De Grebbeberg is een heerlijk gebied om in de winter lekker rond te struinen zonder een route te volgen: klein, overzichtelijk en boeiend. Geweldige uitzichten, heerlijke bossen en interessante elementen van vroeger. Even genieten van zon en kou.

Ik begin me meestal thuis te oriënteren – dan weet ik waarnaar ik moet kijken. Of ik doe dat niet, en dan doe ik het achteraf. Dit is de Geomorfologische kaart van de Grebbenberg en Laarsenberg. Rood en vaalrood: stuwwal. Oranjebruine cirkel: puinwaaier. Geelbruin: hellingzand. Donkergrijsgroen: sneeuwsmeltwaterdal of droogdal. Grijs: groeve. Ja, ik zie nog meer kleurtjes, maar daar kijken we vandaag niet naar.

Op schilderijen en kaarten uit de zeventiende en achttiende eeuw zien we een kale Heimenberg en Laarschenberg. Heide, hakhout en op de geschikte plekken akkertjes, dat was het wel. In de negentiende eeuw raakte de berg pas weer bebost. De Laarschenberg is in 1870 nog heide met drie schaapskooien.

De Grebbeberg is een nieuwe naam: hij zit sinds de Tweede Wereldoorlog in onze herinnering. Bij de sluis lag vroeger het gehucht Grebbe tegen de helling van de Heimenberg (de berg van Heimen). Het verwoeste dorpje leeft voort in Grebbedijk, Grebbesluis, Grebbeberg. Na de Tweede Wereldoorlog stond alleen het huis tegen de helling er nog – nu restaurant. De brug en sluis waren ook opgeblazen. Er zijn veel ansichtkaarten van het dorp, want er stond een populair Hotel met er achter De Zwitserse Vallei. Op de volgende kaart is het huidige restaurant het gebouw achteraan tussen de bomen tegen de helling. Het oude hotel is het gebouw met de dubbele klokgevel – hoewel ik twijfel of die informatie klopt: bij het huidige restaurant gaat immers een oude trap tussen twee poortzuilen omhoog naar de oude moestuin van het vroegere hotel!

De Grebbesluis is voor mij, watergek, leuk maar helaas is de constructie dicht zodat we niet kunnen zien wat er eigenlijk in die sluis (het was vroeger een sluis maar nu een gemaal) gebeurt. Er staat wel een infobord.

Onder langs de berg loopt de Cuneralaan: een mooie naam voor een smal fietspad. Het is de oude trambaan tussen Arnhem en Utrecht. Aan de overkant van het water zien we het hoornwerk; de kop van de Grebbelinie, en natuurgebied Blauwe Kamer. Ooh lag hier maar een leuke trekpont. In de rand van de berg liggen groeves. In een ervan staat een modern huis. Met zand uit die groeve is het hoornwerk gebouwd.

Voorbij die groeve leidt een cortenstalen trap met 260 treden naar boven. De Grebbesluis is op 8 m+NAP en de top is 53 m+NAP. De trap is dus een flat van 14 verdiepingen klimmen.

Boven wacht een fenomenaal uitzicht; met name nu de bomen nog kaal zijn en het licht fel, is dit een toppunt.

Een eindje verder ligt de ringwalburg. De ringwalburg bij Doorwerth, Uddel, Elten en deze bij Rhenen zijn in dezelfde tijd gebouwd, en wel in de tijd dat Adela van Hamaland al deze gebieden in bezit had rond 900 nC. Het is een mooi verhaal. Googel maar.

Aan de westkant van de ringwalburg staat een vervallen boswachtershuis, wat opgeknapt is tot een echte kasteelruïne. Helaas kun je er niet meer op.

Het westelijke deel van het bos is eikenhakhoutbos. Die eiken zijn eeuwen lang afgezet op een meter boven de grond maar halverwege de 20ste eeuw loonde het niet meer: eek werd vervangen door iets wat aardolie als grondstof heeft. Veel goedkoper natuurlijk, maar kunnen we nog terug? Een van de uitlopers van de hakhoutbomen mocht uitgroeien tot een heuse boom: spaartelgbomen, herkenbaar aan de knoestige onderstammen. De bomen staan in kringen: eikenstoven. Die horen bij elkaar en stammen gezamenlijk af van een gezamenlijke duizenden jaren oude voorouder die in het midden van de kring stond – zegt men, en dat is een mooi verhaal, maar andere wetenschappers hebben dit sprookje ingehaald.

Aan de lanen en boomsingels is goed te zien dat dit deel een park is geweest. Ik vermoed dat van de helling nogal wat af is geërodeerd, want de buitenste beukenrij was anders verder van de rand gezet – en dan heb ik het nog niet eens over de gigantische afgraving die voor ons ligt en waarin een nieuwe woonwijk aan het water is gebouwd. Via een cortenstalen trap kunnen we naar beneden en rond het water lopen. We zien drie slangen.

We kunnen ook bovenlangs doorlopen tot we bij de weg zijn. Die steken we over en dan lopen we over de parkeerplaats van een restaurant naar een pad tussen de dierentuin en sportvelden naar het bos op de Laarsenberg. Waarom Laarsenberg? Ik ken het woord ‘laar’ van kruiswoordpuzzels: ‘open plek in het bos’. Drie letters: tra. Vier letters: laar. Op een superoude kaart (bron kwijt) lees ik Villa Rheni, Villa Lhari, Nudo. Nu Rhenen, Laareind en Nude. Het bos van Huis Laar, Laar-zijn-bos? Villa Lhari stond vast op een open plek in het bos. Een bos met open plekken.

We lopen het bos door en komen bij de helling en kijken uit naar het noorden richting Veenendaal over de puinwaaier, de oranjebruine cirkel op de geomorfologische kaart, zie begin van dit stuk.

Het is nu zo lieflijk zacht glooiend, maar dit is dus een puinwaaier, zoals ook in de Alpen onder de bergen puinhellingen liggen die uiteindelijk lieflijk begroeid raken. Die puinwaaier is ontstaan net na het smelten van het ijs, of misschien wel gelijktijdig met het smelten van het ijs: dan zou het een kameterras kunnen zijn. Kan best, ik kan nergens vinden dat dit onderzocht is.

En dan komen we bij de graften. Die zijn uniek hoor: graften zijn terrassen, aangelegd door boeren om op de helling landbouw mogelijk te maken. De puinwaaier is immers erosiegevoelig. Toen boeren hoger en hoger de helling op gingen en bos kapten, kregen ze snel door dat na elke zware regenbui waardevolle vruchtbare grond wegspoelde. Ze stopten de erosie door langgerekte landbouwveldjes aan te leggen volgens de hoogtelijn met daartussen steilranden die ze beplanten met met meidoorns en andere struiken. In de hele wereld hebben boeren zelf dit wiel uitgevonden en terrassen aangelegd om landbouw op hellingen mogelijk te maken, maar het is bijzonder in het vlakke Nederlandse landschap. In Limburg zijn ook een paar plekken met graften en verder alleen hier dus. Ze worden nu in stand gehouden door het Utrechts Landschap en zijn een paradijs voor plant en dier. Op de foto zie je twee steilranden, dus drie terrassen.

Hier de graften op het AHN – met een groeve die de boel verstoort. Ik vind dit rijtje wel heel netjes gerestaureerd.

We kunnen hier het vervolg van de Utrechtse Heuvelrug zien over de spoorweg en de weg naar Veenendaal.

We lopen verder naar het oosten langs de rand van het bos. Hier en daar hebben we mooi uitzicht over Veenendaal, Ede, Wageningen. Wageningen? Raar is dat, voor mijn gevoel kijk ik naar Ede maar mooi niet dus. Ik verbaas me over de ligging van de haven, de sterflats en probeer me te oriënteren op wat ik zie. Het uitzicht is magnifiek; vooraan de boerderijen van Achterberg. In de verte ligt de haven en flats van Wageningen. Daar achter de Veluwe. Hier voor ons lag dus de honderden meters dikke ijskap, we staan op de plooitjes die door het ijs omhoog zijn geperst.

Aan de voet van de helling ligt Achterberg. Oude boerderijen liggen in een lint onderaan de helling lekker stevig op hellingzand, geelbruin op de geomorfologische kaart. Dat hellingzand bleef hier in de luwte van de berg liggen. Het hellingzand is ook de grens van nat naar droog. De stuwwal is nu begroeid met bos, vroeger met hei en hakhout. Akkers, bebouwing en wegen volgen precies het hellingzand, en de vlakke natte vallei is in gebruik als weiland, hooiland, wilgenbossen. Wat logisch allemaal. Mooi, zo’n systeem waarbij de mens precies gebruik maakt van de mogelijkheden van de natuur.

De grote diversiteit op kleine afstand maakt dat dit gebied al lang door mensen bewoond is. De oudste sporen van menselijke bewoning op deze berg zijn 140.000 jaar oud – Neanderthalers dus. Ongeveer 5000 jaar oud zijn de grafvelden, grafheuvels, nederzettingen: kenners hebben hier van alles gevonden maar ik zie niets.

Mijn voeten worden nat, linnen Palladiums lopen heerlijk maar zijn niet waterdicht. Bramen, pitrus, varens, eiken, berken: mooi afwisselend. Maar niet alles is mooi. We lopen hier achter de dierentuin vlak achter de twee pandavillas. Het gegil van apen en kaketoes maakt wandelen door dit deel van het bos vreemd. Ik vind het geen mooi bos: veel Robinia, Thuja, andere coniferen, resten van naaldhoutpercelen. Een rommeltje, en een bos moet uiteraard niet aangeharkt zijn, maar iets klopt er hier niet: teveel exoten, resten van een andere visie in een andere tijd.

We komen op een laan door dit bos, verhard met puin, scherven van tegels en granito, de Levendaalse Laan, de grote verbindingsweg tussen Rhenen en het voormalige Huis Levendaal of Leeuwendaal in Laareind. 

Verder naar het oosten verandert het bos in een volgroeid beukenbos, beuken met beukenblad op de grond en nog geen sprietje ander groen daartussen. Het hallestadium van beukenbos: een gotische kerk met majesteitelijke beuken als pilaren. Een groep bomen begroeid tot in de kruin met klimop duidt op water, een kwelplek, leerde ik van mijn opa.

In dit bos liggen resten uit de Tweede wereldoorlog: kazematten, loopgraven, hobbels en kuilen. Het beukenhout is waardeloos vanwege de kogels in het hout. Je kunt de bomen niet eens omzagen, want de zaag stuit steeds weer op munitie. Een tweede brede laan blijkt ook verhard met puin van baksteen tot granito vloerdelen: bedoeld voor tanks en terreinwagens wellicht? Ik lees er niets over. De bodem is bobbelig, langs de helling liggen lange geulen: loopgraven of relicten van graften?

De Grebbeberg is natuurlijk ook bekend vanwege het militaire ereveld. Het gedenkmonument ligt ten zuiden van de weg en het ereveld ten noorden. De roggeakker tussen de twee parkeerplaatsen van de dierentuin en van het ereveld was het schootsveld. Een overstekende vijand kon je gemakkelijk raken. Ik begrijp alleen niet waarom onze kazematten en loopgraven aan de vijandelijke kant van het schootsveld liggen, maar dat heeft vast iemand uitgezocht.

We lopen langs het schootsveld, achter het ereveld langs en komen in een mooi stuk oud loofbos. Over de weg ligt een wildbrug, dat is dus weer zo’n ding waar ik overheen wil, maar ik houd me in, echt waar, want ik begrijp best dat dat niet mag. Het is bedoeld voor dieren die heen en weer willen lopen tussen de Laarsenberg, Grebbeberg, uiterwaarden en Rijn. Maar, hoe vreemd, ook dieren mogen er niet over. De brug is dicht. Echt?

Boven de Grebbe staat een huis dat vroeger vast een sanatorium of zo is geweest, met relicten van een park met bankjes, parkbomen, rododendrons en een vijver. In dat huis is nog altijd een zwembad waar met name kinderen met een probleem leren zwemmen; kinderen die op een normale zwemschool het diploma niet halen, halen dat hier wel. Okidoki.

We steken de weg weer over en zijn weer in de buurt van de Grebbe en het restaurant. Ik weet niet zeker of ik helemaal de officiële weg volg naar het terras, maar die twee oude poortzuilen aan het begin van het diepe gat van de Zwitserse Vallei staan er niet voor niets. Koffie, en dan weer lekker naar huis fietsen. Heerlijke dag in de voorjaarzon!

Alle afbeeldingen

  • Uitzicht vanaf de Grebbeberg
  • Uitzicht vanaf de Grebbeberg
  • Hunneschans op de Grebbeberg
  • eikenhakhout op de Grebbeberg
  • Eikenhakhout op de Grebbeberg
  • Eikenhakhout op de Grebbeberg
  • Laarsenberg en Grebbeberg in 1870
  • graften
  • Grebbeberg geomorfologisch
  • Grebbeberg
  • Grebbeberg
  • Grebbeberg
  • Grebbeberg levendaalselaan
  • Grebbeberg
  • Grebbeberg
  • Grebbeberg

wandeltip: Wandelgids Grebbeliniepad