Een stuifcel is een gebiedje waar de wind het zand heeft weggestoven en een eindje verder als een duin heeft neergelegd. Waar het zand verdween ontstond een kom, die we een uitblazingskom noemen. Die ligt in Nederland typisch ten zuidwesten van een stuifzandgebied. Een stuifzandgebied, uitblazingskom en duinen horen bij elkaar. Samen hebben ze de vorm van een ei. Ik noem dat een stuifei, anderen een stuifcel. Hier zie je een aantal van die eieren: blauw zijn de uitblazingskommen, het zand is geel, de hoogste duinen zijn bruin. Aan de noordoostkant wordt elk ei afgesloten door een kamduin. Dit is wel een supervoorbeeld hoor, kan zo in een leerboek.

Het stuiven houdt op als de grondwaterspiegel is bereikt, als er een keienvloertje is gevormd of als mensen bomen planten.

Stuifcel met water

Een tweede moment dat het stuiven ophoudt kunnen we op het Leersumseveld zien. Hier is al het droge zand weggeblazen tot de (schijn)grondwaterspiegel werd bereikt. Nat zand stuift niet.

Ik probeer het in een tekening weer te geven:

In die stuifcellen liggen vaak vennen. Deze vennen zijn vol gegroeid met veen en dat is er vervolgens uitgebaggerd voor de turf. Vervolgens is het nog een tijdje een privé pretpark geweest waar je kon kanoën, zeilen, motorcrossen en zwemmen, en nu is het al weer bijna 100 jaar een heerlijk natuurgebied.

Ook in de Overasselte en Hatertse vennen bij Wijchen liggen vennen die uitblazingskommen zijn. En ook die zijn nat. Net zo’n verhaal als het Leersumse Veld dus.

De volgende afbeelding is bij de Kunstbunker bij Paasloo die op de terp staat in het midden van de afbeelding. Ook hier is het stuiven gestopt toen het grondwater werd bereikt. Ook hier liggen de duinen aan de noordoostkant – dus de overheersende windrichting was uit het zuidwesten.

Stuifcel met keienvloertje

Dat keienvloertje vergt meer uitleg. In de vlakte (voor het stuiven begint) ligt fijn en grover zand tot soms grind door elkaar. De wind stuift het fijnste zand uit. Het grovere zand en het grind blijft liggen en zakken naar beneden tot ze het fijne zand afdekken en beschermen tegen verdere uitstuiving. Dat is in de vlakte bij Mossel gebeurd, denk ik, want grondwater is hier niet in de buurt.

De bodem in zo’n uitblazingskom is vaak niet zo best: de vruchtbare mineralen en humus zijn weggestoven. In de uitblazingskom bij het Mosselsezand groeien wat armzalige berken; voor dennenbos was dit stuk niet geschikt. Een korstmossenvlakte noemen ecologen dit. Er zijn vast meer stuifeieren met keienvloertjes. Maar het meeste stuifzand is beplant met bomen, en dan zie ik dat grind niet meer liggen.

Stuifcel met bos

Tja, dan is er nog een derde manier om het stuiven te stoppen: bomen planten. En dat is op uitgestrekte delen van de Veluwe gebeurd, zodat ik nu niet meer kan zien of er een keienvloertje is gevormd.

Alle afbeeldingen

  • Uitgestoven laagte met berken
  • Stuifzandeieren in het Ginkelse Zand
  • uitsnede AHN