Kokersluizen zijn sluizen waar je niet doorheen kunt varen omdat het een buis, duiker of lage koker is. Hieronder valt de oudste vorm van sluis: een buis met een klep ervoor. Het water kan er wel uit maar niet in. De oudste sluis van dit type is een holle boomstam met een houten schijf uit de Romeinse tijd – hoe holden ze toen een boomstam uit?
Kokersluizen is een van de drie typen sluizen. De andere twee zijn schutsluizen en keersluizen.
Nederland ligt vol kokersluizen. De meeste zien er ongeveer zo uit:

Of nog simpeler, zoals op de volgende foto, een duiker, een klep en een mechanisme om die klep open en dicht te kunnen doen.

Of je ziet eigenlijk helemaal niets, alleen een kastje aan het water dat aangeeft dat daar een sluis onder de weg ligt. Het zijn onopvallende elementen in ons land, je fietst er gedachteloos langs, erop rekenend dat het functioneert. Daar zorgt het waterschap wel voor.
De meeste kokersluizen gaan open en dicht met een schuif die omhoog en omlaag kan bewegen. Er is dus een bewegingswerk nodig. Hier een voorbeeld met een wiel. Deze sluis zit nu dicht -de stang steekt niet uit naar boven – en door te draaien draai je de stang omhoog. Het mechaniek is een eenvoudige bout met een moer, maar dan wat groter. Een schroefdraad met een wiel: ik ken geen andere sluis die zo bediend wordt.


Vaker zie je zoiets:



Deze sluis op de foto staat open want de stang steekt ver boven de tandwielkast uit. Dit is een heugelstang: een staaf met aan een kant tanden. Door aan een hendel aan de zijkant van de tandwielkast te draaien – daarin zit een tandwiel – beweegt de heugelstang naar beneden en sluit de klep zich die onzichtbaar in de koker zit. Ik zal hier eens een betere foto van maken, want deze is niks en het mechaniek is echt inzichtelijk.
Hier een sluis op een oude kaart uit 1525 van het Gooi. De sluis is een schot dat met twee touwen hangt aan een balk die opgedraaid worden met een windas.

Cleveringsluizen
Een ‘modern’ voorbeeld zijn de Cleveringsluizen in de Waddendijk bij Lauwersoog. Deze staan dicht bij vloed en open bij eb. Bij eb kan dan water vanuit het Lauwersmeer naar de Waddenzee stromen. Rond de sluis ligt een ballenlijn en als de sluis open staat wordt dat verder aangegeven met lichten en vlaggen. Want het is dodelijk gevaarlijk om dan in die zuigende stroming te komen. Als fietser zie je eigenlijk niks van het gebeuren: de gebouwen zijn hoog want de sluis werkt met hefdeuren (die dus opgetrokken worden). Van kilometers afstand zie je ze staan. Hier kijk ik er doorheen:

Dergelijke sluizen vind je op meer plekken langs de kust en in poldergebieden.
Ik lees dat in de toekomst zo nu en dan de sluizen langer dan strikt nodig open mogen staan, en dan stroomt zout water het Lauwersmeer in.
Munnekezijl
Dit lijkt op een oude Romeinse brug: baksteen, handwerk, vakmanschap. De sluis ligt over de Lauwers en is in de historie van dit gebied reuze belangrijk geweest voor de ontwatering. Die brug heeft 10 stroompijlers in het water, 11 booggewelven dus. In elke doorlaat zitten twee kokers die met houten luiken afgesloten kunnen worden. Volgens mij staan die nu dicht (ik voelde geen stroming bij het zwemmen maar ik ben vergeten er onderdoor te kijken). Je kunt boven over lopen en dan zie je bij je voeten plaatstalen deksels waaronder het mechaniek zit om die luiken te bedienen. Ik denk dat veel mensen denken dat je hier over een wat overdadig vormgegeven brug rijdt. Met recht een Rijksmonument.



Reitdiepsluizen
Het middendeel van de Reitdiepsluizen bij Zoutkamp is voor de scheepvaart, maar links en rechts daarvan liggen twee keer twee kokers als keersluis. Ik heb helaas niet zulke goede foto’s, en dat komt omdat er eigenlijk geen stoepje langs de rijbaan ligt. Terwijl het een razend drukke weg is. Op Google Streetview kan ik het ook niet goed zien.




Op de eerste foto zie je een van de vier kokers. Op de website van het rijksmonumentenregister staat dat er in elke koker drie stel houten deuren zitten. Een stel zou aan de zeekant van de koker zitten, zie de tweede foto, maar die deur is verwijderd. Twee stel deuren zouden moeten zitten aan de landkant van de koker, en die zouden tegen een stalen puntstuk dicht klappen. Het stalen puntstuk zie ik zitten, maar de deuren zijn weg. Jammer.
Op de tweede en derde foto sta ik op een vleugel buiten de dijk: ook baksteen en met hardsteen bekleed. Je ziet in elke koker twee verticale diepe schotbalksponningen in het buitenhoofd, buiten de deuren. Zo nodig kunnen daar balken in gezet worden en dat is handig bij onderhoud. De ruimte tussen de stapels schotbalken wordt dan opgevuld met klei, zodat werkers veilig aan het werk kunnen. Aan de andere kant in het binnenhoofd zitten die sponningen ook, vlakbij de brug zoals je kunt zien op de Google streetview foto.
Over dat hardsteen: dat zie je dus heel vaak bij oude sluizen en bruggen en dat is logisch want veel beter dan baksteen bestand tegen slijtage. Bruggenhoofden, hoeken en stroompijlers waar een schip tegenaan kan varen zijn eigenlijk altijd van hardsteen. En bij sluizen dus ook alles waar de deuren tegenaan komen. Dat is een gesteente uit het carboon in België en bekend van vele stoepen en vensterbanken in onze steden. Waar die vensterbanken massaal grijs geverfd worden, zucht kreun.
Meinerswijk
Ten zuiden van Arnhem liggen twee grote kokersluizen uit de 20ste eeuw.



Er is veel meer over kokersluizen te vertellen natuurlijk, maar dit lijkt me wel voldoende. Hiermee kun je tijdens een fietstocht wel voor de dag komen.
Dit is het beste boek in mijn boekenkast over sluizen.


