Het Renkums Beekdal begint als fossiel dal in Ginkel beneden de Ginkelsepoort, een bres door de Stuwwal van Reemst. Volgens mij is dit alles tegelijk ontstaan.
Het fossiele beekdal was een van de mooiste plekjes die ik ken totdat er een mountainbikepad doorheen werd gelegd. Weg genieten.
Bij de A12 begint het water. Hier liggen twee sprengkoppen van de molenbeek in het dal. En de rest is bekend.

Vandaag vraag ik me af hoe dit bovenstroomse droge deel is ontstaan. De bres, de natte Ginkel beneden de bres in de stuwwal, het fossiele beekdal en nog een fenomeen waarover ik al langer pieker: ten zuiden van de stuwwal van Reemst ligt een prachtig pijpenstrootje-heideveld, de Puthei, met daarin een dal dat onder langs de hele stuwwal loopt.
Meer lezen over dit gebied? Lees de Sandr van Wolfheze over de kom tussen de vier stuwwallen van Ede, Reemst, Apeldoorn en Arnhem, met daarin het Renkums Beekdal en het Heelsums Beekdal. Of lees de Serie Het Merckendal waarin we alle zijdalen in het stroomgebied van de Heelsumsebeek in detail bekijken.
Ik vind dat er net iets teveel unieke fenomenen bij elkaar liggen om toeval te zijn. De vier horen volgens mij bij elkaar. Ze vertellen samen het verhaal.

Hier mijn hypothese.
Het dal in de Puthei = het Reemsterdel
Nee, voordat ik verder ga met mijn hypothese, wil ik eerst kijken of het in theorie mogelijk is wat ik denk van het dal in de Puthei – anders kan ik mijn hypothese in de prullebak gooien.
Filmpje van de Puthei. Een slecht filmpje, zoals meestal, door het lawaai van de wind en de regen. Sorry guys, ik vind dat humor. Sta ik daar enthousiast iets te vertellen, niemand die iets verstaat.
Ik maak een hoogteprofiel op het AHN van dit dal in de Puthei dat ik Reemsterdel noem (oude kaartenmakers noemen een droog dal zonder beek vaak een del).

Nou moe, zo goed kloppen plaatjes meestal niet. Het del loopt gewoon door naar het laagste punt van het beekdal, er ligt alleen een beetje zand in de weg bij de Zuid-Westhoek van Nieuw Reemst. Dat wilde ik even weten, en het klopt.
Het verhaal
Nu dan mijn hypothese:
We beginnen in het Saalien. Er lag ijs in het Mosselseveld en dat perste de stuwwal van Reemst op. Er lag ook ijs in de Gelderse Vallei en dat perste de stuwwal van Ede op. Daartussen lag een kom waar smeltwater van de ijsvelden zich verzamelde (het ijs kwam veel hoger dan de stuwwallen hoor), die we nu de Sandr van Wolfheze noemen. Dat smeltwater verzamelde zich aan de voet van de stuwwallen en stroomde verder naar de Rijn. Zo is het Renkums Beekdal ontstaan aan de voet van de stuwwal van Ede en van het noordelijke deel van de stuwwal van Reemst, en het dal in de Puthei is ontstaan aan de voet van oostelijke deel van de stuwwal van Reemst. Het dal in de Puthei, het Reemsterdel, stroomde uit in het grotere diepere andere dal.
Vervolgens ontstond de bres door de Stuwwal van Reemst die ik met een zelfverzonnen naam de Ginkelsepoort noem waardoorheen in een keer een grote hoeveelheid smeltwater het Renkums Beekdal in stroomde en waardoorheen vervolgens het hele ijsveld bij Mossel en Otterlo leegstroomde. Opzij van die stroom vleide in een rustig meertje klei neer, de basis van de natte gronden in de Ginkel. De hoofdstroom schuurde het Renkums Beekdal groot uit.
Na het Saalien kwam dit allemaal droog te liggen en in het Weichselien werden de dalen vloeiender doordat een bovenlaagje van de grond werd meegenomen bij het smelten van sneeuw en doordat dekzand alles met een zacht dekentje bedekte.
In het Holoceen zijn de zandverstuivingen met de uitblazingskommen en de duinen ontstaan.
Onder de grond stroomt water en dat voedt het benedenstroomse deel van het Renkums Beekdal: de Renkumsebeek.




Leuk. Al maak ik bezwaar tegen de vervanging van “dal” door “del”. ’t Is niet per sé onjuist, maar wel verwarrend. Maar goed, mij maakt het weer niet uit of op een kaart water nou van links naar rechs loopt, of andersom,
Is het verwarrend? Zo zie je hoe verschillend mensen denken. Een del is een laagte welke door sneeuwsmeltwater in de laatste ijstijd is uitgeslepen.