Ons boek: De Renkumse Heidevelden, ruzie tussen Gelderland en Renkum in de 17de eeuw, gaat over van wie het Renkumse Veld was: van de Hertog of van Renkum?

Centraal staat een proces dat in de 17de eeuw gevoerd is tussen de Rekenkamer van Gelderland en de Schout van Renkum. Dat proces heeft 15 jaar geduurd en is tot de hoogste regionen in het Hof van Gelre in Arnhem doorgedrongen.

Het conflict begon met de Schout van Renkum die een bijenkorf had weggenomen van Peters die bijenkorven had gezet in het heuvelachtige heideveld bij de Paalberg. Volgens de bosmeester van de Rekenkamer moest Peters daarover aan de Rekenkamer een vergoeding betalen want dit was een Herenveld van het staatshoofd, maar de Schout vond dat de Paalberg van Renkum zelf was. Omwonenden die daar bijenkorven hadden staan moesten aan Renkum betalen, vond hij. Nee, vond de Rekenkamer, dit zijn domeingronden van de Staat. Nee, zei de Schout, dit gebied is van de inwoners van Renkum. Nou, en dat bakkeleide zo 15 jaar door. Met getuigenverklaringen, aanklachten, verdedigingen en zelfs een werkbezoek waarbij hoge commissarissen uit Arnhem van de Rekenkamer zelf gingen kijken.

Dit proces gebruik ik als kapstok om het verhaal van het Renkumse Heideveld rond 1630 te vertellen. De politieke context is de verwarrende tijd vanwege de oorlog tegen Spanje. In 1581 roepen de zeven provinciën de Republiek uit en daarna ontwikkelen de Staten van Gelre een eigen bestuursapparaat met een Gelderse Rekenkamer en een Hof in Arnhem. Een bosmeester had het dagelijks toezicht op de bossen en heidevelden die van de Stadhouder waren, zoals het Renkumse Veld. Maar vanwege de oorlog waren er vele onrustige perioden waarin het centrale gezag zwak was en Schouten hun eigen gang gingen. In het licht hiervan moet het conflict gezien worden: heeft de Schout van Renkum gelijk als hij zegt dat het Renkumse Veld van de boeren zelf is, of is het centrale gezag hier tientallen jaren verwaterd?

Ik ben geen historicus, zelf vind ik leuker om het ontstaan van het veld te bestuderen, de landvormen, de bodems, de deelgebieden, en het gebruik van heidevelden door boeren. Het ontstaan van het Renkums Beekdal als smeltwaterrivier van het ijsveld bij Mossel en Otterlo. De zijdalen en de sandr. De diverse sprengenstelsels: het nog altijd watervoerende stelsel van de Hartensemolen en het nieuwere niet werkende stelsel van de Quadenoordse molen die hoger in het dal ligt dus eerder opdroogt.

Ik vind dat heerlijke verhalen en het boek staat er vol mee.

Ik heb de teksten van het proces zelf getranscribeerd. Dat was niet zo eenvoudig, want de 400 jaar oude bladzijden zijn op vele plekken zwaar door water aangetast. Dat kun je ook wel zien aan een van de kaarten die bij de stukken hoort:

Hoewel de teksten niet gemakkelijk weg lezen, is het verrassend om te merken dat je dit 400 jaar oude Nederlands, waar ik geen letter aan veranderd heb, nog gewoon kunt lezen. Het stuk bevat brieven, getuigenverklaringen, aanklachten, verdedigingen, en uitspraken. Over mensen die schapen drijven, en bijen zetten op de heide. Het geeft een fantastische inkijk in het landgebruik van de heide in de 17de eeuw, en tegelijkertijd ook in het landrecht en de pogingen van de staat om het centrale gezag te herstellen na een onrustige tijd in de 80-jarige oorlog.

De hele transcriptie zit in het boek, maar als je geen zin hebt om je daar doorheen te worstelen is het boek ook prima leesbaar zonder die teksten. Dan heb je meer een algemeen informatief boek over het Renkumse Veld in handen. Over bekende maar vooral over onbekende dingen: de Paelberg, zandkleppen en de immestede. Waardoor golft de Wijde Veldweg op en neer? Antwoord: door de dalen Turfdel, Quadenoordse del, en het Hartensedel. Waar ligt het Hartensezand? Waar staken ze turf? Voortaan kijk je anders naar dit gebied.

Ook deze kaart hoort bij dit proces, feitelijk dezelfde kaart als de vorige, andere kopie:

De Renkumse Heidevelden liggen ten noorden van Renkum. Het noordelijke deel daarvan is een stuifzandgebied met onregelmatige duinen, ideaal voor bijenkorven die daar lekker warm en beschut in de heide stonden. Dit was een grote immestede: hier stonden honderden bijenkorven van vele eigenaren bij elkaar. Een pachter hield toezicht, boeren die daar bijenkorven wilden zetten betaalden hem.

Op de volgende kaart heb ik de duinen met geel aangegeven, de top van de Paelberg ligt bij cijfer 3, maar het hele gebied met de gele duinen werd Paelberg genoemd. De paarse bolletjes is de route die de heren commissarissen (in het hele boek komt geen enkele vrouw voor, zelfs niet om thee te zetten, alleen ikke dus, de auteur) uit Arnhem afleggen; ze gaan tegen de klok in. Ze beginnen bij (1) waar de landschrijver Van Steenler woont, en gaan dan via de Vossenweg (2) naar de Paalberg (3). Daarna rijden ze naar Quadenoord (4) waar ze getuigen ondervragen en vandaar verder naar het huis van de schout bij de Bock (5) waar ze ook getuigen ondervragen. Ik vind het fascinerend dat bekende plekken zo’n lange geschiedenis hebben.

We hebben in het boek een prachtige wandelroute van 12 km opgenomen door het gebied van de Paalberg, waarbij we lopen op een kaart van Bernard Kempinck uit 1610. We bezoeken het questieuse gebied en spelen rijdende rechter.

Lopen op de kaart van Kempinck is niet te doen, dus we tekenen de route in op een hedendaagse kaart – Kempinck tekent het noorden rechts. Het is een mooie wandeling zonder meter asfalt. We beginnen bij de ijscoman bij het spoor, waar in 1610 een achtsprong was, die er nu eigenlijk nog steeds is als je het spoor meetelt. We lopen met de klok mee (ongeveer) over de wegen die Kempinck aangeeft. We lopen langs de grens tussen Ginkel en Renkum, steken verdwenen wegen over die nog zichtbaar zijn, lopen door de Ginkelse Kolk, langs een grenswal die in de 17de eeuw al op de kaarten staat, bekijken duinen en zandkleppen waar de bijenkorven stonden, en beklimmen de Paelberg vanwaar Kempinck het huis van burgemeester Van Straelen op de Ginkel kon zien. We lopen over de Vossenweg naar het spoor, vanwaar Kempinck de kerktorens van Ede, Renkum en Heteren zag. Dat is toch ongelooflijk, je ziet nu door de bomen echt niks meer, hoogstens de zendmast van Arnhem. Wat moet het kaal geweest zijn.

We lopen langs de beek, bekijken de sprengkoppen van de molen van Quadenoord, lopen stukjes over de voormalige Maenderweg en Reemsterweg: toen buurschappen met eigen wegen en nu weten we nauwelijks meer van hun bestaan.

Het boek heeft 148 bladzijden, zelfde formaat als onze vorige boeken, en zit vol kaarten en foto’s in kleur.

Geert Nijland en ik zijn de auteurs. De transcriptie is van mij, maar samen hebben we de tekst geanalyseerd en geïnterpreteerd, de kaarten bestudeerd, ons verdiept in 17de eeuwse bijenhouderij, de routes uitgezocht, afbeeldingen erbij gekozen en vele keren gefietst, gelopen en soep gegeten in dit prachtige gebied.

Op de boekenpagina staat alles bij elkaar over dit en alle andere boeken: inkijkexemplaar, prijs, bestellink, etc.

Premium abonnees zien hier de pdf van dit boek

Alle afbeeldingen

  • boekomslag De Renkumse Heidevelden
  • Paalberg
  • Struikheide Sijsselt
  • Oude weg in Ginkelseheide
  • Renkumse veld
  • Oude kaart
  • Ginkelse Heide
  • Ginkelse Heide
  • renkums Beekdal in 1634