Vroeger, heel vroeger, liep je naar een leeg stuk grond, hakte een paar bomen om en begon een boerderij. Of je voer naar een eiland en het was van jou. Maar op zeker moment werd Nederland regelland. Een van de dingen die ik me nu nauwelijks meer kan voorstellen, is dat geregeld was van wie een nieuwe zandbank in een rivier was. Misschien werkt het aan de Waddenkust nu nog wel zo, maar hier aan de Rijn is alles van Rijkswaterstaat.

Het recht op deze aanwassen en het maken van kribben om aanwassen te bevorderen stamt uit de 15de eeuw. De Rekenkamer van het Hof van Gelre beheerde de Rijn en had behoefte aan duidelijkheid wat van wie was. In 1603 werd daarom het recht vastgelegd, en daarbij hoort deze kaart van Bernard Kempinck.

Het is de eerste van een serie kaarten, waarbij de andere specifieke situaties verduidelijken. Van deze kaart bestaan nog twee versies, eentje in kleur en eentje gedrukt in het Groot Gelders Placaetboek deel 3 kolom 278. Daar staan ook de 55 regels opgesomd. De gekleurde kaart laat ik ook zien, en wel vooral omdat het handschrift van Kempinck hopeloos is en deze gekleurde kopie is gelukkig door iemand anders gemaakt.

Maar deze gekleurde kopie laat niet goed zien wat nou van wie is op de zandbank. Blijkbaar had de kopiist geen idee wat hij aan het kopieren was. Kempinck geeft dat weer met stippellijntjes op de zandbank. Ook omdat de gedrukte kopie in het Placaetboek meer lijkt op het origineel van Kempinck aanhoudt, doe ik dat ook maar.

Het Gelders Waterrecht behandelt aanwas en opkomende zanden, recht van kribben, en het raei-recht. Dat laatste gaat over het omgaan met geschillen bij de eerste twee rechten.

Artikel 1 is eenvoudig: al wat den stroom van selfs aen iemands landt slaet of spoelt, is met ‘er daet het sijne, nae de breedte sijnes landts. Het principe is dus duidelijk: als er land aangroeit in de rivier voor jouw land, is dat nieuwe land van jou. Daarna wordt het lastig. Want hoe meet je? Wat doe je met hoeken en bochten? Wat als er nog een hank, een klein stroompje water, tussen jouw land en het nieuwe land ligt? Het wordt allemaal keurig uitgewerkt. Nederland regelland.

Het Gelders Waterrecht kwam er in het kort op neer, dat een zandbank die aan een oever groeide, toekwam aan de eigenaar waar de waar aan vast groeide. Maar een zandbank waar je omheen kon varen, was van niemand dus van de Staat. Daarom was het hen er alles aan gelegen om te bewijzen dat ze zonder problemen rond een zandbank konden varen. En als ze zagen dat een landeigenaar op de wal een zandbank in de Rijn met wilgen bepootte of er een krib tussen zetten om zo de bank naar zich toe trok, dan werden de heren boos en trokken ze de bepotingen er weer uit. Bernard Kempinck had meerdere kaarten gemaakt waar hij dit exact in uitlegde. Hier een voorbeeld:

Nou kan ik de tekst die hoort bij de versie in 1603 niet vinden, wel de herziening in 1715. Immers, het Gelders Archief verwijst bij de kaart uit 1603 naar de herziening in 1715. Ik weet niet wat er veranderd is. In elk geval is in 1715 het schiereiland links, met de letters I, K L, N, van Joost. Ook al ligt een deel in het verlengde van het land van Baert, het nieuwe land schiet af van het land van Joost en raakt het land van Baert niet (artikel 3). Dus die heeft geen enkel recht op aanwas. Hij mag wel varen op het water in het verlengde van zijn land (artikel 4).

Het innemen van nieuw land was iets bijzonders. Er werd wijn en brood meegenomen, en er werd drie keer gerust. De eerste keer als de voorste wielen het water raakten, de tweede keer als de achterste wielen het water raakten en de derde keer als de voorste wielen het nieuwe land raakten. Daarna wordt doorgereden, en worden de paarden thuisgebracht. De wagen moet zes weken op het nieuwe land blijven staan (artikel 8):

Hij moet de bevaring doen met een wagen geladen met mest, gelijk een boer gewoon is naar het veld te rijden; daarvoor zullen vier of zes paarden gespannen zijn, die mogen worden geleid, gedreven of gereden, door twee voerlieden die op de paarden mogen zitten, of ernaast lopen zoals ze zelf willen. Ze moeten wijn en brood bij zich hebben. Eerst rijden ze een rondje over het oude land om de paarden te laten wennen. Dan zullen de voerlieden met de wagen door het water naar de zandbank rijden. De officier of zijn plaatsvervanger zullen onderweg drie keer de voerlieden halt houden om wijn te drinken en brood te eten; de eerste keer wanneer de voorste wielen van de wagen het water raken, de tweede keer als de hele wagen in het water is, en de derde keer als de voorste wielen de zandbank raken. Daarna mogen de voerlieden doorrijden de zandbank op. Daar zullen ze de paarden uitspannen, en met de paarden terugrijden, terwijl ze de wagen op de zandbank achterlaten die daar zes weken moet blijven staan. De wagen wordt met vier palen vastgezet. Als de wagen door hoog water of ijs wegdrijft of gestolen wordt, blijft de bevaring geldig.

Als een zandplaat beneden een kribbe ligt, wil dat nog niet zeggen dat de kribbe ook de oorzaak is van dat zand. Als dat wel zo is, is de zandplaat van de eigenaar van de kribbe. Of de kribbe de zandplaat heeft veroorzaakt, bepaalden ze zo (artikel 23):

Men zal van de kop van het hoofd, kribbe of ridse een bos hout in het water gooien; als het bos hout naar de oever drijft, is de zandplaat niet door het hoofd, kribbe of ridse ofgekomen; maar als hij naar het midden van de rivier drijft, is dat een teken dat de zandplaat door het hoofd, kribbe of ridse is opgerezen.

Als de overheid, het Landschap, een zandplaat wilde omvaren, was dat ook strikt gereguleerd (artikel 28 -31):

De bevaring moet worden gedaan met een marktschuit, die ten minste een lading tarwe laden en naar de markt voeren kan; bij een gewone waterstand, waarmee bedoeld wordt dat het water op 1 ½ voet na de laagste waterstand heeft; in de schuit zullen de officier of zijn plaatsvervanger zitten, met de gerichtsluiden en de schrijver en twee schippers; ze moeten rond de zandplaat varen zonder ergens de bodem te raken, want dat maakt de bevaring waardeloos.

Dit voorstel is in 1603 in de landdag aangenomen en was een vernieuwing van het oude waterrecht dat nog uit de 15de eeuw stamde. Het klink niet veel ouder, maar dat is grofweg 150 jaar daarvoor dus. In 1622 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd waarbij het aantal artikelen van 55 werd teruggebracht tot 34. In 1715, honderd jaar later dus, werd het weer herzien en nogmaals in 1767. En nu? Ik heb geen idee, maar ik denk niet dat dit waterrecht nog geldt. Ik kan me niet voorstellen dat een boer eenvoudigweg door een krib te leggen een zandbank in de Rijn mag inpikken. Nee, dat zal allemaal van Rijkswaterstaat zijn.

Wat opvalt: in de 17de eeuw werd land dat in de rivier aangroeide zoveel mogelijk in gebruik genomen. De rivier werd ingekaderd. Nu geven we de rivieren juist weer steeds meer ruimte.

Ik heb het waterrecht uit het Placaetboek overgetypt en met alle figuren erbij tot een prachtig document gemaakt. Premium abonnees kunnen dat downloaden op de downloadpagina.

Meer lezen over de Rijn en de uiterwaarden? Lees Het Verhaal van de Rijn. Liever een boek? In mijn boek Zandbanken in de Rijn duik ik in de Rijn die in de 17de eeuw opdroogde en hoe de Rekenkamer van Gelderland daarmee omging. Te koop als paperback en als eboek.

Alle afbeeldingen

  • Het waterrecht, kaart Kempinck
  • Gelders Waterrecht, Kempinck