Veel wandelbloggers lopen klompenpaden en maken daar de mooiste foto’s van. Laat ik het anders doen: ik bekijk wat je al lopende ziet van geologie, geomorfologie en bodem. En natuurlijk mijn geliefde beken en waterwerken.
[dit is ter voorbereiding voor een wandeling. voorlopig zijn de foto's van google streetview]
Bijzonder onhandig overigens dat ik elke keer opnieuw de route moet intekenen; dat kunnen profs met betaalde kaarten natuurlijk veel handiger door lagen over elkaar te leggen. Ik teken dus wel echt grof, of op het beworp zoals ze in de 16de eeuw zeiden.
De route op de legger van het waterschap
Ik teken de route in op de kaart uit de Veluwse Bekenatlas:

De route op de geomorfologische kaart.
Rood is stuwwal, geel is dekzandrug. Beige is sneeuwsmeltwatervlakte, en bruin is sneeuwsmeltwaterwaaier. Loenen en Zilven liggen ook op bruin.

De route op de bodemkaart
Donkerbruin is enkeerdgrond (oude akkers dus). Geel en groengeel is gooreerdgrond (natte weilanden). Roze zijn podzolgronden, op de route zijn dit laarpodzolgronden. Laarpodzolgronden zijn natte verarmde uitgespoelde gronden die eeuwenlang met plaggen zijn bemest zodat ze iets minder slecht werden. Blauw zijn voormalige meertjes met venige grond.

Wandelroute
We zetten de auto neer bij boerderij de Modderkolk en lopen het Loenense Enkenpad met de klok mee.
Al snel steken we de Strobroekse Molenbeek over. Dat is een molenbeek, dus hier benedenstrooms lag een watermolen.
We lopen op een daluitspoelingswaaier; de bodem is gooreerdgrond. Let op grind.
Even later houdt de waaier op en komen we in een vlakte met sneeuwsmeltwaterafzettingen. De bodem en dus het landgebruik verandert niet.
Ik ga nog artikelen schrijven over de hoofdgroepen van onze bodems. Hier alvast: gooreerdgrond is nat en meer geschikt voor grasland dan voor akkers. Bos komt er niet veel op voor, behalve populieren en wilgen.
We komen bij de Hoofdweg. Rechts van ons pad ligt aan de Hoofdweg een wit huis in een laagte met venige meergrond. Dat was vast een goedkoop stukje grond waar geen boer interesse in had.

De Hoofdweg tussen ons pad en de spoorweg ligt op een dekzandrug, evenals het park van kasteel Ter Horst. De bodem verandert in laarpodzolgrond.

We steken de Stroebroekse Molenbeek nogmaals over. Links een vijver, rechts gaat de beek verder. Helaas merken we er niets van: een mooi hekwerk lijkt me toch wel het minste.

We steken de spoorweg over en gaan de Molenallee in. We lopen nu om de dekzandrug van het park van kasteel Ter Horst heen. Ik vind het opvallend dat het kasteel en park op een dekzandrug ligt: ik ben gewend dat landgoederen liggen in natte gronden waarin de boeren geen interesse hadden.
vlak voor we nogmaals het spoor oversteken, steken we voor de vierde keer de Strobroekse Molenbeek over die hier samen is gestroomd met de Loenensebeek. De mooie beek is in een ordinaire duiker gelegd. Jammer hoor, maar ook daarbij kun je een mooi hek plaatsen.

Bij het bos stroomt de brede Loenensebeek langs de weg. Voorbij het kasteel gaan we links de Slatsdijk in. Dit is, net als in het begin, een sneeuwsmeltwatervlakte met gooreerdgrond.

Aan het eind van dit weggetje lopen we dan weer over de daluitspoelingswaaier waar Loenen en Zilven op zijn gebouwd. Lekker stevig door het vele grind.
Even voor de Eerbeekseweg steken we nogmaals de Loenensebeek over.

Ook de grote Eerbeekseweg steekt deze beek over, helemaal weggewerkt in een onzichtbare duiker. Ik pleit voor hobbels en bruggen. En ik elk geval een hekwerk met daarin de naam van de beek. Maar: ik zie wel een bordje van het waterschap.

We steken de Eerbeekseweg over en nu komen we in een geomorfologisch ander gebied: stuwwal.
Waar we de bewoonde wereld verlaten lopen we eerst over een laaggelegen pad tussen twee akkers door een droogdal. Dit droogdal hoort dus bij de daluitspoelingswaaier waar we eerder op liepen. Geleidelijk klimmen we omhoog de stuwwal op. De bodem is hier afwisselend zwarte enkeerdgrond onder de akkers en holtpodzolgrond onder de bossen.
Het moge duidelijk zijn dat ik niet meewerk aan deze klompenpaden: mijn route zou beslist even langs de sprengkoppen van de Loenensebeek zijn gelopen die nog geen 200 meter van me vandaan in het bos links van me liggen.
We lopen ongeveer parallel aan de stuwwal over de helling, en steken daarbij enkele droogdalen over. De eerste daarvan is bij een weggetje met de toepasselijke naam Dalenk.

We lopen over de helling van de stuwwal om Loenen op de grindrijke stevige daluitspoelingswaaier heen. Pas bij de Loener Scheperweg verlaten we de stuwwal.
Vanaf hier lopen we weer over de daluitspoelingswaaier met gooreerdgrond. In een S-bocht aan de Vrijenbergweg liggen in een driehoekig bosje rechts van ons twee sprengkoppen, en daarna lopen we een eindje langs de tweede spreng. Dit zijn de sprengkoppen van de Loenensemolenbeek.

Hierna lopen we terug naar de Modderkolk.
.
Mathilde, de blog lijkt niet compleet, bestaat uit lege plekken met losse verwijzingen naar Google streefview.
Dank je wel voor het doorgeven. Daar zal iets fout gegaan zijn.