Thomas Witteroos tekent in 1570 een gedetailleerde kaart van het Moftbos op de stuwwal Ede-Wageningen. Het is een kaart op perkament van zo’n anderhalve meter lang met daarop alle heggen (hakhoutpercelen) en het jaar waarin een hegge weer gehakt mag worden.

kaart 15 Moft
Witteroos 1570 bron Gelders Archief 0012-1403-0001

Nicolaas van Geelkercken heeft 80 jaar later de kaart herzien met een kaart op perkament van 120 cm lang.

kaart 16 Moft
Van Geelkercken 1649 bron Gelders Archief 0012-1408

Ik heb uren op deze kaarten zitten turen, slapeloze nachten lang. Een van de dingen die mij stoorde is het gerommel op de kaart van Witteroos in de zuidoosthoek. Ik heb daarover mijn eigen theorie gevormd: Van Geelkercken heeft zitten kliederen op de kaart van Witteroos. Onvoorstelbaar maar waar. Het handschrift van Nicolaes is herkenbaar, de kleur van de inkt is zwarter. Hij tekent een Z-stippellijn met daarin een paar rondjes en wat teksten. Hij verlegt het Vrouwenpad.

Waarom? Geelkercken had als taak om de 80-jaar oude kaart van Witteroos na te kijken. Ik denk dat hij optimistisch begon: ach die kaart is nog best goed, hier en daar wat bijwerken en klaar. Dus hij begon een beetje te tekenen ter verbetering van de kaart van zijn grote voorganger.

Verschrikkelijk! Heiligschennis!

Wat ging er fout? Dat wordt duidelijk als hij enkele jaren nog een detailkaart maakt. Raesfelt kocht een stuk grond bij, de trijangel, en Nicolaes maakte ook daarvan een kaart. Hierop staat het eindpunt van de Z-stippellijn dat Nicolaes punt L noemt. Even ten zuiden daarvan ligt een kuil (het zuiden is links op al deze kaarten).

De Moft in 1650, kaart
De Moft in 1653 Van Geelkercken, GA 5633-1686-30

Punt L kunnen we dus intekenen op de kaart van Witteroos aan de hand van de stippellijn en kuilen die Nicolaes heeft gekliederd op de kaart van zijn gerespecteerde voorganger.

Waar ligt punt L in het veld? De overzichtskaart van Nicolaes geeft daar uitsluitsel over: de top van de trijangel ligt bij de seven huevels, die volgens mij de grafheuvels op de berg moeten zijn. We kijken in detail naar dat deel van de overzichtskaart van Van Geelkercken:

kaart 16 Moft
Van Geelkercken detail

Waar ligt punt L bij Witteroos? Ook al had Witteroos nog geen weet van punt L? Het geklieder van Van Geelkercken op de kaart van Witteroos geeft uitsluitsel: Hij tekent aan het eind van zijn stippellijn een rondje en dat zou dus overeen moeten komen met punt L op de tweede detailkaart. Dat is immers op beide kaarten het eindpunt van de stippellijn. Maar: dat klopt van geen kanten want is veel te ver naar het westen. Toch is de redenering waterdicht. Wat doe ik fout? Witteroos geeft op zijn kaart een duidelijke schaalstok, en Van Geelkercken kan goed meten en rekenen dus het moet kloppen wat hij inkliedert op de kaart van Witteroos. Dus waar gaat de redenering mank?

Van Geelkercken moet ditzelfde gedacht hebben: ik kom verkeerd uit, wat doe ik fout? Op zijn grote overzichtskaart heldert Van Geelkercken op wat er fout is gegaan: hij vermeldt dat Witteroos een andere maatstok gebruikt dan hij verwacht. Witteroos zegt wel ‘dit stuk is 80 roeden’ maar hij zegt niet hoe lang zijn roede is. Van Geelkercken en ik waren er beiden vanuit gegaan dat hij de normale gangbare Gelderse of Rijnlandse roede gebruikt, maar hij gebruikt een kortere stok. Dat verwacht je toch niet?

En toen zag hij in dat hij opnieuw moest beginnen, een eigen kaart moest maken. En daarom hebben we nu twee topkaarten van de Moft.