Als we stoppen met het naar onze hand zetten van de natuur, wordt Nederland vanzelf beukenbos. Zegt men, maar dat ligt genuanceerder.
De beuk is nog niet zo lang in Nederland, maar hij wint. Waar beuken de boel overnemen, verdwijnt uiteindelijk de rest.
Een groot deel van Nederland? Kun je iets specifieker zijn? Jazeker, volgens het verspreidingskaartje komt het vooral voor in Drenthe, Twente, Achterhoek, Veluwe, Brabant en Zuid Limburg. Laten we zeggen dat het gebied van mijn blog, ijstijd-Nederland oftewel Pleistoceen-Nederland, bedekt raakt met beukenbos.
De rest van Nederland zal niet met beuken begroeid raken: de beuk is vrij kieskeurig wat betreft water en grond. Hij wil het niet te droog en niet te nat. Maar afgezien van dat eisenpakket is hij net zo invasief als de Japanse duizendknoop. En er groeit niks onder. Behalve Bochtige smele (een gras) en kussentjesmos. De plantengemeenschap is r45Aa5: Bochtige smele-Beukenbos.
Meer over plantengemeenschappen met veel foto’s.
Sorry dat ik stoor. Rechts op deze site staat een doneerknop voor 3 euro. Hiermee kopen Geert en ik kopjes koffie onderweg. Hoeft niet, mag wel.

Heel-Nederland-Beukenbos was een mooie theorie, maar hij is achterhaald. Er ontstaan immers altijd kale plekken en daar komt dan weer van alles op. Vanwege een bosbrand door blikseminslag bijvoorbeeld verjongt bos. Of omdat een oude beuk omvalt en in zijn val drie andere meeneemt. Omdat in een uitgegroeid beukenbos de bomen allemaal ongeveer even oud zijn – er komen geen jongere beuken tussen op want het bladerdek is dicht – vallen ze allemaal ongeveer gelijktijdig om.
Dit kun je prachtig zien bij de beukensingel rond Reemst waar elke keer als we daar komen weer meer beuken om liggen. Nog tien jaar en er staat geen een beuk meer langs de grens. Overigens een prachtig gezicht, die rij oude beuken in verval. Zeker op een koude winderige dag.
Ze vallen allemaal naar het oosten. Zou dat door de wind komen?
Even klikken op de plaatjes van de volgende galerij hoor, dit zijn de beuken rond Reemst: daar is het zo mooi, daar moet je vanmiddag heen.



Op kale plekken komen jonge beukjes op, maar ook allerlei ander lichtminnend spul en die winnen het in het begin. De jonge beukjes worden weggevreten door grote grazers, overwoekerd door struiken en snelgroeiende bomen. Het bos gaat zo door allerlei stadia heen die elk tientallen tot honderden jaren kunnen duren en waarbij in elk stadium andere bomen overheersen. Dus het duurt wel honderd jaar of nog langer voor zo’n open plek weer beukenbos is. En dan kan het slechts 100 jaar bestaan, want een beuk wordt in Nederland niet veel ouder dan 250 jaar.
Weet iemand hoe lang het duurt in Nederland voor een open plek een gesloten beukenbos is? Ik kan het niet vinden.
Een uitgegroeid beukenbos, met hoge bomen zonder onderbegroeiing alleen een dik bruin bladerdek, lijkt op een kathedraal. We noemen dat een beukenhallenbos. Schaminee noemt het r45Aa5 Bochtige smele-Beukenbos.
Je zou kunnen zeggen dat uitgegroeid beukenbos wandelt door het land: er zijn steeds weer andere plekken waar het bos is uitgegroeid tot een beukenhallenbos dat dan ook weer verdwijnt.
Oude beuken raken overgroeid met tonderzwam. Die groeien altijd met de onderkant naar beneden (zodat de sporen eruit kunnen vallen), dus bedenk zelf maar eens wat de volgende foto laat zien.

Ik vind beukenhallenbos prachtig, zeker in het voorjaar en herfst als zonlicht filtert door de kale takken. En dan lekker met mijn voeten door de bladeren.



Maar voor de biodiversiteit is het niks. Niet beter dan een maisveld. Alhoewel: een beukenhallenbos zit vol beestjes onder het bladerdek op de grond, zwammen op afstervende en dode bomen, en als een boom afsterft en omvalt ontstaat een oase aan biodiversiteit temidden van de beukenwoestijn.
Ik lees dat het kussentjesmos dat vaak onderaan tegen een beuk groeit in Nederland zich niet kan voortplanten. Wow, daar moet ik even over nadenken hoor: de sporen waaien uit Duitsland, en als zo’n spoor hier dan een geschikt plekje vindt onder een beukenstam in een beukenhallenbos, kan daar een kussentje groeien. Wat moeten er veel sporen verkwist worden zo. Mensen nemen de kussentjes mee naar huis voor een kerstbakje en gooien ze dan weg – niet meer doen dus.
Ik zie vaak kale plekjes met grind bij de stam onder een beuk. Dat zie ik nooit bij een eik, den of een linde. Ik lees dat dat komt door water dat afstroomt langs de gladde stam, en dan op de grond zachtjes wegstroomt waarbij leem en zand meegenomen wordt en grind blijft liggen.
De beukenbossen in Nederland zijn allemaal aangeplant. Want beukenhout brengt veel geld op. Ook daarin verschilt het niet van een maisveld.
Beukenlanen
Ook al die mooie beukenlanen zijn aangeplant als investering van de landgoedeigenaars (voor hun kinderen). Dus zo’n vervallen beukensingel rond Reemst, aangeplant door het echtpaar Van Pallandt – Torck halverwege de 19de eeuw – die dan 200 jaar blijft staan, dat was helemaal niet de bedoeling. Na 50 jaar had de boel omgehakt moeten worden en dan opnieuw aangeplant.



Nou, beter zo: geen winst voor Van Pallandt – Torck maar winst voor ons allemaal.
Ook in de Moft staat een mooi beukenhallenbos: in de Oostereng ten noorden van het arboretum aan de Keijenbergseweg. Daarom vandaag dit stukje: ik ben bezig met ons boek over De Moft.

Beukenhakhout
Ik typ beukenhakhout in bij Google en krijg ‘59.700 resultaten voor eikenhakhout, zoek in plaats daarvan naar beukenhakhout’. 59.700 resultaten voor eikenhakhout waar ik niet naar op zoek ben. Doorklikken levert 342 resultaten op voor beukenhakhout.
Beukenhakhout is dus zeldzaam, googelen is ook een manier om dat te onderzoeken!

Beukenhakhout dus. In landgoed Doorwerth zijn grote percelen beukenhakhout en dat maakt Doorwerth en aangrenzende bossen tot een ‘sterlocatie’ op de Veluwe. Eikenhakhout zie je hier overal, maar dat is een ander verhaal. Nu over beukenhakhout. Een niet zo fraaie foto zie je hierboven: mijn mobiel begreep niet zo goed waarop hij moest scherpstellen blijkbaar. Wat je ziet zijn dunnere beukenbomen die met meerdere tegelijk uit een stoof komen. Die stoof is blijkbaar meerdere keren afgehakt waarna hij weer uitliep. Een tiental jaren later kon je dan weer hakhout oogsten. Dat kon zo tientallen tot honderden jaren doorgaan met gebruik van dezelfde steeds ouder wordende stoven, totdat de moderne mens halverwege de twintigste eeuw anders besloot en geen beukenhakhout meer nodig had. De stoven liepen uit en de telgen groeiden door tot hoge bomen. Soms zie je dat dan een telg mocht blijven staan en de rest werd weggesnoeid: dat heet een spaartelg, en een bos vol dat soort bomen een spaartelgenbos. Dit is echt goed herkenbaar: je ziet dan een dikke knoestige stoof met daarop een dunne boom.

In dit beukenhakhoutbos zijn op veel plekken alle telgen blijven staan. Geen onderhoud meer aan gepleegd, verlaten. Nu zijn we er blij mee en hebben we iets dat zelfs op Europese schaal bijzonder is. Nou ja blij mee? Het wordt niet genoemd in een wandelgidsje, er staat geen infobordje bij, er is niks over te vinden op de site van Doorwerth.
Beukenhakhout werd gebruikt om houtskool van te maken. Eikenhakhout werd ook in de leerlooierij gebruikt. Ik weet niet of dat de reden is dat er veel meer van is. Misschien was het gemakkelijker, goedkoper, lukte het vaker, gingen er minder eiken dood. Ik weet het niet; internet geeft geen informatie, alleen dat Doorwerth bijzonder is vanwege het vele beukenhakhout. Volgende keer dat je daar bent: goed rondkijken dus.
Meer lezen over de omgeving van Doorwerth? In ons boek Wandelen in het Doorwerth van 1847 vergelijken we het Doorwerth van vroeger met nu. Het boek is te koop als paperback en eboek.

Interessant blog met een even interessante discussie.
Met plezier gelezen
Vriendelijke groet,
Beste Mathilde, ik waardeer je grote kennis over cultuur-historische landschapselementen enorm en vind het leuk dat je daar veel van deelt. Met mijn achtergrond in bos en natuurbeheer / ecologie vind ik dat je in dit artikel de plank wel een paar keer flink misslaat op dat gebied. Beukenbos gelijkstellen met een maïsveld en de beuk is ‘net zo invasief als Japanse duizendknoop’ slaat echt helemaal nergens op. En hoe kom je erbij dat de beuk ‘nog niet zo lang in Nederland’ is? De soort is oorspronkelijk inheems en komt volgens pollenanalyse al 5000 jaar hier voor. In de Middeleeuwen was het vermoedelijk een veelvoorkomende soort (getuige de plaatsnamen Boxtel, Boekel en Boekelo).
Het klopt hoor, beukenbos kan er erg eentonig uitzien, maar in beukenbossen komen heel veel paddenstoelen voor, die weer veel insecten en geleedpotigen aantrekken. Ook zijn er best wel wat vogel- en diersoorten die dankbaar gebruik maken van beukenbos. En, inderdaad, een beukenbos komt op een gegeven moment weer in een vervalstadium waarbij er weer verjonging door andere boom- en plantensoorten kan plaatsvinden.
Tja, ik heb het niet zelf bedacht hoor. Eerlijk gezegd dacht ik dat deze gedachte inmiddels gemeengoed was. Ik lees in veel literatuur dat de beuk hier als laatste is aangekomen, ongeveer 4000 jaar geleden. Ik lees dat hij door de mens sterk is bevoordeeld en door de mens zich sterk heeft kunnen uitbreiden. En wel omdat de beuk zich goed vestigt op open plaatsen, en dat waren plekken die de mens kaalkapte of brandde. Inderdaad was de beuk hier ook in het Eemien, en eerdere warme periodes, dus in die zin is hij inheems, maar dat geldt voor heel veel planten die hier nu niet voorkomen, want het klimaat is hier ijskoud tot tropisch warm geweest. Ik noem hem invasief, omdat hij andere vegetatie verdringt als hij ergens weet te vestigen en uit te groeien tot grote bomen met een dicht bladerdek. Op dat moment heeft hij weinig concurrenten meer.
Was niet zeker maar het zal wel de Hunnenschans heten en hier is de bodem löss. De Rijn vormde in de tijd van de Romeinen de noordelijke grens. Met diverse Romeinse legerplaatsen.
Ik ben niet overtuigd dat daar de bodem loss is. Bij Demoed lezen we dat loss gevonden wordt bij Rolandseck en De Zalmen: dat is ten noorden van het kasteel. Over De Duno wordt niet gerept. Maar ik ga er snel heen. Ik herken loss wel, alleen ligt daar op weinig plekken de bodem open en bloot.
De Rijn vormde inderdaad, in onze streken, de noordgrens van het Romeinse Rijk. Die grens noemen we de Limes, en die grens was, met name bij plekken waar de Rijn kon worden gekruist, beveiligd met castella (forten). Van Nijmegen naar Driel liep een Romeinse weg, en bij Driel kon de Rijn redelijk eenvoudig overgestoken worden (dat daar nog steeds een pontveer is is geen toeval). Maar Romeinse legerplaatsen aan de noordkant van de Rijn (Hunneschans)?
?
Nee de Hunneschans is geen Romeins kamp maar stamt uit de Middeleeuwen. Ik vraag me af of die helling uit loess bestaat, en daar ging de discussie om. Waar ligt loess bij Doorwerth? In Demoed staat dat het ligt bij Rolandseck en bij De Zalmen.
VIa Google vond ik een artikel uit 1910 van D.J. van der Ven: “Löss op de Veluwe”.
In twee delen geplaatst in “De levende natuur” nr. 15. Op pagina 14 staat: “De löss komt op de Veluwe hoofdzakelijk voor….. ……en reikt van Doorwerth tot Dieren.”
Dat wordt zoeken dus…… Ik zal het artikel opzoeken en lezen. Heb je een link?
In hetzelfde artikel (1910) schrijft D.J. van der Ven: “Jaren lang was de bruinroode grondsoort reeds bekend bij schilders en een zekere categorie van menschen bestempelden de löss met den naam van “Brusselse aarde”, welke zij voor schuurdoeleinden gebruiken. Men vindt daar de löss achter overbekende herberg “De Zalmen” en bij Rolandseck”. Daar ga ik eens kijken.
Ja, ik ook. Kijken en voelen: loess is geel (hier blijkbaar bruinrood) en voelt als leem aan, dus zacht en fijn als meel. Van der Ven schrijft ook over de typische bolvormige loessheuvels. Zouden de Tafelberg en Reigersberg in de Rolandseck loessheuvels zijn? In de afdaling van de Trapjes kun je misschien ook een ontsluiting vinden.
Overigens zag ik een paar weken geleden een mooie ontsluiting langs de Beekhuizerbeek, waar bij het witte huis halverwege een hotel wordt gebouwd. De ontsluiting is wel enkele meters hoog, maar ze waren er aan het werk en ik had het lef niet er te gaan kijken. Of daar loess ligt, weet ik niet, maar het zou kunnen.
‘k Heb het artikel naar me toe gehaald, en zal het je toesturen.
Dank, ik heb het binnen.
Artikel over het loss gelezen. Loss is een schuursel meegenomen door de noordelijke winden. Bij de stuwwallen aan de zuidkant werd de wind rustig en dwarrelden het loss naar beneden. Uitvoerig behandeld bij landschapskunde. Loss in Limburg is schuursel van een andere soort grond waardoor de samenstelling anders wordt.
Je schrijft: “Löss is een schuursel”? Een schuurmiddel? Met (scherp) zand, en dus ook met löss, kun je schuren, dienk maar aan “Zand, zeep en soda”. In het Engels is “schuren” dan ook “sanding”, en “schuurpapier” heet “sanding paper”. Maar om nou löss als schuurmiddel, “schuursel”, aan te duiden?
Het is een soort slijpsel net zoals de klei in de rivier.
‘k Hou het maar gewoon op löss. Een grondsoort die tussen zand en klei in zit,
Interessant! Ook de toevoegingen hier.
De reden dat er minder beukenhakhout is heeft met de grondsoort te naken. Als je een beuk ziet staan is de grond of leem of leemig zand of Löss. https://nl.wikipedia.org/wiki/L%C3%B6ss
Aan de hele zuidkant van de stuwwal vind je Löss dat is afgezet tijdens de ijstijd. Zand is voor eik, berk en naaldhout. Met deze kennis maak je een begin om het landschap te lezen.
hoi Harry, weet jij een plek in de omgeving van Doorwerth waar je de loss kunt zien?
Bij Heveadorp (Landgoed Duno) heb je een Romeinse kampplaats waar je naar Driel kan kijken. De helling naar beneden is een typische löss helling. Van Velp naar Rheden fietsen over de Arnhemsestraatweg zie je links allemaal beuken löss helling bovenaan begint het zand.
dank! Ik weet dat er loss ligt bij Rheden, en had gelezen dat er ook bij Doorwerth loess ligt, maar had het nog niet gezien. Het heeft namelijk een nogal opvallende gele kleur en dat ben ik daar nog niet tegengekomen. De volgende keer ga ik kijken (en voelen). Met de Romeinse kampplaats bedoel je neem ik aan de middeleeuwse Huneschans?
Zo duidelijk is dat onderscheid tussen klei en zand / tussen beuken- en eikenbos. geloof ik niet. Beide boomsoorten komen veel in dezelfde habitat voor. Er zijn best zandgronden met veel beuken. Maar als je van zand naar klei gaat neemt het aandeel van beuken doorgaans wel toe en dat van eiken af. Maar op beide grondsoorten neemt in de loop van de tijd het aandeel van beuken toe. In oude bossen op goed tot matig vochthoudende gronden (zand of leem of klei) blijkt beukenbos de climaxvegetatie te zijn.
Eens. Als je lang genoeg wacht hou je een bos met beuken over.
Om van huiden leer (“leder”) te maken moet je ze looien. Dat werd vroeger vrijwel uitsluitend met run gedaan. Run is gedroogde en in runmolens vermaalde bast van eikenhakhout. Run bevat looizuur en dat zorgt ervoor dat een huid, als gevolg van een chemisch proces, houdbaar wordt in de vorm van leer. De vraag naar run maakte teelt van eikenhakhout lucratief voor boseigenaren. Er is veel literatuur over dit onderwerp beschikbaar. Een goed begin is http://www.probos.nl/images/pdf/boeken/ScanboekHakhout.pdf
Beukenhout, al of niet als hakhout geoogst, is één van de betere houtsoorten om houtskool van te maken, maar in principe zijn alle houtsoorten hiervoor geschikt.