Onder ‘kokersluizen’ pak ik alle sluizen samen waar je niet doorheen kunt varen omdat de doorlaat een duiker of lage koker is (misschien kan het met een kano, maar niet met een zeilboot). Hieronder valt de oudste vorm van sluis: een buis met een klep ervoor. Het water kan er wel uit maar niet in. De oudste sluis van dit type is een holle boomstam met een houten schijf uit de Romeinse tijd – hoe holden ze toen een boomstam uit?

Nederland ligt vol kokersluizen. De meeste zien er ongeveer zo uit:

Sluis in Rosandepolder
Oosterbeek

Of nog simpeler, zoals op de volgende foto, een duiker, een klep en een mechanisme om die klep open en dicht te kunnen doen. Het zijn onopvallende elementen in ons land, je fietst er gedachteloos langs, erop rekenend dat het functioneert. Daar zorgt het waterschap wel voor.

Randwijk

De meeste kokersluizen gaan open en dicht met een schuif die omhoog en omlaag kan bewegen. Er is dus een bewegingswerk nodig. Hier een voorbeeld met een wiel. Deze sluis zit nu dicht -de stang steekt niet uit naar boven – en door te draaien draai je de stang omhoog. Ik heb helaas niet goed naar dit mechaniek gekeken, maar zo te zien is het een bout met een moer, maar dan wat groter – ik moet er weer heen dus. Een schroefdraad met een wiel: ik ken geen andere sluis die zo bediend wordt.

Vaker zie je zoiets:

  • Sluis in Meijnerswijk
  • Meinerswijk
  • Meinerswijk

Deze sluis op de foto staat open want de stang steekt ver boven de tandwielkast uit. Dit is een heugelstang: een staaf met aan een kant tanden. Door aan een hendel aan de zijkant van de tandwielkast te draaien – daarin zit een tandwiel – beweegt de heugelstang naar beneden en sluit de klep zich die onzichtbaar in de koker zit. Ik zal hier eens een betere foto van maken, want deze is niks en het mechaniek is echt inzichtelijk.

Hier een sluis op een oude kaart uit 1525 van het Gooi. De sluis is een schot dat met twee touwen hangt aan een balk die opgedraaid worden met een windas.

Cleveringsluizen

Een ‘modern’ voorbeeld zijn de Cleveringsluizen in de Waddendijk bij Lauwersoog. Deze staan dicht bij vloed en open bij eb. Bij eb kan dan water vanuit het Lauwersmeer naar de Waddenzee stromen. Rond de sluis ligt een ballenlijn en als de sluis open staat wordt dat verder aangegeven met lichten en vlaggen. Want het is dodelijk gevaarlijk om dan in die zuigende stroming te komen. Als fietser zie je eigenlijk niks van het gebeuren: de gebouwen zijn hoog want de sluis werkt met hefdeuren (die dus opgetrokken worden). Van kilometers afstand zie je ze staan. Hier kijk ik er doorheen:

Crevelingensluis

Dergelijke sluizen vind je op meer plekken langs de kust en in poldergebieden. Vaak zijn het nu gemalen overigens die ook bij hoog water werken.

Ik lees dat in de toekomst zo nu en dan de sluizen langer dan strikt nodig open mogen staan, en dan stroomt zout water het Lauwersmeer in.

Munnekesluizen

Dit lijkt op een oude Romeinse brug: baksteen, handwerk, vakmanschap. De sluis ligt over de Lauwers en is in de historie van dit gebied reuze belangrijk geweest voor de ontwatering. Die brug heeft 10 stroompijlers in het water, 11 booggewelven dus. In elke doorlaat zitten twee kokers die met houten luiken afgesloten kunnen worden. Volgens mij staan die nu dicht (ik voelde geen stroming bij het zwemmen maar ik ben vergeten er onderdoor te kijken). Je kunt boven over lopen en dan zie je bij je voeten plaatstalen deksels waaronder het mechaniek zit om die luiken te bedienen. Ik denk dat veel mensen denken dat je hier over een wat overdadig vormgegeven brug rijdt. Met recht een Rijksmonument.

Reitdiepsluizen

Het middendeel van de Reitdiepsluizen bij Zoutkamp is voor de scheepvaart, maar links en rechts daarvan liggen twee keer twee kokers als keersluis. Ik heb helaas niet zulke goede foto’s, en dat komt omdat er eigenlijk geen stoepje langs de rijbaan ligt. Terwijl het een razend drukke weg is. Op Google Streetview kan ik het ook niet goed zien.

Op de eerste foto zie je een van de vier kokers. Op de website van het rijksmonumentenregister staat dat er in elke koker drie stel houten deuren zitten. Een stel zou aan de zeekant van de koker zitten, zie de tweede foto, maar die deur is verwijderd; ik zie wel de latei, de bovenbalk, en de uitsparing waar de deur had moeten zitten. Twee stel deuren zouden moeten zitten aan de landkant van de koker, en die zouden tegen een stalen puntstuk dicht klappen. Het stalen puntstuk zie ik zitten, maar ik zie geen deuren. Wel zie ik de hardstenen lateien zitten en de uitsparen in de zijmuren aan weerszijden van het puntstuk. Vier inderdaad.

Ook zie ik de witte ijzeren dolfijnenkoppen die genoemd worden bij de beschrijving van dit monument. Op de foto zie je verder veel baksteen en hardsteen rond de boog.

Nou even moeilijk doen: in elke koker zouden dus volgens het monumentenregister drie paar deuren zitten; zes deuren per koker dus. Gezien de vorm van het puntstuk (zie foto 1), zijn dat puntdeuren. Laten we eens kijken naar de deuren bij het stalen puntstuk. Waarom is dit ruitvormig? Om naar beide kanten water te kunnen keren. Een puntdeur kan slechts in een richting water keren, en wel tegen de punt in: het hoge water moet de punt dichtdrukken. Als het water aan de binnenkant van puntdeuren hoger staat, zouden de deuren open worden geduwd. Dus het feit dat in deze sluis twee stel puntdeuren zou moeten zitten die in tegengestelde richting sluiten, betekent dat hier naar beide kanten water tegengehouden kan worden. 
En dat moet ook, denk maar mee. 
De sluis is ouder dan de Waddenzeedijk, dus stamt uit de tijd van de Lauwerszee, dus ligt in de oude zeedijk. Bij vloed wil je niet dat Zoutkamp en je akkers overstromen, dus sluit je de deuren met de punt naar de zeekant. Maar bij eb wil je niet dat het Reitdiep en de haven van Zoutkamp leeg stroomt, en dus sluit je bij eb de deuren met de punt naar de landkant. Twee stel deuren in elke koker dus: aan de zeekant vloeddeuren of zoute deuren en aan de landkant ebdeuren of zoete deuren. Ik kan me voorstellen dat het open en sluiten daarvan vier keer per dag in vier kokers, een voltijds baan was, zonder vrij op zondag.
Er is een bestek bewaard gebleven uit 1433 van een sluis bij Heist in België waar het principe van vloeddeuren en ebdeuren al werd toegepast. Dat zal in Nederland niet anders zijn geweest. Mensen waren vroeger zo slim.
Tot slot het derde stel deuren dat aan het buitenhoofd (de zeekant, zie tweede foto) zou moeten zitten. Dat stel is voor extra veiligheid: stormvloeddeuren.

Jammer dat de deuren weg zijn. De meeste van dit type sluizen hebben namelijk wachtdeuren, wat wil zeggen dat ze een beetje scheef staan zodat ze zichzelf sluiten en openen op stromend water. Dat had ik wel eens willen zien, want meestal zie je niks, en bij deze was dat nou juist mooi zichtbaar geweest.

Op de tweede foto sta ik op een vleugel buiten de dijk: ook baksteen en met hardsteen bekleed. Je ziet in elke koker twee verticale diepe schotbalksponningen in het buitenhoofd, buiten de deuren. Zo nodig kunnen daar balken in gezet worden en dat is handig bij onderhoud. De ruimte tussen de stapels schotbalken wordt dan opgevuld met klei, zodat werkers veilig aan het werk kunnen. Aan de andere kant in het binnenhoofd zitten die sponningen ook, vlakbij de brug zoals je kunt zien op de Google streetview foto.

Over dat hardsteen: dat zie je dus heel vaak bij oude sluizen en bruggen en dat is logisch want veel beter dan baksteen bestand tegen slijtage. Bruggenhoofden, hoeken en stroompijlers waar een schip tegenaan kan varen zijn eigenlijk altijd van hardsteen. En bij sluizen dus ook alles waar de deuren tegenaan komen. Dat is een gesteente uit het carboon in België en bekend van vele stoepen en vensterbanken in onze steden. Waar die vensterbanken massaal grijs geverfd worden, zucht kreun.

Op de derde foto zie je basalt, de traditionele bekleding van dijken. Dat zijn geen platte steentjes, maar zuiltjes. Basalt is afgekoelde lava, en door dat afkoelen ontstaat een min of meer regelmatig patroon van vijfhoeken en zeshoeken. Zulke zuiltjes kun je stevig stapelen. Ik zie zelfs wel betonnen zuiltjes met diezelfde vorm op dijken liggen. Nagemaakt basalt.

Meinerswijk.

Ten zuiden van Arnhem liggen twee grote kokersluizen uit de 20ste eeuw.

  • Doorlaatbrug Meijnerswijk

Er is veel meer over kokersluizen te vertellen natuurlijk, maar dit lijkt me wel voldoende. Hiermee kun je tijdens een fietstocht wel voor de dag komen. Morgen de keersluizen.

Dit is het beste boek in mijn boekenkast over sluizen.