De Haarlemmermeerpolder, Flevopolders, Noordoostpolder en Polder Mastenbroek zijn polders. De eerste drie zijn ook droogmakerijen. Wat is het verschil tussen een droogmakerij en een polder?
English podcast
Wat is een polder?
Een polder is een stuk land met een eigen waterbeheer. Een gemaal of stuw houdt de waterstand op peil. In Nederland liggen duizenden polders. Het Binnenveld was eens het Polderdistrict van Wageningen en Bennekom, die beheerden 15 polders in het Binnenveld.
Wat is een droogmakerij?
Een droogmakerij is een stuk land dat voorheen water was: Haarlemmermeer, Beemster, Schermer – waterplassen ontstaan door wanbeheer in veengebieden die werden drooggemalen. Het idee is eenvoudig: dijk eromheen en pompen maar tot de badkuip droog is. Dat kan met poldermolens of met gemalen.
En nou komt het: zodra de droogmakerij droog is, wordt het een polder. Molens of gemalen pompen het water eruit, en blijven dat doen, want de droogmakerij ligt lager dan de omgeving. Kwel is vaak een groot probleem.
Droogmakerijen, een goed idee?
95% van de Europese droogmakerijen ligt in Nederland. In Nederland liggen ongeveer 175 droogmakerijen – dus in heel Europa blijkbaar 185. De oudste is het Achtermeer bij Alkmaar, drooggelegd in 1533; de grootste is met 540 km2 de oostelijke Flevopolder.
Droogmakerijen zijn een staaltje beheersing door de mens over de natuur. Het is de basis van een groot deel van ons land. Ze leveren de beste landbouwgronden. Dus we zijn er trots op.
Maar is het wel zo slim geweest om meren droog te malen en het land meters onder NAP te gaan gebruiken? Ons land zakt, de zeespiegel stijgt: de badkuipen worden steeds dieper. Aan het bemalen zal nooit een einde komen. Ik begrijp best dat we in Noord- en Zuid-Holland niet anders konden hoor. De Haarlemmermeer werd een ontembare binnenzee die grote stukken land opat. Dat we dat meer zelf hadden gecreรซerd door mismanagement, ok, maar droogmalen was daar de juiste oplossing.
Maar elders? Waarom zijn er droogmakerijen (hoewel klein) in Friesland, Groningen en Overijssel? Om mee te doen met Holland?
Was er een andere oplossing om land aan te winnen? Ja misschien wel: opslibben stimuleren. Ik laat nog maar eens het plaatje zien van de IJsseldelta:

Aangezien de Zuiderzee pas ontstaan is rond het jaar 1200, is deze delta in 700 jaar ontstaan – IJsselmuiden tegenover Kampen, is aan zee ontstaan. Strookje voor strookje heeft de stad Kampen de aangeslibte kwelders ingepolderd. Als we even gewacht hadden met het droogmalen van de Noordoostpolder, was Schokland aan het land gegroeid.
We zien op dit plaatje drie droogmakerijen: de Noordoostpolder, Flevopolder en de Koekoek in polder Mastenbroek. Die Koekoek is een veenafgraving die is drooggemalen. Ook daar: hoeveel heeft het opgeleverd dat we dat veen hebben afgegraven voor turf (en wie is daar rijk mee geworden?), en hoeveel kost het dat we dat nou tot in den eeuwigheid moeten bemalen (en wie betaalt dat?)?
Aanslibben was de normale manier om land aan te winnen langs de rivieren, Waddenzee, Zuiderzee en Zeeland. Het heeft veel meer land opgeleverd dan droogmakerijen (tot de Flevopolders) – zie nog maar eens de IJsseldelta. Maar ook in Oldambt langs de Dollard:

De donkerbruine kwelder is buitendijks. Die is het hoogst – maar die gaan we niet inpolderen, dat blijft natuur. Gaan natuurbeheerders pleiten voor afgraven als hij zo hoog wordt dat de natte natuur plaats maakt voor droge? Vast. Vroeger ging men juist daar wonen, hoog en droog.
Afgezien van die buitendijkse kwelder: achter de zeedijk zien we stroken aangeslibte kwelders die zijn ingepolderd. De drie nieuwste zijn heel duidelijk, maar verder landinwaarts zien we de sporen van oudere dijken. Dit inpolderen van buitendijkse kwelders gaat best snel: de Dollard is ontstaan rond 1300, en de laatste polder is gemaakt rond 1900.
Op de hoogtekaart van Oldambt zien we een meer. Dit was het Huningameer, een meerstal, dus een natuurlijk meer (niet door wanbeheer ontstaan) tussen hoogveenkussens. In 1636 is het drooggemaakt, maar de bodem was te zuur en leverde geen fijne landbouwgrond. Dit is met tienduizenden karrevrachten kalk verbeterd en werd geschikt voor rozen. Nu is het het diepste deel van het meer bij Blauwe Stad. Twee dieselgemalen zijn nu vakantiehuisjes.
Langs de Waddenzee zien we dezelfde geschiedenis. Buiten de zeedijk slibben kwelders op, mensen stimuleerden dat (tot het niet meer mocht), en polderden de kwelder in zodra het kon. En dan begon het proces opnieuw.

Op deze uitsnede staat ook een droogmakerij: ten oosten van dat slakvormige meer (Schildmeer) rechts onderin. Daar ten oosten van lag tot 1900 het Meedhuizermeer. Dat is drooggemalen en ingepolderd tot Polder Nieuw Oosterbroek. Ook daar was de veengrond niet geschikt voor landbouw. De bodem is toen verbeterd door een terp in de buurt af te graven en daarmee de polder te verbeteren.
Misschien ben ik wat suggestief, maar dat inpolderen van aangeslibte kwelders lijkt mij veel logischer en duurzamer dan het droogmaken van een meer.

Ideetje (wild idee): we stimuleren het aanslibben van buitendijkse kwelders en gaan daar wonen en geven de diepste delen van ons land op en maken daar wonderschone natte natuur van. Zoals dat diepblauwe laaggelegen gebied (geen droogmakerij, gewoon verzakt door ontwatering) bij Dongeradeel ten westen van het Lauwersmeer.

Wisselpolders
Langs de Westerschelde doet men onderzoek naar kansen voor wisselpolders. Dat zijn binnendijkse opslibpolders. In de zeedijk wordt een gat gemaakt, de polder er achter slibt op, en als hij voldoende is opgeslibt, maakt men het gat dicht en is de volgende aan de beurt. Een super interessant idee dat gevolgen bij een doorbraak van de zeedijk echt verkleint.
En kijk niet alleen naar de zee. Er komt nog veel zand aan uit de Alpen tot die helemaal zijn afgesleten, dus laten we het gebruiken om ons land te verhogen in plaats van het naar zee af te voeren.
Ik heb een vuistdik oud boek over de polders van Nederland, maar dat is niet meer verkrijgbaar. Ik zie op bol twee nieuwe boeken over polders, maar die zijn beide van Andries B.V. die dagelijks 10 boeken met AI publiceert. Daar maak ik geen reclame voor.