Vroeger was een bos van iedereen, dus vrijheid blijheid? Nee dus. Bijenkorven plaatsen, schapen weiden, konijnen vangen: je had overal een vergunning voor nodig. In de 17de eeuw kwam een stroom van plakkaten van Keizer Karel en zijn Stadhouder uit. Een plakkaat is een verordening die wordt aangeplakt zodat iedereen er kennis van kon nemen.
Laten we eens kijken wat mensen vroeger zoal uit een bos zouden willen halen of in een bos zouden willen doen en of dat mocht.
Ik kijk alleen naar domeinbos op de Veluwe in eigendom van de Graaf later Hertog van Gelre, en tijdens de Spaanse oorlog van de Spaanse Koning, beheerd door de Gelderse Rekenkamer. Andere landgoedbezitters hielden ongeveer dezelfde regels aan. Bossen die in bezit waren van markegenoten, of boeren uit een dorp, werden door hen zelf beheerd uiteraard en daar bepaalden ze dus ook samen wat mocht en wat niet.
- Hout hakken of zagen: nee, dat mocht niet: dat recht was voorbehouden aan de eigenaar van het bos. In een plakkaat uit 1546 lees ik:
“dat zich niemand met zagen of bijlen op onze bossen mag bevinden“.
- Paddenstoelen en bessen plukken: dat mocht wel;
- Schapen laten grazen: dat mocht wel, maar niet in pas aangeplant bos, en ook niet in een heideveld dat niet lang ervoor was afgebrand en weer aan het uitgroeien was. Bovendien moest je een vergoeding betalen aan de bosmeester; die vergoeding was een hamel per jaar. In een verordening aan Wageningen (altijd ongehoorzaam) uit 1548 lees ik:
“Zo bevelen wij namens de Keizer, dat gij in de Stad Wageningen laat aankondigen dat iedereen die op Keizers’ velden schaapschotten hebben, die direct afbreken of een verdrag sluiten met de Bosmeester“.
Loslopende honden maken veel slachtoffers onder andere dieren in een bos. Daarom willen velen – ik ook – dat honden niet in natuur mogen loslopen. Afgezien van het feit dat lekker wandelen met je hond nieuwlichterij is, in de 16de eeuw mocht het niet eens. In het jachtseizoen moest de hond een zware kluppel om de nek dragen – die zo zwaar was dat hij er niet goed mee kon lopen -, of de klauwen van de voorpoten moesten zijn afgeknipt. In hetzelfde plakkaat van Keizer Karel, die vele titels had waaronder Hertog van Gelre staat:
Wij laeten weten, dat nyemant geen huyshonden off bastaertwinden op die Veluwe en halde, tensij dat den selven honden die twee principaele voerste clauwen van een van hoer voerste voeten affgehouwen off verminckt sijn, off dat sij aen hoeren hals gebungelt sijn met kluppels van sulckes grote dat sij op der eerde sleijpen, ende die honden nyet wel dair mede lopen en konnen, und dat nyemant die kluppels den honden aff en binden, by daege noch by nachte, van den eersten dach des maens April aff tot den eersten dach Augusti toe, by poen van vier Heeren ponden, soe dick und vaeck toe verboeten als ijmants bevonden werde hijer tegens doende, van de welcke vier ponden wij die twee, und die aenbrenger der overtrederen deses gebots die andere twee hebben sullen.
Dat oick die huijsluijden id geheel jaer geduerende hoer honden mijt hen nijet toe velde en leijden, dan die selve bij huijs blijven laeten, all op poene vursz., ten ware als sij gaen om haer guedt te bewaren.
En er mocht nog veel meer niet: geen strikken zetten, geen vogels vangen met netten, geen konijnen vangen, etc. Op alle genoemde zaken stond een behoorlijke straf. De hoogste straf was voor het meenemen, vernielen of beschadigen van jong wild. Het gebruik van woorden als vernielen en beschadigen van dieren vind ik wijzen op dat men dieren meer als ‘planten’ dan als ‘mensen’ zag. Over 50 jaar vinden we ‘beschadigen van bomen’ net zo raar klinken als dat we nu ‘beschadigen van reekalveren’ vinden. Men had geen empathie met de kalfjes zelf, wilde alleen het wild behouden voor de jacht.
- Bijenkorven neerzetten: dat mochten boeren maar dat was een koninklijk recht dus daarover moesten ze een jaarlijkse vergoeding aan de bosmeester betalen. Hierover gaat ons boek De Renkumse Heidevelden.
- Maaien van heideplaggen: dat mocht als je een aantal meters (roeden) van de stammen van bomen bleef, en ook daarover moest je een jaarlijkse vergoeding aan de bosmeester betalen.
- Eikels en beukennoten rapen: daarover heb ik niets gevonden, dat mocht denk ik wel. Eikels en beukenootjes werden gebruikt als varkensvoer.
- Jagen op wild dat speciaal voor de jacht werd uitgezet (konijnen, patrijzen, reigers, zwijnen, herten, fazanten, reeën, hazen en nog zo wat): nee, dat mochten alleen de edelen met een jachtvergunning en alleen onder strikte voorwaarden. Jagen op groot wild mocht alleen de stadhouderlijke familie plus enkele andere families op Middachten en Rosendael. De overige Veluwse edelen hadden alleen jachtrecht op klein wild.
- Jagen op schadelijk wild zoals wolven, vossen en roofvogels die de wildstand bedreigden: nee, dat mochten de boeren ook niet, dat was juist de taak van de wildforster en/of bosmeester. Volgens mij was er voor de boeren alleen vlees van mollen en ratten. Eekhoorns misschien?
- Hout sprokkelen: ja dat mocht zolang het dood hout was. Je mocht niet met bijlen en zagen aan de slag, maar dood hout oprapen was prima.
Het was ook verboden om met gif op vis te jagen volgens een plakkaat uit 1548.
Vroege vorm van natuurbeleid? Nee, de reden van deze verboden was dat de Hertog zelf in het bos wilde jagen, en al deze dingen waren slecht voor de wildstand. Tegenwoordig is het eigenlijk niet anders: honden los laten lopen is slecht voor het wild en jagers willen kunnen blijven jagen.
Oja, mocht je van de groep zijn die vindt dat de troonrede veel te lastig Nederlands was, hier een zin uit een plakkaat van 1576 met het verbod om hazen en veldhoenderen te vangen. Zo’n plakaat was voor boeren bedoeld he:
Dat alle die goene die niet van Adel en sijn, oft als sullicke verschreven worden, die welcke totter voirsz: hasen-jagt offt velthoenderen vangen eenige geregtigheijt te hebben pretenderen, schuldigh und gehouden sullen sijn binnen een maent nae omganck des derden Sonnendaegs dat sullicke publicatie geschiet sije, alle schijn, bescheijt, Zegel-brijeven ende verschrijvongen als sij, oft ijemant van hun van sullicker geregtigheijt hebben, den voorsz: onsen Stadholder oft Cantzler und Raden onser Furstendoms Gelre und Graeffschaps Zutphen to Arnhem to verthoonen, bij sullicke pene, dat die voorsz: maent overstreken sijnde, men sij luijden niet meer hooren, maer woe mense jaegende vliegende oft vangende bevindet, tegen hun procederen sal, tot forderong und executie der penen hier boven verhaelt, daer nae een ijeder sig sal mogen weten to rigten und sijne schade to vermijden,

Ik ben eigenlijk op zoek naar meer informatie over het vangen van wolven. En wel omdat we op meerdere wolfsgaten, wolfskuilen en wolfsdalen stuiten: zijn die gebruikt om wolven te vangen? Om ze in te sluiten en dan af te maken? Ik zoek nog even door in de honderden bladzijden plakkaten en kom van alles leuks tegen, maar niets over wolven.
“ten derde, dat zich niemand het in zijn hoofd haalt enige hindekalveren, reekalveren, of jonge hazen op te pakken, weg te dragen, te vernielen of te beschadigen, op een boete van 50 gouden gulden.”
Nog altijd eten we (ik niet) nog altijd alleen de dieren die men toen als wild beschouwde, en die speciaal voor de jacht waren uitgezet: hazen, konijnen, reeën, herten, zwijnen, patrijzen, vossen. De heren vonden het blijkbaar prima als boeren ratten, mollen, eekhoorns, otters, bevers vingen en aten. Die dieren beschouwen we nog steeds niet als eetbaar. Wild zijn dus geen wilde dieren, maar in het wild uitgezette dieren.
Een informatief boek over de geschiedenis van de jacht, cultuurgeschiedenis van jager, dier en landschap.
Een mooie prent uit die tijd over de hazenjacht:


Die 50 gulden boete van toen was ongeveer
2700 Euro koopkracht nu.
********