Vandaag een tekst uit 1335-1336 in het latijn over buurschappen rond Ede die tienden betalen aan graaf Reinoud II voor de ontginning van woeste gronden. Het is een prachtig handschrift, bijna 700 jaar oud.
English podcast
Ik vind ook een afschrift uit 1560. Waarschijnlijk moest een jonge klerk van zijn baas de rekeningen van de rentmeesters van Graaf Reinoud II uit 1335-1336 overschrijven in een dik boek. Die rekeningen waren toen al 225 jaar oud, dus alsof we nu de rekeningen van Napoleon uit 1800 laten overtypen. Ach ja, waarom ook niet. Of het was gewoon een schrijfles: schrijf dit maar even over, dat is nuttig. In elk geval, het voordeel is dus dat dit handschrift uit 1560 goed te lezen zou moeten zijn.
Op bladzijde 15 lezen we dat de officieren van de Veluwe Godefried en Jacob Berwijsch in 1335 en 1336 diverse bedragen ontvangen van de buurschappen rond Ede: Lunteren, Doesburg, Ede, Maanen, Bennekom en Wageningen. Ook ontvangen ze geld van Wekerom en Lunteren. Maar niet van Renkum, want daar waren de gronden overstroomd. Deze bedragen haalden ze een keer per zes jaar op. De datum noemen ze ook: op de zesde dag na St Martinus in de winter. St Martinus is 11 november, de zesde dag erna is niet 17 maar 16 november: je moet inclusief tellen, net zoals Pasen op de derde dag na Goede Vrijdag valt volgens de Bijbel terwijl we dat nu de tweede dag zouden noemen.
Al deze buurschappen (behalve Renkum dus) betalen novale tienden voor het ontginnen van woeste gronden. Dat zit zo: alle woeste gronden op de Veluwe waren van de graaf. Dat was zijn jachtgebied. Als buurschappen hun landbouwgebied wilden uitbreiden, kon dat dus alleen met zijn toestemming. Als ze die toestemming kregen, betaalden ze novale tienden, nieuwe tienden dus, voor het ontginnen van nieuw land. De hele rij buurschappen op de westhelling van de Veluwe betalen deze novale tienden in datzelfde jaar, dus ze breiden allemaal tegelijk hun landbouwgebied uit. Dat is interessant! Groeide de bevolking in die tijd? Was het klimaat gunstig? In totaal ontvangen de officieren op die dag 210 pond, 16 stuivers en 2 penningen. Dat klinkt als een groot bedrag die deze kleine buurschappen bij elkaar brengen.
Dit is de link naar de originele tekst in het handschrift uit 1336. Je moet scan 15 hebben, en dan links bovenaan.

Dit is de link naar het afschrift uit 1560. Je moet scan 12 hebben, en dan het middelste deel van de rechterbladzijde daarvan. Het bewuste fragment ziet er zo uit:

De wildwal van Wageningen naar Lunteren
Een nieuwe hypothese is dat we hier het begin zien van de lange wildwal. Het feit is dat deze buurschappen die op een rij langs het bos op de heuvelrug liggen, in hetzelfde jaar van de hertog gronden op de helling in pacht kregen om te ontginnen. Tot diep in de 19de eeuw was het normaal dat gronden die werden ontgonnen omwald moesten worden. Hier hebben de diverse buurschappen zo allemaal een stukje van de lange wal gemaakt, om zo de gepachte gronden af te bakenen van het bos dat nog van de hertog bleef. Vandaar die lange wal! Wow, dit vind ik wel wereldnieuws.
NB: Met hulp van Bob Kernkamp, archivaris van de gemeente Wageningen, is de transcriptie sterk verbeterd. Dank je wel! De vertaling is ook verbeterd met behulp van lezers die het latijn door ChatGPT en Google Translate gooiden. Dank!
Dit is een deel in Het Verhaal van de Sijsselt.
Chatgpt geeft schuur voor de eieren;
Ontvangsten van Godefridus en Jacob Berwijsch, ambtenaren van Veluwe, in het jaar 1355.
Eerst in het ambt Ede van de censen van de moerassen aldaar in de zesde maand van de winter: 14 pond, 4 shilling en 6 penningen.
Verder van de nieuwe censen van de moerassen in Doseborch in de parochie Ede: 8 pond, 8 shilling en 10 penningen.
Verder van de nieuwe censen van de moerassen Luntheren: 6 pond, 8 shilling en 7 penningen.
Verder van de censen in Wekerem van de nieuw land: 4 pond, 19 shilling.
Verder van de censen van de moerassen Luntheren later: 8 pond, 2 shilling en 5 penningen.
Verder van de censen van de moerassen in de parochie Redynchem: 22 shilling en 10 penningen.
Verder van de nieuwe grond van de graaf in de parochie Wageningen en Berinchem dit jaar: 43 pond.
Verder van de goederen van Johannes de Lobbeke dit jaar: 6 pond, 2 shilling.
Verder zijn de nieuw landerijen in Redinchem onder water gezet.
Verder van de schuur bij Aenstoet in de zesde maand van de geboorte van Johannes de Doper door Goswijnen aldaar: 4 shilling.
Verder van de nieuw landerijen Waegeninengherbroeck van de tienden aldaar: 14 pond.
Verder van de tienden van de nieuw land bij Manen: 4 pond.
Verder van de kolon Johannes de Bryne in de zesde maand van de geboorte van Johannes van de schuur: 4 shilling.
Totaal van dit ambt: 210 pond, 16 shilling en 2 penningen.
Dit klinkt logischer dan de Google vertaling. Het enige is: je gaat uit van mijn transcriptie van de latijnse tekst. Ik heb vast fouten in die transcriptie gemaakt, want het is lastig oude tekst te lezen als je niet weet wat er staat….
Google translate:
Ontvangst van Godefrid en Jacobus Berwijsch-officier van Velue in het jaar 1.000.300.35, van de zesde oven tot het sanctorum, dezelfde datum werd gegeven in het jaar één Revoluto.
Eerst in het kantoor van Ede, van de taxaties van de moerassen, daar op de zesde dag van de winter, de 14e, het 14e pond van 33 vaste stoffen, 6 denarii.
Zo ook de jouwe van de nieuwe taxaties van het moeras in Doseborch in de parochie van Ede 8 pond 8 vaste stoffen 10 denarii.
Zo ook de jouwe van de nieuwe taxaties van het Lunterenmoeras 6 pond 8 vaste stof 7 denarien.
Ook uw beoordeling in Wekere van de novalen daar, 43 pond, 19 vaste stoffen.
Op dezelfde manier werden uit de schattingen van het moeras van Lunteren achteraf 8 ponden, 2 vaste stoffen en 5 denarien gegeven.
Evenzo uit de taxaties van het moeras in de parochie van Redynchem: 22 vaste stoffen en 10 denarii.
Ook uw nieuwe landhol in de parochie Wagheningen & Berinchem dit jaar 43 pond.
Ook de jouwe van de goederen van Jan de Lobbeke dit jaar 6 pond 2 vaste stoffen.
Ook de schepen van Redinchem verdronken.
Ook van de kudde te Aenstoet in het zesde jaar van de geboorte van Johannes de Doper bij Goswijnen zijn er 44 vaste personen.
Ook de novelle Waegeninengherbroeck over tienden ibiden 114 libra.
Ook over de tienden van de novalien in Manen iviii libra.
Ook van Johannes de Colonus van Bryne, in het zesde jaar van zijn geboorte, Johannes van Ovili iii solidi.
Het totale bedrag van deze dienst was 10 pond 16 vaste stoffen 2 denarii.
Dank voor het meehelpen! Google is nog niet zo goed in 14de eeuws Veluws latijn, maar toch haal ik er wel wat zinnigs uit. De kudde te Aenstoet klinkt beter dan de eieren. En de zesde dag van de winter klinkt ook goed.