Zelfs in onze zelfgemaakte provincie Flevoland liggen resten uit de ijstijden. Kijk met me mee.

Zoals we zien op mijn tekening, lag Flevoland onder ijs in het Saalien toen dat op zijn grootst was. Dat ijs was wel een paar honderd meter dik.

Maar wat we op deze versimpelde tekening niet zien, is dat er ook keileembulten in de Flevopolder zelf liggen, zie de roze vlekken op de volgende kaart. De linker is Urk, dan Tollebeek, Schokland en het grote rechtervlak is Vollenhove.

Ik noem dit de Urker IJsrand (zelfbedachte naam). Dat kan niet anders dan een tussenfase zijn, vergelijkbaar met de Sallandse Heuvelrug en andere stuwwallen in Salland en Twente die ook ‘ertussenin’ liggen. Van het keileem bij Tollebeek zien wij, fietsers, niets – ik ben er speciaal heen gefietst.

Het eiland Schokland is een veeneiland, maar de kern is wel degelijk keileem – dat is nu het Schokkerbos rond het bezoekerscentrum. Daar heet een pad de Keileemweg en er is een plek waar gevonden keien bij elkaar zijn gelegd.

Urk ligt hoog op een keileembult, prachtig uitkijkend over de voormalige zee. Een echte vooruitstekende kaap. Kaap Urk.

foto
2026

In het water bij Urk ligt een grote steen die soms te zien is; ik ben er drie keer heen gefietst, en de derde keer: kassa!

foto
2026

De lokale jeugd klimt erop en springt eraf in het water en toeristen bellen soms de politie dat er een walvis voor de kust ligt. De steen heet Ommelebommelesteen. Er hoort een mooi verhaal bij over kindertjes: zoals ik geleerd heb van mijn moeder dat de ooievaar kindertjes bracht – dat bleek niet waar te zijn -, leren Urkse kinderen dat papa een baby’tje haalt bij de Ommelebommelesteen. Nou, dat werkt dan beter dan de ooievaar, want Urk is de gemeente met de meeste kinderen per gezin.

Het Van der Lijn reservaat

Bij het droogleggen van de zee kwamen ten noorden van Urk veel keien tevoorschijn. Dit bleken resten van een heuze eindmorene te zijn: het kleinere materiaal was er tussenuit gespoeld, en de keien bleven achter. Verder ken ik geen eindmorene in Nederland, dus dit is uniek. Dit is een aardkundig reservaat geworden, het Van der Lijn reservaat. We mogen er niet in, maar tussen fietsknooppunten 06 en 66 fietsen we er langs en kunnen we het goed zien.

Van der Lijn was geoloog en werkte bij het droogmaken van de Noordoostpolder. Als hij archeoloog was geweest, hadden we gedacht dat dit een Romeinse weg was. Het is namelijk net een weggetje. De keien zetten zich blijkbaar steeds beter tot een vrij glad oppervlak.

Van der Lijnreservaat
2026
NB: de fietstocht was mooi maar pittig. Ik had een OV-fiets in Kampen gehuurd en had een rondje Ketelmeer bedacht. Een prachtige tocht. Zo mooi, dat ik hem de week erna weer heb gemaakt. Echt een aanrader.

Bijzonder: in dit reservaat groeien prachtige jeneverbessen. Dat was ook een idee van Van der Lijn: dat deed hem aan een ijstijdlandschap denken. Tussen de stenen komen massaal jonge jeneverbessen op. Fantastisch.

Tja, dat is het eigenlijk wel wat de ijstijden in Flevoland betreft, want in de andere twee polders is niets uit de ijstijden zichtbaar.

Dit is een deel in het cluster Het Verhaal van Nederland.

Het standaardwerk dat mijn vraagbaak is bij dit blog is dit: Jongmans – Landschappen van Nederland

Alle afbeeldingen

  • oerstroomdalen in nederland
  • geologische kaart
  • foto
  • foto