In veel bossen worden bomen op rabatten gezet. Rabatten zien eruit als grote aspergeruggen. Hier een AHN-uitsnede met rabattenbos in Ampsen bij Lochem.

Rabatten zijn dus greppels en ruggen. De ruggen zijn gemaakt met grond uit de greppels; op de ruggen kunnen boomsoorten geplant worden zoals populier, naaldhout en eik. Maar in Ampsen zag ik prachtige rabatten met twee en drie rijen beuken erop. Daar heb ik helaas geen foto van gemaakt.

Het leuke van de rabattenbossen bij Ampsen is voor mij, Veluwenaar, dat de greppels ook echt vol water staan:

Droog rabattenbos

Dat is op de Veluwe meestal niet het geval. Daar ligt de greppel vol blad en zie je als bosbouwleek (ik) dus niet waarom je al dat werk zou verzetten. Ik denk niet dat er vaak water in de geulen zal staan. Ik lees dat bomen op rabatten worden gezet om een betere ontwatering te krijgen, en dus in natte gebieden worden gebruikt. Maar op de Veluwe kan dat niet de reden geweest zijn. Wat dan wel? Irrigatie? Nee, dat lijkt me niet logisch, want dan heb je nog altijd een beek nodig waaruit je water kunt onttrekken om in de geulen te laten lopen, en hogerop de hellingen waar rabatten liggen is geen beek te vinden. Ik vermoed dat op de Veluwe rabatten gemaakt zijn om een dikkere laag vruchtbare humusrijke grond bij elkaar te voegen waar net aangeplante kleine boompjes in konden groeien.

Nat rabattenbos

Natte rabattenbossen liggen vaak in oude landgoederen. Dat is logisch. Ten eerste liggen landgoederen vaak in de natste delen van het land die niet voor landbouw geschikt waren. Daar lag wild land, wat de omwonenden natuurlijk best gebruikten voor van alles en nog wat, begroeid met wild bos, maar het was geen dure landbouwgrond. Die gebieden werden in Midden en Oost-Nederland veelal ontwikkeld tot landgoed. Of je nou wandelt in Twickel bij Delden, Westerflier bij Diepenheim, Ampsen bij Lochem, Hackfort bij Vorden of in de Gelderse Vallei: de landgoederen liggen allemaal op de natste gronden in de omgeving. Daar kon men jagen in de natte wilde bossen. In het voorjaar is het daar prachtig: speenkruid, boshyacinth, bosanemoon, lenteklokje, kievietsbloem: stinzenflora voor natte bosgrond onder loofboom waar het blad nog niet aan zit. De vegetatieklasse is vaak Eiken- en beukenbos op voedselrijke grond.

De natte rabattenbossen liggen dus in dit soort landgoederen. Al sinds de 18de eeuw worden ze beschreven. Hier nog wat AHN-uitsnedes van andere landgoederen met rabatten. Alle uitsnedes zijn op dezelfde schaal. Deze is Kranengoor, het oudste beschreven rabattenbos van Nederland.

Ook ligt bovenop de Lonnekerberg een groot rabattenbos, het is een en al rabat daar. Als kind dacht ik eigenlijk dat bossen altijd op rabatten lagen, want dit was het bos van mijn jeugd.

Soms gingen we wandelen in het Haagsebos, tussen Lonneker en Losser. En ook dat is een en al rabat:

In Wageningen hebben we ook een rabattenbos: het Dassenbos naast de campus van de WUR. Dat bos is een gemeentelijk monument. Niet vanwege de dassen daar, want die zijn er niet, maar vanwege de rabatten. En terecht want dit ligt wel echt bedreigd. Hier een uitsnede weer op dezelfde schaal als alle vorige:

Vergeleken met de andere bossen waar ik hier boven uitsnedes van geef, is dit wel een heel kleintje. Ik vind het bijna humor dat juist dat nou een monument is. Tja, je bent zuinig op de dingen waar je weinig van hebt.

boektoptip: Het verborgen leven van bomen

Alle afbeeldingen

  • Rabattenbos