Markelo op de Sallandse Heuvelrug is een paradijs voor fietsers en wandelaars. Vooral als je houdt van geomorfologische puzzels.
Ik heb een auto gehuurd, rijd naar Markelo, huur daar een fiets en heb een topdag. Kijk met me mee.
Dorp Markelo
De kei voor de VVV is graniet uit Scandinavië dat hier met ijs is meegekomen 120.000 jaar geleden.

De Hulpe
Ik fiets eerst naar Stokkum, want dit is voor mij vertrouwd gebied; ik ben hier als kind zo vaak geweest. Al snel ben ik bij De Hulpe.



Tussen de Hulpe en de Hemmel ligt een prachtige holle weg (met een Mariakapelletje):

Stokkum
Rond Stokkum valt me op dat het kleinschalige landschap desondanks open is. In Oost-Twente zijn de akkers van elkaar gescheiden door houtwallen. Markelo is anders. De velden liggen zonder enige afscheiding: geen houtwallen, geen sloten, geen hekken. Mooi! Weg met hekken. Daar tussen staan verspreide bosjes.


Ook wegen liggen zomaar los in het veld – geen sloot, geen hek.

Het tweede dat opvalt is het bultige land. Markelo ligt op de Sallandse Heuvelrug in een dal tussen vier heuvels, midden op de volgende AHN-uitsnede.

Die heuvels zijn best hoog en steil. Het is geen glooiend heuvelland maar pokdalig. De hoogste hebben namen: in het oosten de Herikeberg, in het zuiden de Hemmel en Hulpe en in het westen de Markelose Berg, Kattenberg en Dingspelerberg. De glooiing aan de noordkant is naamloos (Achterhoeker Es, Noordes).
Bij veel oudere boerderijen zie ik een hoop keien liggen: verzameld op hun eigen land. Kleinere veldkeien worden gebruikt als bestrating, grotere langs een pad of erf, de allergrootste staan ergens rechtop.
Stuwwallen of keileemheuvels?
De drie hogere bergen zijn stuwwallen en daar zouden dus afzettingen van de Rijn moeten liggen. Dat kunnen geen gigantische keien zijn, want die neemt een rivier echt niet mee hoor.
Maar het ijs is eroverheen geschoven. Dus het zijn ook keileemheuvels vol grind en gigantische keien. Maar de geomorfologie van dit gebied is een ander verhaal.
Drumlins
De noordzuidrug waar de Stokkummeres en Westerflier op ligt (ik begrijp heel goed dat je bij dit blog vaak een kaart ernaast moet hebben) waar het kanaal doorheen snijdt (zie onderaan op de AHNuitsnede), is in elk geval volgens de boeren keileem met daarop een dikke laag eeuwenoude enkeerdgrond. Op de achtergrond Stokkum, echt als fotograaf zak ik voor alles. Deze rug is een drumlin, een stuwwal of keileembult die is uitgesmeerd door ijs dat er overheen schoof en naar het zuiden verder trok. Ook de Noordes ten noorden van Markelo is een drumlin.


Het is nu nat en het waterschap maakt de sloten niet schoon. De boeren hebben er last van, ze kunnen niks op het land doen. De rug is de scheiding tussen Waterschap Rijn-IJssel, en Vechtstromen. Want de oosthelling watert af op de Regge -> Vecht en de westhelling op de Schipbeek – IJssel.
Kanaal en Spoorweg
Ik fiets naar het kanaal dat net als de spoorweg ingegraven is in de Stokkumse rug. Maar eerst kom ik nog langs een houten brug over de spoorweg, die aangegeven staat als fietsbrug. Hmm, ik fiets wel ff om.


Westerflier
De kei in Westerflier:


Westerflier is bij mij bekend om het natte bos, maar verderop begint het vertrouwde Twentse land weer met essen en boerderijen. Vroeger moest men hier tol betalen.


Markeloseberg
Ik fiets terug naar Markelo langs de Markeloseberg, en ben onder de indruk van de steile helling. Maar ik krijg het niet voor elkaar om hoogteverschillen op de foto te zetten. Hier een foto van beneden van de Markelose Berg. Best hoog (je ziet huizen op de berg), en een steile helling die je goed voelt als fietser.

Ik geniet van de vele gesprekjes die ik onderweg heb met boeren die ik toevallig tegenkom. ‘Onder dit veld ligt een baan grind en keien. Mijn machines slaan daar vaak op stuk.’ zegt iemand vlak bij het kanaal. [een esker? denk ik meteen – staat niet op de geomorfologische kaart] ‘Onder een metertje zand ligt hier donkerblauwgrijze klei, zonder grind erin. Echte rivierklei, niks keileem, er valt niet doorheen te komen’, zegt een boer een paar honderd meter verderop. [potklei? denk ik dus – staat niet op de geologische kaart] ‘Hier is alles gele keileem vol stenen tot wel een meter groot’, zegt iemand na weer een kwartiertje fietsen [keileem, zo staat het op de geologische kaart].
Gordeldekzand?
Op het AHN is nog een bijzonder fenomeen te zien: de stranden rond de heuvels. Geomorfologen zeggen dat dit gordeldekzand is, door de wind aangevoerd dat hier bij Markelo blijkbaar van alle kanten naar de heuvels toe waaide. Ik geloof hier niets van. Het is in elk geval zand, dat weten de boeren hier heel goed. Rondom die stranden ligt een baan duinenrijen, op enkele plekken zelfs twee. Daar buiten ligt veen of kleigrond: broek, vlier. Op de fiets herken ik die duinenrijen aan de zanderige bosjes. Dat was me vroeger nooit opgevallen.
Herikerberg
Ook wil ik de Herikerberg bekijken, maar daar is net vandaag een motorcrosswedstrijd.
Borkeld
Ik fiets door naar de Borkeld: een fantastisch jeneverbessenbos. De A1 is er voor omgeleid.


Ook zijn hier heerlijke heidevelden en vennen met bijzondere natuur.

Ik ben hier niet om terug te gaan naar mijn jeugd, maar omdat Markelo een plek verdient in de top tien geomorfologische excursiedoelen van Nederland. Maar daar kom ik vandaag niet aan toe. Het wordt een ander verhaal. Kortom: deze fietsdag krijgt een vervolg. Mijn bedoeling is immers om te kijken door de ogen van een fietser en wandelaar zonder grondboor op zak.
leeg
Weer een leuk verhaal! Heb je nog kunnen vaststellen of het “gordelzand” grijs of geel kleurig is?
Daar ga ik de volgende keer op letten…….