Is er verschil tussen hoogveen en laagveen? Of groeit hoogveen in Hoog Nederland en laagveen in Laag Nederland, en is het echt zo simpel? Nee. Lees met me mee.
Het verschil, zo lees ik, is gebaseerd op de manier van afgraven: laagveen groef men nat af onder water, hoogveen groef men droog af boven water. Maar nou het mooie: hoogveen komt voort uit laagveen. Eerst ontstaat laagveen, daar bovenop kan hoogveen groeien.
Technici delen veen dus in in laagveen en hoogveen, wetenschappers in topogeen en ombrotroof. Dat vind ik lelijke woorden die ik niet kan onthouden, en ik vervang ze per deze (tijdelijk) door grondwaterveen en regenwaterveen.
Grondwaterveen groeit in grondwater: natte laagtes zoals kustvlaktes achter de duinen, oude rivierbeddingen, uitblazingskommen, komgronden. Het type grondwater en de grondsoort bepaalt welke planten daar kunnen groeien: wilgen, riet, zegge, populieren, berken, mossen. Die planten sterven af, de plantenresten komen onder water, verteren daar slecht en hopen zich op: veen. Grondwater is voedselrijk, dus dit veen ook. Dat noemen we eutroof veen.
Als dit een tijdje doorzet, groeit het geheel boven het grondwater uit. Een ander mos voelt zich daar thuis en begint te groeien: veenmos. En nou komt het wonder: veenmos kan meters hoog uitgroeien. Het vormt dan bovenop het grondwaterveen dikke veenkussens die uitsluitend nog met regenwater worden gevoed. Behalve veenmos groeit er nauwelijks iets anders tussen, hoewel overal bomen ontkiemen en andere planten zich vestigen natuurlijk, maar groot en welvarend worden ze niet. Het veenmos groeit maar door en kan wel 10 meter hoog worden. De onderste delen sterven daarbij af en die afgestorven laag is veen. In regenwater zitten verder geen mineralen, dus dit is voedselarm veen. Dat noemen we oligotroof veen.
Grondwaterveen = eutroof en topoloog is dan ongeveer laagveen, regenwaterveen = oligotroof en ombrogeen komt ongeveer overeen met hoogveen, maar ik mag die handige korte termen niet gebruiken…. van wie eigenlijk niet? Laten we het eenvoudig houden:
laagveen = topogeen veen = grondwaterveen = voedselrijk = eutroof = bomen, riet, zegges etc
hoogveen = ombrotroof veen = regenwaterveen = voedselarm = eutroof = veenmos
Maar dat is dus NIET laagveen in het lage deel van Nederland en hoogveen in het hoge, want het lag beide overal, maar op elkaar. Eerst laagveen, dan hoogveen.
De veenkussens van het hoogveen vormen grote bollen die hoog boven het oorspronkelijke land uitstijgen. Het oorspronkelijke beekdal of ven waar het proces is begonnen ligt daar onder. Op Noord- en Zuid Holland lagen kussens van wel tien meter hoog en vele kilometers in doorsnede. West-Nederland torende boven de zee uit en lag helemaal niet onder zeeniveau.
Op de volgende kaart is hoogveen bruin. Dit is Nederland 800 nC.

Hebben we dat allemaal als turf afgegraven? Niet helemaal maar wel zo ongeveer.
In het begin was alles hoogveen. Dit ontgon men als landbouwgrond. Men groef slootjes om het te ontwateren en ging boekweit verbouwen. Om de bodemvruchtbaarheid te verbeteren (veen is voor de stadstuinierder pure humus dus pure vruchtbaarheid, maar dat is niet zo: het is veel te zuur) zette men het in de fik. Al in 1554 had Karel V verboden om hoogveen in brand te steken, desondanks verbrandde men eeuwen lang velden veen. Daardoor werd het hoogveen droger, klonk het in en droog hoogveen oxideert snel weg. Pas rond 1930 is deze brandcultuur, pure roofbouw, verboden. Toen was er al meters hoogveen afgefikt, ingeklonken, weggeoxideerd, als CO2 de lucht ingevlogen.
Zo tekent Sgrooten de Drenthse hoogveengebieden in zijn atlas uit 1500. Meer over deze atlas (met link naar vindplaats).

Nu de turf.
In de veengebieden in West-Nederland zette men eerst de hoogveenkussens om in landbouwgrond, vervolgens groef men het af voor de turf, en daaronder zat laagveen in water. Dat laagveen baggerden ze eruit. Zo ontstonden langgerekte veenplassen met smalle dijkjes ertussen. Ooh dat vinden we nu zo mooi, en zo echt Hollands, maar het is pure roofbouw, het is land dat te ver is afgegraven, omgezet in water. Met een beetje wind verdwenen de dijkjes in het water, groeiden plasjes aaneen, werden golven hoger, en groeiden de plassen uit tot ontembare binnenzeeën. Het Haarlemmermeer was wel het ergst en het droogmaken daarvan was lange tijd onmogelijk met de bestaande techniek. Op school heb ik geleerd trots op te zijn op die droogmakerijen: zie, God schiep de wereld maar de Hollanders schiepen hun eigen land. Maar dat die binnenzeeën waren ontstaan door slecht landgebruik, dat werd er ons niet bij verteld.
Dus die prachtige Nieuwkoopse plassen waren eens hoogveen, toen hoge droge akkers, toen weidegrond en tenslotte zijn de waardeloos geworden te natte gronden afgegraven voor turf. Tot het land water was geworden. Sukkels zijn we.
Meer over wat we zien op deze kaart.

Dit blog gaat niet over het veen in West Nederland, dit blog gaat over ijs-Nederland en de hoogveenbulten van Drenthe en Overijssel horen daarbij. Ook in Noord-Nederland ligt veen, en ook dat verhaal lijkt in niets op het verhaal van de Nieuwkoopse plassen. Maar ik kom uit Twente, en veen is niet ‘mijn ding’. Ik weet niet veel van veen en in boeken over het ontstaan van het landschap in Nederland sla ik de hoofdstukken over veen meestal over (ahum de veenkoloniën in Drenthe en Groningen vind ik wel het saaiste landschap dat we hebben gemaakt). Als bestuurslid van Waterschap Vallei en Veluwe hoor ik regelmatig over veen (ivm de peilbesluiten) en ik ben dus mijn achterstand in kennis aan het inhalen. Nou lees ik over oligotroof, mesotroof en eutroof veen, over landvaren, darinkdelven, de boekweitbrandcultuur, bovenveencultuur, topogeen en ombrotroof, rheotroof, gliede, over van alles. En schrijven over een onbekend onderwerp legt haarfijn de hiaten in kennis bloot. Dus nou denk ik: Waarom brandde men veen af voor men boekweit ging verbouwen? Hoe kon je zo’n brand in de hand houden als turf zo’n fijne brandstof is? Wat is zwart en wit veen? Ik lees over moerneren en vervenen en lees nog even door. Waarbij ik alles wat over West-Nederland gaat probeer over te slaan.
Onverwacht stuit ik op een proefschrift over veenontginningen in het Hunzedal bij het Lauwersmeer. Op p. 20 staat al dat ons beeld sterk is bepaald door onderzoek in West-Nederland. Gooi alles wat je langer dan 20 jaar geleden geleerd hebt overboord en kijk met frisse blik naar nietwest-Nederland.

De hoogveengebieden in Drenthe en Overijssel werden afgegraven totdat men op de zanderige ondergrond kwam. Dan was het veen op en het land droog. Hier deed men dat voor eigen gebruik en kleinschalig, maar in de 19de eeuw werden de Drentse en Overijsselse hoogveengebieden van staatswege ontgonnen.

De bovenste laag van een veenkussen is geen goede turf. In sommige gebieden was men verplicht om die laag apart te houden en na de vervening terug te brengen op het land. Dat kon dan geschikt gemaakt worden voor landbouw. Daar zaten bestuurders met een lange-termijn blik.

De veengebieden in Noord-Nederland zijn misschien wel veel eerder ontgonnen dan die in West-Nederland, tenslotte schrijven de Romeinen al over de Friezen en hun terpen. Dat was toen al een dicht bevolkt gebied, en die hoogveenkussens waren perfect voor landbouw. De terpen waren daar te klein voor en in gebieden die elke 12 uur overstromen verbouw je geen graan.
Ik raak, al lezende, wel meer en meer overtuigd dat er geen turf in potgrond hoort.
Ah, eindelijk een beschrijving van hoog- en laagveen, ontstaan en exploitatie, die in mijn hoofd kan beklijven. De vele door mij ingenomen verhandelingen van academische specialisten brachten mij steeds weer in verwarring.
Erg bedankt.
Wat een heldere uitleg en heerlijk recht door zee. Ik zie het landschap voor mijn ogen ontstaan.
Groet van een mede-waterschapper!