Ik fiets naar de landbouwenclave De Ginkel: drie oude boerderijen met twee schaapskooien, langs de Amsterdamse Weg een oude herberg. Voor iedereen die tussen Ede en Arnhem reist een welkome rustplek. Er liggen meer eenzame herbergen langs deze eeuwenoude weg: De Droedel en Planken Wambuis bijvoorbeeld. In vier uur kun je van Ede naar Arnhem lopen, en warempel, dan kom je elk uur een herberg tegen.

In de wijde omgeving niets dan uitgestrekte heidevelden en naaldbossen. De bossen zijn aangeplant om het stuifzand vast te houden, want in het begin van de negentiende eeuw lag hier de grootste woestijn van Europa. Tussen deze heide en bos liggen uitgestrooid over de Veluwe kleine landbouwenclaves meestal op een plek waar water uit de grond opwelt.

De Ginkel is de grootste, maar nog steeds niet groter dan een sportpark in een grote stad. Het ligt op een sandr tussen twee stuwwallen in, de stuwwal van Ede en de stuwwal van Reemst. Een sandr is een puinwaaier die is ontstaan doordat bij het smelten van de ijsvelden smeltwater een grote zooi aan materiaal meenam, van onder het ijsveld en van de stuwwal. Kijk naar de grote puinvlaktes onder de gletsjers op IJsland: nou, daar ligt de Ginkel dus op, en zo ziet IJsland er straks ook uit als het tien graden warmer is geworden na de klimaatomwenteling.

Ik heb de route ingetekend op de geomorfologische kaart: stuwwal is rood, sandr is roze, zand is geel en droogdalen zijn grijs. Het is in het veld niet moeilijk te herkennen. Hoogstens is het droogdal helemaal niet droog, integendeel, zonder ontwatering is het een moeras. Er liggen enkele bloedmooie meertjes die vollopen met kwelwater dat omhoog komt door de waterdruk vanuit de Veluwe. Vandaar dat dit een goede landbouwplek was, maar niet voor teveel mensen graag. Het noordelijke deel is te nat voor landbouw. Het levert pareltjes aan natuur op temidden van de droge heide. Hier is ook het begin van het Renkums beekdal wat hier volgens mij geen droogdal is uit het Weichselien maar stamt uit het Saalien. Dat is een ander verhaal.

kreelsepad op de geomorfologische kaart
dinoloket

Na De Ginkel loop ik het bos in, ik klim de stuwwal van Reemst op en ga richting Mossel. Het is een beetje bultig bos vol duinen. Dit moet allemaal stuifzand zijn geweest. Vroeger werd gedacht dat dit veroorzaakt is door eenvoudige bomen die teveel schapen lieten grazen door schapen tot er niets dan heide overbleef, en vervolgens het afplaggen van de heide om die in de potstal te gebruiken. Maar vergeet het kappen van bomen, hun grote commerciƫle schaapskuddes, de konijnenwarandes en het jagen door de Hoge Heren van Rozendael niet. Knappe lobby dat zij buiten beeld zijn gebleven bij het aanwijzen van de schuldige, en dat de kleine boeren met hun tien schaapjes de schuld hebben gekregen. Ook klimaatverandering heeft een grote rol gespeeld. Maar vertel mij niet dat de mensen vroeger zorgvuldiger dan wij met hun omgeving omgingen, want nee dat is niet waar. Ze waren alleen met minder.

Ik heb de route ook ingetekend op de bodemkaart. Een bodemkaart is altijd lastiger te lezen dan een geomorfologische kaart, en bovendien zie je op deze uitsnede goed dat bodem interpretabel is: de kaarsrechte lijn is te wijten aan verschil van inzicht tussen karteringsteams.

Kreelsepad op bodemkaart
dinoloket

Maar goed, we doen het ermee. Er staan teveel bodems op om het eenvoudig te houden (bovendien schemert het bos door de kaart heen waardoor er nog meer kleuren zijn, hoe verwarrend). De grote groepen zijn: oranje is podzol; geel is vaaggrond, bruin is enkeerdgrond. Podzol zijn uitgemergelde verarmde bodems. Op onze route lopen we over twee typen podzol: holtpodzol en laarpodzol. Holtpodzal ligt onder voormalige bossen; dit zijn nu de heidevelden en naaldbossen. Laarpodzol is de typische grond van natte vlakke weilanden. Vaaggrond zijn vage onontwikkelde gronden zoals duinen en stuifzand. Enkeerdgrond is eeuwenoud bemest akkerland. Deze route leent zich er echt voor om hiermee onderweg te oefenen en naar elkaar de lastige termen te roepen. ‘Kijk, laarpodzol’, ‘hier holtpodzol’. Maar eigenlijk moet je boren natuurlijk, want we zien de bodem nergens, alleen de huidige kunstmatige vegetatie.

Holtpodzol op stuwwal. foto: Mathilde, 2019

Mooi wandelboek: Wandelen rond Ede