Ik kwam op mijn fietstocht rond het Lauwersmeer drie soorten sluizen tegen en maar eentje met een afwijkende deur. In mijn leerboek ‘Sluizen en gemalen, bouwtechniek in Nederland deel 5’ staan 10 soorten sluizen en 11 soorten sluisdeuren. Haha, nou, ik ga hier geen opsomming van 10 soorten sluizen en 11 sluisdeuren geven hoor, alleen wat een normale fietser zo onderweg ziet of zou kunnen zien als ze kijkt.

Nou ga ik wel een andere indeling gebruiken dan Arends in het leerboek, en wel als volgt:

  1. kokersluizen: sluizen waar je niet doorheen kunt varen;
  2. deursluizen: sluizen waar je wel doorheen kunt varen, maar je wordt er niet geschut want er zijn maar aan een kant deuren (ik gebruik de term anders dan Arends);
  3. schutsluizen: sluizen met aan beide kanten deuren en daartussen een kom voor schepen.

Eigenlijk houdt Arends deze indeling ook aan, maar hij deelt het iets anders in omdat hij niet vanuit het doel maar vanuit de bouw bekijkt. Voor de fietser is het doel logischer.

Ik zag onderweg drie kokersluizen. Zo’n sluis laat water door als het kan, en houdt water van de andere kant tegen (bij vloed of in de winter bijvoorbeeld). Je kunt er niet met een boot door. Het verschil tussen spuisluizen, uitwateringssluizen, inundatiesluizen, ontlastsluizen, doksluizen en nog een heel rijtje is technisch niet heel groot; water kan maar een kant op en wordt vanaf de andere kant tegen gehouden en je kunt er met je schip niet doorheen. Mijn leerboek pakt ze samen onder de noemer stroomsluizen (naar functie) of kokersluizen (naar vorm). Nederland ligt vol stroomsluizen. Meestal zie je zoiets: een duiker met een klep ervoor en een mechanisme waarmee die klep open en dicht kan.

Randwijk

Maar er bestaan ook fraaie exemplaren (Katwijk, Denekamp, Den Oever, Maasdijk en nog tientallen) en ik zag er onderweg drie:

  • Cleveringsluizen in de Waddendijk bij Lauwersoog;
  • Munneke keersluis in de Lauwers bij Munnekezijl (zie foto);
  • De Reitdiepsluis bij Zoutkamp heeft een dubbelfunctie. Links en rechts zijn stroomsluizen, in het midden kun je er met je bootje door.
Munnikezijl
Munnekezijl

Dan zag ik onderweg drie enkele deursluizen, dus zonder schutkolk, met slechts aan een kant deuren. Die staan meestal open, maar daarna (of daarvoor) moet je nog wel onder de weg door varen. Vaak ligt die te laag voor de mast van een zeilboot, dus voor een schipper voelt het meer als een ‘brug die open moet’ dan als een sluis.

  • Hunsingosluis in het Hunsingokanaal bij Zoutkamp;
  • Reitdiepsluis in het Reitdiep bij Zoutkamp;
  • Munnekesluis in de Lauwers bij Munnekezijl.
Hunsingosluis
Zoutkamp

Tenslotte zag ik onderweg vijf schutsluizen met een dubbel stel deuren. Daar vaar je naar binnen, dan wordt de deur achter je dichtgedaan, vervolgens stijgt of daalt het water, en als het water op de juiste hoogte is, worden de andere deuren geopend en kun je verder varen. Een soort scheepslift dus.

  • Sluis in de Suderie bij Ezumazijl;
  • Dokkumer Nieuwe Zijlen in het Dokkumerdiep;
  • Willem Loresluis in het Dokkumerdiep die de Nieuwe Zijlen vervangt;
  • Robbegatsluis bij Lauwersoog.
  • Friese sluis in de Lauwers bij Zoutkamp;
Ezumazijl

En dan kwam ik nog een bijzonder ding tegen: een sluis in een tunnel onder een weg. Eigenlijk meer een coupure met een dak erop. Want een sluis is voor schepen en dit is voor wegverkeer. Maar omdat dit een echte sluisdeur is, mag hij meedoen. Hier kun je namelijk goed zien hoe zo’n deur in elkaar steekt.

Lioessens

Drie soorten sluizen, drie artikelen. Ik ga in deze miniserie niet elke individuele sluis ontleden – feitjes over bouwjaar vind je gemakkelijk op internet – ik wil louter dingen schetsen die je onderweg kunt herkennen. Dus ik ga woorden gebruiken als vloeddeur en ebdeur, zoute en zoete deur, kaapstander, haalkom, rinket, heugelstang, achterhar en voorhar, trekstang en schrankschoor.