De stuwwallen worden onderbroken door bressen. Ik zie drie types: gemaakt door het ijs zelf, door smeltwater of door een latere rivier.
Een bres is dus zoiets als een doorgebroken stuwdam. Een andere term is doorbraakdal of poort (maar een poort heeft een dak, vind ik). Het is een van de landvormen uit het Saalien.
Type 1, de ijsbres, een zelfverzonnen benaming, is het oudst en bijzonder want er is er maar eentje van in Nederland. Anderen noemen het een doorbraakpoort, doorbraakdal of hebben er geen woord voor. De bres is ontstaan doordat het ijsveld achter de stuwwal groeit en door zijn eigen stuwwal heen knalt en die dan opruimt door hem weg te schuiven. Een ijsbres stamt dus uit de groeiperiode van de ijsmassa.
De Rossummerpoort in Twente is zo ontstaan toen de ijstong van Nordhorn groeide.

Ook bij Steenwijk zie ik een ijsbres door het Steenwijker Heuvelland.

Ik vermoed dat in Nederland meer ijsbressen liggen, bijvoorbeeld bij Vriezenveen, maar daarvan is in de ondergrond voorlopig niets terug te vinden.
Type 2, de smeltwaterbres, komt het meest voor, maar is nog steeds best uniek. Ik ken er acht, waarvan zes op de Utrechtse heuvelrug. Deze bressen zijn ontstaan bij het smelten van het ijsveld. Als een ijsveld dat is omgeven door stuwwallen afsmelt, ontstaat binnen de stuwwal een ijsmeer. Uiteindelijk bereikt het waterniveau ergens de top van de stuwwal op zijn laagste punt, en begint eroverheen te stromen. Dit beginnende stroompje snijdt zich snel in het losse materiaal in, en slijpt een gat uit tot de diepte aan de benedenstroomse zijde bereikt is. Er ontstaat zo vrij snel een bres door de hele stuwwal heen met daaronder een puinwaaier. Het grootste voorbeeld hiervan is de Darthuizerpoort, maar ook de Elsterpoort en de Ginkelsepoort zijn leuk. De Valleipoort tussen de Grebbeberg en Wageningen zal ook zo ontstaan zijn, maar de huidige gigantische grootte ervan is ontstaan doordat de Rijn de stuwwallen weg-erodeerde.

Ik kan me bij het geweld waarmee smeltwaterbressen zijn ontstaan niets voorstellen. Toen ik op de middelbare school voor het eerst leerde over de ijstijd, leerde ik dat het ijs zich terugtrok aan het eind van de ijstijden. Ik stelde me iets voor als een leger dat zich terugtrekt. Maar het ijs liep natuurlijk niet naar huis, maar smolt. Wat een gigantische hoeveelheid smeltwater moet dat geweest zijn. Dat water zocht een uitgang, en dat was niet zo gemakkelijk want een ijstong was omgeven door stuwwallen die het ijs zelf had opgestroopt.
Waarom liggen er 6 op de Utrechtse Heuvelrug? Blijkbaar lag achter deze smalle stuwwal een grote binnenzee die verder geen kant uit kon. En misschien is de Utrechtse Heuvelrug ook niet de allerbeste dijk: vergeleken met de Veluwe is het een smalle stuwwal.
De grootste is de Darthuizerpoort. De Elsterpoort is ook duidelijk en mooi omdat daar geen asfaltweg doorheen loopt. De A12 is uiteraard door de wegknutselaars ook door een bres heen gelegd, want dat is handig bij het wegknutselen (de Driebergerpoort). Dan zijn er nog drie kleinere bressen op de Utrechtse Heuvelrug: de Soesterbergerpoort, de Doornsepoort en de Leersumerpoort. De namen heb ik zelf bedacht uit respect voor dit immense natuurgeweld.
Ook ligt er een bres door de stuwwal van Reemst: de Ginkelsepoort, ook een door mij bedachte naam natuurlijk. Wie fietst of loopt van Nieuw-Reemst naar Mossel steekt de bres over bij het heideveld halverwege de route. Ok, het is slechts een hoogteverschil van een tiental meter, maar onmiskenbaar. Een fietser moet na dit dal even doortrappen om bij De Mossel te komen. En kan op de terugweg lekker freewheelen tot het klimmetje vlak voor Nieuw-Reemst.
Tenslotte liggen er ook bressen door de stuwwallen tussen Nijmegen en Dusseldorf. En vast ook wel in Salland en Twente, maar die zijn mij (nog) niet bekend.
De meest gebruikte term is ijssmeltwaterdal, maar ik vind dat een onhandige term die niet aangeeft wat het is: een gat dwars door een stuwwal heen. Het gevolg van de ongelukkige term is dat in folders en boekjes over de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe deze poorten op een hoop gegooid worden met sneeuwsmeltwaterdalen oftewel droogdalen. En dat is onterecht. Niet alleen zijn de bressen honderdduizend jaar ouder en heel anders ontstaan, ze zien er in het veld ook heel anders uit. Een bres is een gat dwars door de stuwwal heen; een droogdal is een groot uitgevallen zacht glooiend droog dal ontstaan door smeltende sneeuw in het Weichselien.
In Engelse literatuur zie ik ‘gap in a push moraine’. Maar een stuwwal is geen moraine, een bres is wel een gap.
Tenslotte type 3, het rivierdoorbraakdal. Dit is het jongst en ontstaan doordat een rivier zijn loop geblokkeerd zag door een stuwwal. Hiervan ligt in Nederland een reusachtig voorbeeld: De Gelderse Poort. Deze is ontstaan toen de Rijn door de stuwwal tussen Montferland en Groesbeek knalde. Waarschijnlijk omdat er nog ijs lag tussen Arnhem en Nijmegen, en de Rijn dus niet rondom Montferland kon. Ooh, dan is hij dus uit het Saalien en helemaal niet jong. Daar gaat de theorie. Maar het blijft een rivierdoorbraakdal.

dit noemen we ook wel sandr, toch?
Sorry voor de eerdere reactie, ik dacht dat je op ‘pradolina’ reageerde. Maar nee, een sandr is geen doorbraakdal, ze liggen wel bij elkaar. De sandr is de puinwaaier onder de stuwwal en benedenstrooms van het doorbraakdal.