Dit klompenpad viel mij wat tegen. Veel asfalt, een lang aangeharkt stuk rond recreatieplas Bussloo. Het stuk ten noorden van de A1 vond ik wel top.
Dit artikel is ook (bewerkt) opgenomen in een boek van Wim Huijser over Klompenpaden – waar ik dus aan mee heb gewerkt. Hij vraagt me vast niet weer, maar ik ga geen lovende recensie schrijven als ik niet lovend ben.
De recensies op klompenpaden.nl zijn wel positief. Ben ik de enige die niet van lopen op asfalt houdt?
We beginnen bij de Wilpermolen in Posterenk en lopen de route met de klok mee. Hoe komt het dat de Wilpermolen in Posterenk staat en niet in Wilp zelf? De molen is hier gebouwd in de 17de eeuw en was inderdaad van Huis ter Wilp. De woonkern Posterenk verschijnt pas na 1900 op de kaart. Daarvoor stond de molen vrij aan de Enkweg. De Post was een boerderij aan het noordelijke deel van deze Enkweg, het kan zijn dat de naam is ontleend aan een grenspaal die hier stond. De paal op de enk. Tot het graven van de grote waterplas Bussloo – de voormalige graanschuur van de omgeving – was de molen commercieel in gebruik als graanmolen. Nu malen vrijwilligers zo nu en dan veevoer. Het is een van de oudste molens van Oost-Nederland. Overigens spreken inwoners van Posterenk zeker niet van de Wilpermolen!
Posterenk ligt in de IJsselvallei tegen de A1 aan. Ik hoor de weg een groot deel van de wandeling en kruis hem twee keer, maar dat vind ik geen probleem.

Het eerste deel van de route is ten noorden van de A1. Al snel lopen we in een bos en genieten we van de koelte onder hoge beuken van de landgoederen Grote en Kleine Noordijk. Dit zijn twee oude landgoederen die zijn ontstaan uit twee boerderijen, de grote en de kleine Noirtwijck. We gaan langs de oude moestuin van de Grote Noordijk die nu gerenoveerd wordt en kruisen de zichtlijn van het grote huis via een nieuw gegraven ha-ha: een geul die ervoor zorgt dat mensen in de tuin alleen de hoofden van ons wandelaars kunnen zien en verder niet gestoord worden.

Aan de oostkant van de Iordensweg is het bos anders van karakter: de hoge statige beuken maken plaats voor lager gemengd bos met braam als onderbegroeing. Een molensteen vertelt iets over de monnik Lebuinus die hier in de Middeleeuwen ook gelopen heeft en naar wie de kerken in Wilp en Deventer zijn vernoemd en aan wie een wandelroute is gewijd.

Via verrassende paadjes door landbouwvelden met restanten van het oude coulissenlandschap vol hagen en heggen, komen we in het Fliertdal dat is heringericht met mooie natuurlijke oevers langs de Fliert.

De Fliert begint in verschillende kwelplekken in het gebied rond Bussloo. De beek stroomt parallel aan de IJssel naar het noorden door een eigen dal dat ontstaan is bij een doorbraak van de grote rivier. Bij Deventer mondt hij, samen met de Oude IJssel, in de IJssel uit. Maar geen enkele waterloop stroomt door Nederland zonder menselijk ingrijpen. De beek is omgeleid en samengevoegd met de in de 14de eeuw gegraven Terwoldse wetering. Samen stromen ze naar het noorden en nadat zich nog vele andere weteringen hebben bijgevoegd, komen ze bij Hattem in de IJssel.
Ik ben dol op deze kleine beekjes die door ons land kronkelen, in de weg gezeten door onze landinrichting, maar steeds weer zijn eigen weg zoekend.
Dit is De Fliert op het AHN. Als ik het goed zie, zou hij van nature bij Deventer in de IJssel stromen. Maar dan hebben boeren niets meer aan dat water, en dus zullen ze hem hebben omgeleid om nog meer landerijen ermee te kunnen bevloeien. Verder naar het noorden stroomt hij samen met de Terwoldse Wetering, en allerlei andere beken en die komen allemaal bij Hattem uit in de IJssel.

Hier de Fliert op de kaart van 2024. Het deel dat naar de IJssel bij Deventer heeft gestroomd (denk ik) is dus weg. Dat heeft niet met de spoorlijn te maken, want het staat ook al niet meer op de kaart van 1815.

De route loopt helaas maar een klein stukje door dit mooie dal.
Opnieuw kruisen we de A1, dit keer via een geasfalteerd maar ongebruikt deel van een dubbel knooppunt, een herinnering aan een overbodige weg met gescheiden rijbanen van 400 meter lang op deze plek; het moet een van de kortste vierbaanswegen van ons land geweest zijn. Blijkbaar lag er een plan voor een nieuwe noord-zuid vierbaansweg en de aansluiting was alvast gemaakt.

Toen ik er liep, was de oostelijke asfaltbaan fietspad. Het kwam nogal rommelig over, maar zo te zien op Google Maps zijn ze ermee bezig en zo te zien rijden nu juist de auto’s op de oostelijke baan. Het wordt vast prachtig.


Wel eens beseft hoe groot zo’n knooppunt is? Ik trek wat lijntjes over en verschuif de kaart naar Deventer:

Allemaal verloren land, want in het gebied tussen de wegen kunnen we niet komen. En dan is dit nog een kleintje….. Gelukkig voor plant en dier levert de onderdoorgang van de Fliert een mooie verbindingsroute.
Dan beginnen we aan het tweede deel van de wandeling. We komen weer in het Fliertdal, passeren een rozebottelkwekerij – nooit eerder heb ik zoiets gezien – en lopen tegen de stroom in langs de Fliert. Mooi!

Bij de Knibbelallee gaat de routeverkorter rechtsaf en voert verder langs de beek. Dat moet mooi zijn, maar ik loop de hele route. Verder gaat het via doorsteekjes langs weilanden en akkers, waaronder een groot roggeveld, naar de Kneuterstraat. Knibbelallee, Kneuterstraat: de straatnamen wijzen op een verleden vol kleine lieden die hard werken voor een karig bestaan. De Wilpermolen in Posterenk zie ik van alle kanten.

In 1900 zou de wandeling mooier zijn geweest, maar dan had ik nog geen auto kunnen huren om erheen te rijden en van het gebied te genieten.

De route op de geomorfologische kaart. Blauw en roze is het recreatiegebied Bussloo. Geel en bruinig is dekzand, en aqua is de vlakte van de rivier.

De es of enk ligt dus op een dekzandrug, zoals overal in het oosten. Vervolgens hebben de boeren eeuwenlang plaggenmest opgebracht om de vruchtbaarheid te verhogen, maar daar komt niet de grote bolling vandaan.
Een mooi dubbel woonhuis blijkt een bijzondere geschiedenis te hebben als lagere school annex onderwijzerswoning, in 1872 gesticht en betaald door de weldoenster Theodora barones van Wijnbergen. Zij woonde in de 19de eeuw op het landgoed Bussloo en bekommerde zich om de bewoners in deze arme streek.
Bij de Breuninkhofweg steken we de Fliert nogmaals over.
Tenslotte bereiken we recreatiegebied Bussloo genoemd naar de voormalige Havezathe Bussloo die ook zijn naam aan een buurtschap heeft gegeven rond een kerk en een school. Van de havezathe is een ruïne over, maar onze route voert daar helaas niet langs. De havezathe wordt al in de 14de eeuw genoemd als het goed Ter Loe bij Ghiedele in Voorst. Een loo is een middeleeuws woord voor een open bos op zandgrond. Pas in de 18de eeuw verandert de naam in Buslo, inmiddels Bussloo.

De waterplas is ontstaan door het afgraven van zand ten behoeve van de A1 en de A50 en is nu een van de grootste en populairste recreatieplassen in de wijde omgeving. We volgen de oever en komen bij een strandtent in de rijksmonumentale boerderij Middelburg, met gracht en al opgenomen in het recreatiegebied. Hier steken we het water over via een voetgangersbrug. Uiteindelijk wandelen we terug naar de Wilpermolen in Posterenk.
leeg

Als kind plukte ik de rozebottels van de struiken in de plantsoenen. Mijn moeder maakte daar dan jam van.
Ik heb er nooit bij stil gestaan waar de rozebottels voor de fabrieksjam vandaan komen.
Warme winterse groet,
Rozebottelkwekerij?
Als voor rozebottels voor jam en/of siroop?
Of voor het kweken van inheemse rozenstruiken?
Mooi heldere omschrijving van het pad en de omgeving. Zonder verharding wandelen blijft het plezierigst.
Warme Winterse groet,
ja echt, rozenbottelkwekerij Kool. Als die rozen bloeien, zal het schitterend zijn. De takken met bottels worden gebruikt in bloemstukken.