommeren en Ingen die alle drie hoog en droog op heuvels liggen. Ze liggen rond een drainagepatroon dat de vorm heeft van een ballon en afwatert naar het noorden. Deze ballon is de Liendense polder.

Wat zien we hier? Wat is dit? Volgers van Zandbanken in de Rijn hebben vast al een vermoeden: een oude kronkelwaard. Dat betekent dat eens, in een ver verleden, de Rijn deze bocht volgde. De sloot rond deze kronkelwaard is een oude Rijngeul. Ik ga deze geul de Liendense Rijn noemen, je moet toch wat.

Hoe oud is deze Liendense Rijn? Oud. Ik haal de geomorfologische kaart erbij:

Bovenaan zien we de Utrechtse Heuvelrug en de Rijn. Rechts ligt Rhenen, de diepe kloof door de heuvelrug van de spoorweg plus de brug over de Rijn zijn duidelijk herkenbaar. In de Betuwe ligt rechts de kronkelwaard van de Leede en de Mars met de Oude Rijn er omheen. De kronkelwaard van Lienden en Ommeren, daar links van, kan alleen maar ouder zijn. Probeer maar eens een tekening te maken waarbij eerst de Oude Rijn afsnijdt en daarna pas de Liendense Rijn, gaat je niet lukken. Ik kan niet zien hoe oud hij is – snel googelen levert niks op – maar jonger dan de laatste ijstijd en ouder dan 1300 toen de bandijk werd gelegd, want die ligt rond de Oude Rijn. Okee, deze kronkelwaard is dus afgesneden tussen 13.000 en 1000 jaar geleden.

Maar klopt dat wel? Nee, iets klopt er niet maar ik weet nog niet wat. Ik puzzel door.

Op oude kaarten staat niet iets als Liendense of Oudste Rijn gemeld, er is ook geen dijk langs de oude Rijnloop te zien. Er ligt wel een wetering in de oude Rijnloop met in het noorden de originele naam De Wetering; ik zie een huis met de naam De Poel. Er zijn geen wielen natuurlijk, want er lag geen dijk die kon uitspoelen tot een diep gat. Maar wel zijn er sporen van overstromingen: crevasses. Dat vergt wat uitleg.

We hebben geleerd dat de meeste dorpen langs de grote rivieren zijn ontstaan op de oeverwallen. Ik vind niet dat er hier sprake is van een langgerekte oeverwal die de loop van de Liendense Rijn volgt. De drie dorpen Lienden, Ommeren en Ingen liggen op drie verzamelingen heuveltjes in waaiervorm met een richting van de rivier af. Dit lijken sterk op crevasses. Hoewel Ommeren niet echt, Ommeren sla ik even over.

Een crevasse kan ontstaan bij een doorbraak van een oeverwal of dijk: het zand van de oeverwal of de dijk spoelt bij de doorbraak weg en gaat even verderop liggen waar de stroom van de doorbraak minder is. Een waaiervorm is daardoor wel echt kenmerkend. De grond in een crevasse heet overslaggrond en is zandig. Klei blijft namelijk zweven in het water en zakt pas naar de bodem als water echt stilstaat. Zand zakt eerder naar beneden en vormt een waaierpatroon en later, als de wereld weer rustig is, een hoogte. Daar kun je veilig wonen. Oude woonkernen in de Betuwe liggen dus niet alleen op oeverwallen, maar ook op crevasses.

Ik vermoed dat je dit kunt onderscheiden aan de vorm van de oude woonkern en het wegenpatroon. Een dorp op een oeverwal zal langgerekt zijn en een dorp op een crevasse waaiervormig.

Twee crevasses dus: de Liendense en Ingense crevasse. De Liendense crevasse lijkt ontstaan te zijn vanuit een overstroming van de Oude Rijn. De Ingense crevasse lijkt ontstaan te zijn vanuit een overstroming van de Liendense Rijn. Het begint me te dagen wat er niet klopte in mijn eerdere redenering: als deze bocht is ontstaan vanuit een doorbraak van de Oude Rijn, dan is deze bocht jonger en niet ouder.

Ik puzzel verder op de Liendense crevasse. Bij een overstroming van een oeverwal of dijk wordt zand meegevoerd en verderop neergelegd in een waaiervormig patroon. Vaak ontstaat daarin ook een geul. Zo’n geul kan snel dichtslibben en dan slechts bij een overstroming gebruikt worden, zo’n geul kan ook een aantal jaren blijven bestaan en dan dichtslibben, of een zwakke plek blijven en steeds weer opengaan, of zo’n geul kan leiden tot een volledig nieuwe Rijnloop. Dat laatste is bijvoorbeeld bij Wijk bij Duurstede gebeurd, waar de Rijn de Kromme Rijn verliet en ‘koos’ voor de Lek. Eenmalige of zeer kortstondig gebruikte geulen in de Betuwe zijn er vele. Ik vermoed dat de Liendense crevasse van de middencategorie is. Het is een grote crevasse, en erachter ligt een geul die ik net de Liendense Rijn heb genoemd. Dat zou betekenen dat de Liendense Rijn is ontstaan vanuit een overstroming van de Oude Rijn bij Lienden en dus jonger is. En dan niet eenmalig, in een extra gure winter, maar een tiental of honderdtal jaren als alternatieve loop van de Rijn is gebruikt.

Op oude topokaarten zie ik dat de Oude Rijndijk bij Lienden vroeger anders liep; het lijkt wel degelijk een wiel daar; ha, vroeger ontsprong daar een wetering die door het dorp liep.

Ik zie op de nieuwste kaart de naam Nagraaf voor deze wetering. De Oude Rijndijk loopt nu niet meer vierkant maar driehoekig, buitendijks ligt daar nog altijd een natte plek.

Ten westen van Lienden ligt Ommeren. Hier zie ik geen crevasse, het lijkt meer een oeverwal.

Dan Ingen. Door de Ingense crevasse stroomt het begin van de Maurikse Wetering. Ook die geul is vast ontstaan gelijktijdig met de crevasse bij een overstroming van de Liendense Rijn. Ik lees dat Ingen al in de Romeinse tijd bewoond werd: bij opgravingen in Het Woud zijn veel vondsten uit die tijd gevonden. De grens van het Romeinse Rijk liep hier.

Kan ik inmiddels meer zeggen over de ouderdom van de Liendense Rijn? Iets. Lienden, Ommeren en Ingen zijn bovenop crevasses/ oeverwallen gebouwd en er niet onder bedolven. Dus de Liendense Rijn is ouder dan deze drie dorpen. Twee minuten googelen levert vermeldingen op van deze dorpen uit de 13de en 14de eeuw, maar ik vermoed dat de crevasses en dus de Liendense Rijn veel ouder zijn. Ik lees dat deze Rijnloop rond -100 verzandde.

Ik kan helaas geen heel oude kaarten vinden van dit gebied.

Ik ben onder de indruk hoe goed ik de vorm van deze kronkelwaard terug zie in de veldgrenzen op de topografische kaart. Zo lang werkt een Rijnbocht door die minstens 800 jaar geleden verzand is.

Waar ik verbaasd over ben, is dat op de geomorfologiche kaart deze crevasses niet staan. Er staat er wel eentje iets noordelijker bij de Nieuwe Waai (die met dat eilandje), maar op het AHN zie ik daar geen enkel hoogte-indicatie, noch op de bodemkaart, noch in het landgebruik. Terwijl de crevasses van Lienden en Ingen juist zo mooi zijn dat ze opgenomen kunnen worden in de schoolboekjes.

Bij een crevasse hoort dus een overstroming, en als dat gebeurde met een dijkdoorbraak, dan hoort daar een wiel bij. Maar wielen groeien dicht, en dat kan zeker allang gebeurd zijn als deze overstromingen meer dan 2000 jaar oud zijn. Zie ik iets terug?

Ik vind een oude kaart van dit gebied uit de 17de eeuw. Maar dat is een echte puzzelkaart en die puzzel heb ik nog niet opgelost.

GA 0008 987

Het noorden is rechts, en ik herken dus direct mijn kronkelwaard. Dat rondje onderaan is een colxken in de Oude Rijn maar vooralsnog is me niet duidelijk wel kolkske dat is. In het westen ligt een sloot, en het land daarachter is aen westen t closter van Mariendaelln als ten noorden. In het oosten, achter de dijck ten oosten, ligt dus een colxken en dan Rerphas Voncks lant of zoiets. Links staat iets dat lijkt op Hatteren ten zuijden. Onderaan lees ik Sonderlast vanden Dijck. Ik weet niet wat Hatteren is in deze omgeving. Ik weet ook niet waarop het Gelders Archief baseert dat deze kaart slaat op land bij Lienden, maar misschien zit er een stuk bij. Ik laat deze kaart voorlopig rusten.

Op de schetskaart uit 1610 van de Leede en de Marsch is de dijk bij Lienden een ‘vingerling’, dat wil zeggen dat hij rond een wiel is gelegd. Die vingerling verdwijnt rond 1890 van de kaart.

Meer over deze schets.

Mijn verhaal

Volgens mijn gepuzzel is de Liendense Rijn een alternatieve loop van de Oude Rijn, ontstaan bij een overstroming die begon bij Lienden en zich best vaak herhaalde want de Liendense crevasse is groot. Bij de jaarlijkse winteroverstroming werd de oeverwal gevormd waar Ommeren op ligt. De Liendense Rijn brak zelf ook nog door en vormde de crevasses bij Ingen. Ook die is best groot, en daar ligt ook een oude stroomgeul doorheen. Dus deze alternatieve loop heeft best lang gefunctioneerd. Vervolgens verzandde de loop bij Lienden toch en vervolgde de Oude Rijn zijn loop naar het noorden.

Iemand een beter idee?