We willen foto’s maken van alle 46 Nederlandse plantengemeenschappen. Onze verzameling groeit al aardig. Doe je mee?

We gebruiken de twee boeken van Schaminee: 1 veldgids plantengemeenschappen van Nederland en 2 rompgemeenschappen. We hebben ons bij het het schrijven van ons boek Over de Vossenweg verdiept hierin, en bij de serie Het Merckendal weer, maar we zuchten wat af. De term veldgids deed iets anders vermoeden, en omdat G vegetatiekundige is (in elk geval hobbymatig) dachten we dat we het wel zouden kunnen, maar het heeft ons heel wat hoofdbrekens gekost.

Gids nummer 1 is paars, gids nummer 2 is geel. Nummer 1 is de basis, nummer 2 is de afgeleide. Nummer 1 gaat over plantengemeenschappen zoals ze in theorie zouden voor moeten komen volgens kenmerken zoals bodem en water (struikheide met stekelbrem), nummer 2 is wat we vaak zien in het veld (pijpestrootje met heide) door degeneratie. Samen zijn ze 6 cm dik.

Het boek begint net als een flora met een hoofdsleutel. De plantengemeenschappen van Nederland worden in vier hoofdgroepen ingedeeld.

  • Open water, moerassen en natte heiden;
  • Graslanden, zomen en droge heiden;
  • Kust en binnenlandse pioniermilieus;
  • Ruigten, struwelen en bossen.

Hieronder zitten 46 klassen van plantengemeenschappen. Die komen we niet allemaal tegen op onze fietstochten rond Wageningen en Renkum (oa geen kustvegetatie, zoutvegetatie, kalkvegetatie). Wat we gaan proberen is om van elke klasse die we tegenkomen, foto’s te laten zien van plekken.

De klassen zijn ingedeeld in verbonden en die zijn in associaties. En daar bestaan gedegenereerde rompgemeenschappen van, het gele boek 2 dat net zo dik is als boek 1. Maar als we zo diep duiken, wordt dit stuk veel te lang en hebben we jarenlang onderzoek nodig. Veldwerkers van de KNNV besteden al hun vrije tijd aan deze onderzoeken, en dat doen wij niet dunnetjes over. Dus net als bij de bodems, gaan we ons beperken. We duiken niet dieper dan de 46 klassen. Als dit nieuwe materie voor je is en als je het boeiend vindt, is dit een goede inleiding om zelf verder te duiken.

Open water, moerassen en natte heiden

r1 Eendenkroos-klasse

Dit is stilstaand water met daarin drijvende, kleine waterplanten: een vijver met kroos. In sommige vijvers bij Warnsborn en Lichtenbeek drijft kroos, zie foto.

r2 Ruppia-klasse

Dit is onder water waarbij het zoutgehalte over het jaar sterk varieert.

r3 Zeegras-klasse

Dit is onder zout water.

r4 Kranswieren-klasse

Dit is helder water met ondergedoken waterplanten.

r5 Fonteinkruiden-klasse

Dit is stilstaand matig voedselrijk tot voedselrijk water met wortelende, drijvende en/of ondergedoken waterplanten. Waterlelies, fonteinkruid, kikkerbeet.

r6 Oeverkruid-klasse

Dit zijn oevers die gewoonlijk onder water staan maar zomers vaak droogvallen. De bodem is geen veen en geen bladeren, maar zand en klei. Kenmerkend zijn lage rozetplantjes.

r7 Klasse van de bronbeekgemeenschappen

Dit zijn de door mossen gedominieerde bronnen van beken. Nou zijn de meeste bronnen in ons gebied door mensen uitgegraven en verdiept tot sprengen. Alleen bij Valkenhuizen ligt nog een heuze bron, dat volgens mij zo is verruigd dat deze klasse daar niet voorkomt: de Associatie van Paarbladig Goudveil zou zich daar kunnen ontwikkelen. Bij de spreng van Warnsborn zou met een ander beheer ook deze klasse zich kunnen ontwikkelen.

r8 Riet-klasse

Dit zijn voedselrijke moeras- of oeverbegroeiingen met grote grasachtige planten en moerasplanten. Deze klasse zien we bij de vijvers bij Warnsborn en Lichtenbeek. In het filmpje zie je het riet en rietgras zelfs zonder het filmpje te bekijken.

r9 Klasse van de kleine zeggen

Dit zijn voedselarme tot matig voedselrijke moerassen op organisch substraat met kleine zeggen. Zoals Schaminee zegt: dit zijn vaak juweeltjes: natte velden vol orchissen in het voorjaar. We verwachten deze klasse wel in de Jufferswaard en gaan ernaar op zoek.

r10 Klasse van de hoogveenslenken

r11 Klasse van de hoogveenbulten en natte heiden

Graslanden, zomen en droge heiden

r12 Weegbree-klasse

Dit zijn betreden standplaatsen. Kenmerkende plant is de grote weegbree (die dan vaak heel klein blijft en plat op de grond ligt). We zien dit op vele zandpaden overal onderweg.

r13 Klasse van de pioniersgraslanden op gruis- en steenbodems

Volgens Schaminee komt dit alleen in Zuid Limburg voor, maar hij schrijft dat deze klasse ook op antropogeen substraat voor kan komen. Het zijn pionierbegroeiingen met grassen, eenjarige kruiden en mossen op steen en gruis, zoals bijvoorbeeld, zegt Schaminee, de bovenkanten van oude, uit baksteen opgetrokken muren.

Muurtjes komen we hier en daar wel tegen bij tuinen, bruggen en duikers. Maar ik heb er nooit op gelet. Ik verwacht deze klasse ook wel bij het oude vliegveld Deelen. Op de foto is de grenspaal prachtig begroeid met mosjes. Ik weet niet of er ook grasjes op groeien, want de paal is 3 meter hoog.

r14 Klasse van de droge graslanden op zandgrond

Dit is open tot min of meer gesloten grasland op zand. Ik zelf vind grasland een rare naam, want gras is niet overheersend. Het zijn de dichtgroeiende zandvlaktes. Kenmerkend is het blauwgrijze buntgras, zandzegge, ruig haarmos, muurpeper en dergelijke kleine plantjes die pionieren op droog zand. Dit is mijn favoriete landschap.

r15 Klasse van de kalkgraslanden

r16 Klasse van de matig voedselrijke graslanden

Dit zijn weiden en graslanden op uiteenlopende matig voedselrijke bodem. Het gras is gesloten. Ik verwacht hier koeien.

r17 Marjolein-klasse

r18 Klasse van gladde witbol en havikskruiden

Dit zijn randen tussen bos en veld met planten als gladde witbol, hengel en havikskruiden. Geen foto, maar wel degelijk regelmatig gezien.

r19 Klasse van de heischrale graslanden

Dit zijn graslanden op een zure, voedselarme, matig droge tot vochtige bodem. Het gras is gesloten. Ik vermoed dat het vliegveld van Terlet hieraan voldoet. Vaak gaat het om gestoorde plekken in de heide, bijvoorbeeld langs paden.

r20 Klasse van de droge heiden

Dit zijn de struikheidevelden die in augustus – september zo mooi paars kleuren. Deze heidevelden komen we veel tegen met name in het noorden en oostelijke deel: de heidevelden in Plagdel, Delhuyzerdel, Terlet, Warnsborn en Papendal.

Hier even een uitstapje naar een rompgemeenschap. Een rompgemeenschap is een restant van een gemeenschap ontstaan door degeneratie. Bij de heidevelden is een bekende rompgemeenschap de velden met pijpenstrootje.

Kust en binnenlandse pioniersmilieus

r21 Muurvaren-klasse

Dit zijn oude muren met varentjes, met name muren met kalkspecie ipv cement. Deze klasse zouden we tegen kunnen komen bij duikers, putten en heulen. Maar ik heb er niet op gelet. Op mijn foto’s van heulen onder de Rijnspoorweg zie ik geen varentjes; Rijkswaterstaat gebruikt geen kalkcement. Maar er zijn vast meer plekken met oude muurtjes, bruggetjes, putten en dergelijke. De betonblokken op de Palenberg zijn prachtig begroeid met mos, maar of er varentjes tussen zitten?

r22 Klasse van de vloedmerkgemeenschappen op zeedijken en rolkleistranden

r23 Klasse van de vloedmerkgemeenschappen op zand en slik

r24 Helm-klasse

r25 Slijkgroen-klasse

r26 Zeekraal-klasse

r27 Zeeaster-klasse

r28 Zeevetmuur-klasse

r29 Dwergbiezen-klasse

Dit zijn kort levende inslag- en andere pioniersgemeenschappen op kale, vochtige vaak dichtgeslagen bodem. Kenmerkende soorten zijn russen, waterpostelein, borstelbies. Ik heb er niet op gelet, maar ik denk dat dit wel voorkomt onder in kuilen van oude zand- en leemgroeves. Bij Waterberg bijvoorbeeld, maar ook in de kuilen langs de Amsterdamse weg of in het Biessenbossche gat. Ik zal er beter op letten.

r30 Tandzaad-klasse

Dit zijn pioniersgemeenschappen op voedselrijke, droogvallende oevers en ruderale, voedselrijke standplaatsen.

Een typisch voorbeeld hiervan zijn dichtgeslibte karrensporen waar na een natte periode massaal waterpeper (proef een blaadje) groeit.

r31 Klasse van de akkergemeenschappen

Dit zijn akkers en andere regelmatig verstoorde standplaatsen. Dit zien we bij de boerderijen van Valkenhuizen en verderop lager in het dal op vele plekken. Het gaat niet om het gewas, maar om de planten die er tussen, naast en na groeien.

r32 Klasse van de ruderale gemeenschappen

Dit zijn meerjarige gemeenschappen op ruderale standplaatsen. Deze klasse komen we overal tegen waar mensen puin en rotzooi neergooien. We fietsen er de hele dag langs: wegbermen, bouwterreinen, spoorbermen, randen van tuinen. Planten zijn bijvoorbeeld bijvoet, Canadese fijnstraal, boerenwormkruid, kweek en gewone raket. Ik heb geen mooie foto’s.

Ruigten, struwelen en bossen

r33 Klasse van de natte strooiselruigten

Dit zijn strooiselruigten op vochtige, voedselrijke standplaatsen. Soorten zijn haagwinde, koninginnekruid, moerasandoorn, valeriaan, harig wilgeroosje. De plakken zijn nat en ondoordringbaar. De planten worden vaak omsingeld door lianen. We zijn dit tegengekomen in de Jufferswaard.

r34 Klasse van de nitrofiele zomen

Dit zijn voedselrijke zomen op veelal beschaduwde standplaatsen. Deze klasse is wijdverbreid langs wandelpaden in bossen waar mensen en honden lopen. Veelvoorkomende planten zijn de grote brandnetel, kleefkruid, hondsdraf, look-zonder-look en gevlekte dovenetel.

Hier een uitstapje naar derivaten. Derivaten zijn plantengemeenschappen die door een exoot zijn overgenomen. Onder deze klasse-van-de-nitrofiele-zones vallen twee derivaten die iedereen wel kent: ruigtes vol Japanse duizendknoop en ruigtes vol Reuzenberenklauw. Op de volgende foto twee varkens in de Dreijen bij Oosterbeek. Deze varkens zijn proefdieren: ze eten zich rond aan Japanse duizendknoop. Zo te zien lukt dat aardig, want in hun eigen veld is geen duizendknoop meer te vinden, maar eromheen wel.

2023

r35 Klasse van de kapvlaktengemeenschappen

Dit zijn kapvlakten in bossen waar soorten als wilgenroosje en vingerhoedskruid opkomen. Genoeg gezien, maar geen fotos. Kapvlaktegemeenschap vind ik een rare term, want impliceert dat het in de natuur niet voorkomt. Waar bomen omvallen door storm of ouderdom, ontstaat deze klasse ook.

r36 Brummel-klasse

Dit zijn braamstruwelen. Genoeg gezien en gevoeld aan mijn benen.

r37 Klasse van de brem- en gaspeldoornstruwelen

Dit zijn pionierstruwelen op droge tot vochtige zand- en leembodem. Kenmerkende soorten zijn brem en gaspeldoorn.

r38 Klasse van de kruipwilg en duindoornstruwelen

r39 Klasse van de wilgenbroekstruwelen

r40 Klasse van de doornstruwelen

Dit zijn struwelen vol Meidoorn, Sleedoorn, Gelderse roos, Hondsroos, Wilde kardinaalsmuts. De Jufferwaard staat er vol mee:

r41 Klasse van de wilgenvloedbossen en -struwelen

r42 Klasse van de elzenbroekbossen

r43 Klasse van de berkenbroekbossen

r44 Klasse van de naaldbossen

Dit zijn naaldbossen op zure, droge bodem. Kenmerkende soorten zijn grove den, struikhei en bochtige smele. Uitgestrekte naaldbossen komen in ons Merckendal voor met name in het noordelijke deel van het Papendal, Plagdel, Delhuyzerdel, Terlet en Papendal.

Een ander type is het jeneverbesstruweel.

Deze twee foto’s heb ik gemaakt bij de Borkeld langs de A1, die speciaal om dit bos te sparen een bocht heeft gekregen: de Bocht van Barkman.

r45 Klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond

Dit zijn loofbossen op voedselarme bodem. Kenmerkende soorten zijn de zomereik, beuk, ruwe berk, lijsterbes, blauwe bosbes en bochtige smele. Deze bossen zijn de normale loofbossen in ons gebied. We hebben hier veel foto’s van en duiken iets dieper de materie in.

De klasse wordt onderverdeeld in twee verbonden, waarvan de tweede alleen op kalksteen in Zuid-Limburg voorkomt. Het eerste verbond is het zomereik-verbond, nummer r45Aa. Dat betekent dat ook onze bossen zonder een enkele eik vallen in het Zomereik-verbond. Daar binnen zijn 5 associaties gedefinieerd, waarvan er vier in ons Merckendal voorkomen.

r45Aa2 Gaffeltandmos-Eikenbos

Dit is bos met laagblijvende eiken op zure, droge duinen in stuifzandgebieden. We zijn dit tegen gekomen in de Zwarte Bergen van het Plagdel, en andere plekken waar boeren zandverstuivingen zijn tegen gegaan door eikenhakhout aan te planten. Alleen: we hebben nog geen mooie foto.

r45Aa3 Berken-Eikenbos

Dit is bos met een open structuur op zure en voedselarme standplaatsen. Wij noemen het een armzalig berkenbos, met veel mossen en korstmossen er onder, en vinden het prachtig.

r45Aa4 Beuken-Eikenbos

Dit is gemengd loofbos op zand of lemig zand, voedselrijker dan het Berken-Eikenbos. Ik houd de grens tussen haarpodzol en holtpodzol aan: op sommige foto’s zie je niks van de voedselrijkdom, maar het is ook zooo droog.

r45Aa5 Bochtige smele – Beukenbos

Hier groeien alleen beuken zonder struiken eronder, alleen wat mossen en grasjes (bochtige smele). Net of je tussen hoge zuilen loopt, lekker met je voeten door droge bladeren slepen. Dat is dit:

Meer over beukenlanen en beukenbossen.

r46 Klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond

Dit zijn loofbossen op voedselrijke bodem. In deze bossen groeit klimop en de onderbegroeiing is rijk aan bosanemoon, bosandoorn, speenkruid en bijvoorbeeld gevlekte aronskelk. Dit zijn de bijzondere pareltjes waar het in het voorjaar geel en wit is van de anemonen. In Warnsborn kwamen we in een loofbos met bosanemoon. Maar die zijn op mijn foto niet te zien, terwijl de anemonen toen wel degelijk op die plek bloeiden.

Alle afbeeldingen