Hier de oudste overzichtskaart van het Moftbos, van Thomas Witteroos uit 1570 (bron Gelders Archief).  Het Motfbos is het uitgestrekte bos tussen Ede, Wageningen en Renkum. Het noorden ligt rechts. Wie de link volgt, kan inzoomen op de kaart via de site van het Gelders Archief.

Kaart uit 1570
Het Moftbos GA 0012-1403-0001

Nieuw op dit blog: klik op een afbeelding voor een grotere versie. Het werkt nog niet overal, maar al wel in dit stuk.

Thomas Witteroos was karteerder, landmeter maar vooral schilder. Het deel linksboven met de stad Wageningen is schitterend getekend. De Generaal Foulkesweg was blijkbaar een kruisweg. Zijn kaarten zijn volgens kenners niet altijd even nauwkeurig, maar dat lijkt me ook bijzonder lastig in een bos.

De kaart is 59 bij 145 cm groot en gemaakt op perkament. Je ziet de genaaide naden lopen. Wat zou ik dat graag eens in het echt zien! Maar super dat het Gelders Archief deze kaarten gedigitaliseerd heeft (ik bespreek op dit blog alleen kaarten die iedereen thuis kan bekijken).

Het bos is groen, de omgeving is niet ingekleurd. Het kan best zijn dat er buiten de Moft ook bos lag, zoals in het noorden bij de Sijsselt en in het zuiden op de Wageningseberg. Aan de westkant lagen de enken van Wageningen, Bennekom, Hoekelum en Maanen. Aan de oostkant de enken van Harten en Renkum. Aan de noordoostkant de heide en struiken van De Ginckel. Kijkend vanuit nu is het verleidelijk te denken dat de zuidkant van het bos aan het klif ligt, maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. Waar het klif ligt van de Wageningse berg is op deze kaart niet te zien. Ten zuiden van het groene bos zie ik op dit haveloze beschadigde deel van de kaart een aantal wegen oost-west en een paar noord-zuid, twee wallen, bomen en daartussen geschreven Convent van Reijncoms hegge. Er lag vast geen hakhoutperceel in de zompige uiterwaarden. Maar hoe dit dan wel allemaal zat, is nog een puzzel waar een paar stukjes aan ontbreken.

In de zuidwesthoek tekent hij de Munckenkuijl. Wat dat voor kuil geweest mag zijn, is voorlopig duister. De kuil ligt aan de Wech van Waegeninghen nae Aernhem, maar welke weg dat is, is ook niet duidelijk: onderlangs, door het bos of de huidige N225?

Ik leid af van de vorm van inhammen dat vroeger het Moftbos vanaf dat punt langs de wildwal naar Bennekom liep en dat al in 1570 percelen waren verkocht. In het zuidwesten de Sallantsche Hegge, toebehoerende den Drossert van Waegeningen. En een eindje verder naar het noorden Dese Heetvelden ofte lant wil bechrensen Wolter Francken mette boemen en aansluitend Den Hongercamp toebehoerende den Drossert van Waegheningen.

Vandaar loopt de grens van het bos tot aan Bennekom langs Die Wiltgraeff. Bij Leeuwen heet die Die Leuer Wiltgraeff. Dan ben ik bij Benecom met de kerk en de molen. Voorbij T Huijs te Hoeklom heet de wal Maenens Wilt graeff, en dan ben ik aangeland in de NW hoek van het bos, bij Den wech nae Maenen. Ten noorden hiervan ligt Die Zijselt toebehoerende die kinderen van Zeger van Aernhem.

Ik ga de hoek om naar het oosten. De noordgrens van het Moftbos ligt bij een weg waarover Thomas schrijft: Dese wech coempt van Aernhem ende loopt nae Eede.

Dan ben ik in de NO hoek bij de grens met de Ginckel aangekomen, nu op het fietspad. Vanaf hier tot aan de beek is de grens onduidelijk: geen wildgraaf, geen weg. Het Moftbos, hier ver van de bewoonde wereld, ging zonder duidelijke grens over in het gebied van De Ginkel. Thomas schrijft: Het Ginckelsche Velt dwelck die van Ginckel gebruijcken voor haer gemient als eijgen goet. Nu is dit de driehoek tussen het spoor, de beek en de Bosbeekweg.

In de buurt van Nivonhuis De Bosbeek raakt het Moftbos de Renkumse beek (toen Hartense beek) en dat is nog steeds zo: het beekdal is hier smal en er is geen geschikte landbouwgrond alleen grasland. Even ten noorden van een huis buigt het er weer van af naar het zuidwesten en vanaf hier naar het zuiden ligt tussen het bos en de beek een strook bouwland (enck). Thomas noemt het huis op die plek de Hartense cappel, maar waarschijnlijk is dit Quadenoord en is dit waar de Bosbeek het beekdal oversteekt.

Het noordelijke deel van het de strook bouwland noemt hij Den Hartenschen Enck convents van Reijncoms lant. Dit was dus land van het klooster van Renkum. Dit klooster stond op de plek waar nu Parenco staat. In de 16e eeuw werd het klooster onteigend en de gronden verkocht. Dat zie je al gebeuren op deze kaart: meer naar het zuiden hebben de bouwlanden van het Convent verschillende eigenaren. De grens van het bos geeft Thomas aan met grote scheiboemen en boem tot gescheit. Een perceel is Die Heer van Aerssens struelle ofte landt, in de omgeving van Groensvoort tekent hij Die Vossenenck en Die Kortenberch. De vorm van die percelen is nog altijd herkenbaar in de vorm van het ONO.

Bij een Boom in questie maakt de grens een hoek, en in het andere handschrift (verdacht veel lijkend op het priegelhandschrift van Nicolaes van Geelkercken) staat er vervolgens Out Graefken dienende tot gescheit. Hierlangs een walletje dat even verder naar het zuiden afbuigt. Dit lijkt allemaal superveel op de kaart van Gielis uit 1550, van 20 jaar eerder dus. Was hier nog altijd, 20 jaar later, heibel over? Ook toen al duurden processen lang.

Het bos is niet egaal groen. Ik weet niet of dat met opzet is. Hoe kwam Witteroos in 1570 aan waterverf? Dat maakte hij vast zelf, ik heb geen idee hoe. Maar dan is het potje leeg, en moest hij weer nieuwe verf maken, en werd het kleurtje net iets anders. Maar het kan ook zijn dat de verschillende tinten groen bewust zijn gekozen. In het zuiden (links dus) op de Wageningseberg gebruikt hij een gelig groen, en laat daar nu zandgrond liggen: hier liggen duinen op de stuwwal, en die liggen nergens anders in de Moft. In de omgeving van Dickenberg gebruikt hij donkergroen, wat zou dat betekenen? Een dichter bos, een hoger bos, loofbos of juist naaldbos, vochtig bos? Een ontoegankelijk bos vanwege de zware onderbegroeiing? Ik heb geen idee. Wel is het aan de noordkant van de Dickenberg vochtiger dan in de rest van het Moftbos, dat is nog steeds zo. Er liggen daar vijvers, na een regenbui blijft water staan bij het Moesdel, hier en daar groeit er pitrus.

Dichter bos geeft hij aan met het aantal boompjes. Duidelijk is dat aan de westrand het bos is kaalgekapt door Wageningers, Bennekommers en Maaners. Ook aan de rand bij De Ginckel groeiden blijkbaar geen boompjes, maar dat kan aan de arme grond daar liggen.

Opvallend het aantal schutten aan de westelijke rand van het bos. Een schut is een schaapskooi, maar bij een schaapskooi denk ik aan een schuur waarin een herder zijn schaapskudde ’s nachts veilig stalt tegen wolven en dieven. In die tijd was het doel anders. Een scheuter sloot illegaal lopende schapen op in een schut, en dan kon de eigenaar zijn schapen vrijkopen. Dat was vooral een probleem met Wageningers blijkbaar: 10 van de 11 schutten staan daar in de buurt.

kaart 15 Wageningen
detail

Rondom het bos staan scheibomen. Die geven aan wat van wie is. Is dat handig, om een bos af te bakenen met bomen? Ja hoor: het bos zelf was hakhoutbos en dat werd elke tiental jaren afgehakt. De scheibomen natuurlijk niet. Witteroos zet in elk perceel (hegge) het jaartal van de volgende beurt. Op het detailplaatje zie je twee scheibomen naast elkaar, daartussen loopt een pad.

Ik vraag me af of Witteroos ook verschillende boomsoorten tekent. Kan ik iets van naaldboom en loofboom herkennen? Ach nee, naaldbomen lenen zich niet als hakhout: die stoelen niet meer uit. Loofbomen dus, wat dan ook. De scheibomen vind ik echt wel lijken op beuken of eiken, en terecht: je plant geen berk als scheiboom. Maar dan valt me het stuk linksonder op:

kaart 15

Onmiskenbaar een wilg begroeid met klimop. Dit is een deel uit een foto die iemand voor me van de originele kaart in het Gelders Archief heeft gemaakt. Die foto is scherper dan wat ik op mijn scherm kan zien. Boom in questie staat bij de eik of beuk, en daar links onder een wilg. En dat kan goed, want die wilg staat in het natte Renkums beekdal. Kan iemand de letters onder de stam van de scheiboom lezen? Ik denk een P te herkennen.

Nog meer leuke details in het bos: Bij de Dickenberg tekent hij een waterkolk. Zowaar, die staat 80 jaar later ook op de kaart van Van Geelkercken. Hij tekent een leemkuil in hegge Die olden leemkuijl, maar helaas niets in de hegge Die leemkuijll.

Verder zie ik in het bos uitsluitend boompjes. Heb ik iets gemist? Ik lees het graag. Puzzel mee!

En nu, 449 jaar na dato? Het bos ligt er nog net zo en is nu heerlijk wandelgebied.