In de 18de eeuw was het lijnpad bij Eck en Wiel langs de Rijn een bijna onneembare hindernis. Lees met me mee.

Podcast

English podcast generated with NotebookLM

In vroeger tijden voeren op de rivieren schepen vanzelf de rivier af met de stroom mee, of ze zeilden, of ze werden geholpen door roeiers die het schip stuurden. De rivier op, tegen de stroom in, werd het schip getrokken door paarden die op het lijnpad liepen dat aan een kant van de rivier lag. Een kant, niet twee. Dat was natuurlijk op de hoge oever, dus in een buitenbocht. Voorbij die buitenbocht werden de paarden bij een overslag naar de overkant gebracht. De paarden liepen dus van buitenbocht naar buitenbocht. Het werkte, men was er aan gewend maar nu zouden we het veel gedoe en veel tijdverlies vinden.

Het werkte niet altijd en niet overal. In het verslag van de Rijnvisitaties uit 1749 en 1752 komen we een mooi voorbeeld tegen over het lijnpad bij Eck en Wiel.

Elk jaar gingen twee commissarissen van de Gelderse Rekenkamer in een boot de Rijn af om die te inspecteren. Daarvan maakten ze een verslag. Die verslagen liggen in het Gelders Archief.

Premium inhoud

Betalende abonnees zien hier de twee verslagen uit 1749 en 1752


Verder met het openbare blog.

Landmeter Willem Leenen maakt in beide jaren het verslag. Van de lastige situatie met het lijnpad bij het veer van Eck en Wiel maakt hij een mooie tekening en legt het probleem goed uit. Ik raad je aan de twee platen te openen in een nieuw venster en naast de tekst te leggen, want anders is de rest echt niet te volgen – dat geldt zeker voor de podcast.

1749

De paarden lopen op de zuidoever van G naar H en trekken de boot mee. Daar kunnen de paarden niet verder dus worden losgemaakt van de lijn, lopen via F over de bandijk naar A bij het veer. Daar steken ze de Rijn over naar B terwijl de boot in het water blijft wachten. Dan maken de lijndrijvers de lijn weer vast, en trekken de paarden de boot verder van B naar C. Dan worden de paarden weer van de boot losgemaakt, lopen terug naar B, gaan met het veer weer naar de zuidoever en lopen naar D, dan worden de paarden weer aan de boot vastgemaakt en gaan ze verder naar E en verder.

Hier in schema:

Mensen mensen wat een gedoe, daar moeten ze uren mee bezig zijn geweest. Het probleem is dat de paarden op stevige grond moeten lopen, op de hoge oever van een buitenbocht dus en niet over een natte aangroeiende waard. Die lijnpaden waren dus slim gekozen, en de paarden staken over bij overslagen. Op deze kaart zijn er twee overslagen: Bij A-B staken de paarden over naar de noordoever en bij C-D gingen ze weer terug naar de zuidoever. Maar (dat schrijft Leenen hier niet maar wel in 1752) de overslag bij C-D werd niet veel meer gebruikt. Blijkbaar was het handiger om de paarden terug te laten lopen naar het grote en drukke veer bij A-B.

Maar nou het probleem dat Leenen signaleert: bij H kunnen de paarden niet verder uitsluitend omdat daar een horde – een hek zonder doorgang – staat waar ze niet langs kunnen. Dat is de enige oorzaak van deze omweg. Als daar een hek met doorgang gemaakt zou worden, zouden de paarden bij H naar A door kunnen lopen, overvaren, lopen van B – C, weer overvaren, en dan lopen van D – E. Nog steeds een gedoe, maar dat hoorde erbij. De eigenaar van het land bij H doet moeilijk – privรฉbelang won het ook toen al van publiek belang.

We gaan verder met het verslag van 1752, drie jaar later, want dan is dit opgelost natuurlijk. Mooi niet.

1752

Integendeel, er is een probleem bij gekomen. De situatie met het hek bij H is nog net zo, dus het hele voorgaande verhaal kun je hier kopiรซren.

Maar de paarden kunnen na al dit gedoe niet doorlopen naar E, want tussen K-L (rechts van de windroos) is een lange heg gemaakt dwars over het lijnpad zonder doorgang . Dit openbare lijnpad is onbruikbaar geworden omdat iemand een heg had geplant. Blijkbaar was dit een machtig man, want klagen hierover had niet geholpen.

De lijndrijvers hadden zelf een oplossing bedacht: ze hadden het lijnpad op de noordoever (onderaan dus) van B -C verlengd tot J. Zo konden de paarden doorlopen tot J, waarbij ze het schip meetrokken tot Z – het schip bleef uiteraard altijd een eindje achter. Dan liepen de paarden terug naar B, gingen met het Eckenwielse veer terug naar de zuidoever, liepen via de bandijk en door de waard boven de nieuwe heg naar E, en daar konden ze de lijn weer vastmaken.

Slimme lijndrijvers. Maar ongelooflijk dat het zelf maken van een nieuw lijnpad gemakkelijker was dan via de bestuurders voor elkaar krijgen dat de eigenaar van de nieuwe heg een doorgang maakt in zijn heg.

Lastig om me te verplaatsen in zo’n andere wereld hoor. Zonder de twee kaartjes van Willem Leenen was me dat niet gelukt.

Alle afbeeldingen

  • Lijnpad bij Eck en Wiel
  • Lijnpad bij Eck en Wiel
  • lijnpad bij Eck en Wiel