Keersluizen zijn sluizen die zo nodig gesloten worden en waar een schip doorheen kan als hij open staat. Als er een stormvloed verwacht wordt gaat hij dicht. Anders staan de deuren open en kan een boot ongehinderd door varen. Ze zijn dus vooral in zeedijken gebouwd. In het noorden heten ze een zijl.
Een keersluis is een van de drie typen sluizen. De andere twee zijn kokersluizen en schutsluizen.
Onderdelen
Een keersluis bestaat uit een bouwwerk (het sluislichaam) om de deuren rechtop te houden en onderloopsheid en achterloopsheid van het water te voorkomen, de deuren en een bewegingswerk om de deuren te openen en te sluiten.
Sluislichaam
Dat zit super stevig en ingewikkeld in elkaar: je kunt je voorstellen dat als je eenvoudigweg houten deuren rechtop in een sloot zet en wacht op de vloed, die deuren snel wegdrijven. En mocht je daar iets op gevonden hebben door middel van een stevige poort met deurposten erin, dat het water dan snel links en rechts van die poort langs stroomt. En als je ook daar iets op gevonden hebt door middel van brede vleugels, dat het water dan onder de deur door gaat stromen. Dus je moet iets heel groots en stevigs maken voor iets relatiefs eenvoudigs als een setje deuren in een riviertje.
Dit is een techniek waar waterbouwers al sinds de 14de eeuw in Nederland mee bezig zijn en welke kunst ze hebben geperfectioneerd. Maar als de sluis af is, ziet een fietser niets meer van de constructie onder de grond.
Wat een fietser wel ziet: baksteen en hardsteen. Alle delen waar schepen tegenaan kunnen varen en waar de bewegende deuren tegenaan komen of in draaien zijn van hardsteen (tegenwoordig beton). De rest is baksteen.
Deuren
De deuren vallen het meest op. In mijn leerboek staan 11 typen deuren: enkele deuren, openslaande puntdeuren, hefdeuren, klepdeuren, waaierdeuren, en nog veel meer creatiefs. De hefdeuren zijn niet zo moeilijk te begrijpen: een schot dat je omhoog haalt. Bij sluizen waar schepen doorheen moeten kunnen varen hebben hefdeuren een bezwaar: je moet ze hoog genoeg maken. Maar ze hebben ook een voordeel: je kunt ze zo breed maken als je wilt. Moderne schutsluizen zijn vaak van hefdeuren voorzien, dus meer over hefdeuren daar.
Oude keersluizen hebben meestal houten puntdeuren: twee deuren die in het midden van het vaarwater in een punt bij elkaar komen; de punt steekt uit naar de hoge kant, dus naar zee. Er bestaan ook sluisjes met een enkele deur, maar dan is het sluisje smal, zie de Eektermerksluis. Vandaar twee deuren die in het midden van het vaarwater tegen elkaar klappen en door de waterdruk dicht gedrukt worden.
De deuren zitten niet zoals in huis met scharnieren aan de zijkant vast, maar net zoals bij een koelkast aan de boven- en onderkant. Aan de onderkant zit er op de sluisvloer een knop of pin – een taats – en de deur heeft daar een holte die om die knop draait. Aan de bovenkant zit er op de deur een hals die in een opening in het sluislichaam draait of in een beugel. Dit zit allemaal zo in elkaar dat de deur gemakkelijk weggehaald kan worden als hij onderhouden of vervangen moet worden.
De verticale dikke balk aan de kadekant van de deur heet de achterhar. Aan de andere kant, dus aan de open kant zit de voorhar. Je kunt je voorstellen dat de voorhar de neiging heeft om te verzakken en dan vervormt de deur tot een ruit. Dit heet schranken. Een schuine balk die van boven-voorhar naar beneden-achterhar loopt gaat die vervoming tegen, de schrankschoor. Schrankschoren worden ook gebruikt bij landbouwhekken die vaak veel breder zijn dan hoog. Omdat de schrankschoor diagonaal loopt, loopt de beplating van de sluisdeur ook diagonaal. Toch kun je de schrankschoor herkennen, want hij is dikker dan de overige platen. De schrankschoor is van hout, want hij vangt duwkrachten op: door de vervorming zou deze diagonaal korter worden, en de schrankschoor duwt de hoeken weer uit elkaar.
Op de foto van de Nieuwe Gelderse Sluis bij Noordeinde zie je in de deuren de dikkere schrankschoor duidelijk van linksboven tot rechtsonder zitten

Als dit niet helemaal duidelijk is, raad ik aan je meccanodoos te voorschijn te halen en met vier staafjes en vier schroefjes losjes een vierkant te maken dat je rechtop houdt. Je ziet dan vanzelf dat de verticale staaf die je niet vasthoudt (de voorhar) naar beneden zakt en dat je vierkant een ruit wordt. Om hier weer een vierkant van te maken, kun je een schrankschoor toepassen die de korte diagonaal uit elkaar drukt.
Je kunt ook iets anders doen: de te lang geworden diagonaal bij elkaar trekken. Dat kan niet met hout maar wel met ijzer. Eigenlijk is niet het hout, maar de spijkers en schroeven het probleem. Een metalen trekstang werkt beter, die van boven-achterhar naar beneden-voorhar loopt. Om de trekstrang aan te trekken, bestaat hij uit twee delen met een schroefdraad en daar omheen een wartel waarmee je de schroefdraden naar elkaar toe trekt. Op de volgende foto – van de coupure bij Lioessens – zit de achterhar rechts en de voorhar links. De schrankschoor loopt van linksboven naar rechtsonder, en de trekstang van rechtsboven naar linksonder (ik zie geen wartel; de deur staat achter een scherm, dus de onderkant kun je niet zien.) De beplating loopt evenwijdig met de schrankschoor. Aan het nut van de trekstang wordt getwijfeld.

Bewegingswerk
In principe zouden de deuren automatisch kunnen werken: de vloed drukt de deuren dicht en als de vloed wegvalt, duwt de rivier ze open. Maar alle keersluizen die ik ken, kunnen geopend en gesloten kunnen worden vanaf de zijkant. Traditioneel duw je ze dicht met een duwboom. Bovenop de voorhar zit speciaal daarvoor een witte metalen muts met knoppen waar je een ring aan de duwboom omheen kunt doen, zodat je het hout van de deur niet beschadigd. Aan de duwboom zit een touw zodat je hem niet kwijtraakt als je onhandig bezig bent. Je trekt de deuren open met een touw of een ketting. Op de kade staat daarvoor een ijzeren kaapstander met een draailier.
Het Munnekezijl is een prachtige keersluis. Compleet, werkend, en geen overbodige poespas, maar hij kan wel een opknapbeurt gebruiken.

Toch maar een plaatje van Google streetview van de kaapstander, de mooiste die ik ken, tot ik hier weer eens heen ga.

Voorbeelden
- Keersluis bij Munnekezijl.
- Keersluis bij Esonstad onder de ophaalbrug.
- Keersluis voor fietsers onder de Gerbrandyweg bij Lioessens: de enige die ik ken met trekstangen.
- Nieuwe Gelderse Sluis bij Noordeinde: de mooiste van dit rijtje, vind ik.
- Eektermerksluis bij Elburg: de enige die ik ken met een enkele houten deur.
- De Grote Slapersluis bij Ganzedijk in Oldambt: de enige die ik ken met een trekbrug bovenop.






Dit is het beste boek in mijn boekenkast over sluizen.
Alle afbeeldingen
Ontdek meer van landschap lopen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


Ik heb kennelijk een goede manier gevonden om toch reacties te plaatsen: beantwoorden !. Ja. enkele tekeningen erbij zou wel duidelijker zijn. Ik lees nog wel een keer, en kan de werking van zo’n sluis denk ik ook voor een belangrijk deel snappen als ik niet alle begrippen kan plaatsen. *********
Nou, mijn ‘Luhmann’ gebruikt veel moeilijke begrippen, maar jij kunt er ook wat van! Niet vaak in enkele dagen zoveel woorden tegengekomen waar ik nog nooit van gehoord had. Overigens drong het nu pas tot mij door, dat de Lauwers een grensrivier is, ***********
Ja dat drong een paar dagen geleden bij mij ook pas door. Waarschijnlijk heet het daarom ook Lauwerszee – hoewel de Lauwers een klein riviertje is – en niet Reitdiepzee of Dokkumerdiepzee – en ik ben inmiddels dol op de streepjes van Emily.
LIKE !
Dank je wel! Is het niet te ingewikkeld? Moeten er geen tekeningen bij?