Bij een artesische waterput komt het water vanzelf omhoog. Om water te tappen, heb je geen emmer met katrol en geen pomp nodig. Een kunstmatige bron.
Artesische putten komen veel voor in het westen van de Gelderse Vallei. Dat komt, lees ik, omdat daar een oerlaag in de grond zit. Oer is ijzer, een oerlaag is een harde ondoordringbare bank ijzer.
Een tekening van zo’n put. Links de Utrechtse Heuvelrug, rechts de Vallei. Het grondwater staat in de heuvelrug hoger dan in de Vallei.

Deze grondwaterlaag ligt op een ondoordringbare laag (grijs), anders zou het water wegzakken. In de Vallei ligt het bovendien ingeklemd tussen deze ondoordringbare laag eronder (klei of zo) en een ondoordringbare oerlaag er boven (bruin). Dat betekent dat het grondwater onder druk staat. Als we nu een buis slaan tot in die waterlaag, zal het water in de buis – communicerende vaten – net zo hoog komen te staan als onder de heuvelrug.
Nota Bene: waarschijnlijk liggen boven de oerlaag nog andere grondwaterlagen die niet onder druk staan. Die heb ik niet ingetekend.
De buis is geen gewone buis: het is een metalen buis die onderaan is geperforeerd, en daar onder zit een stalen punt. Door de gaatjes in het onderste deel, stroomt het water erin. En omdat het water onder druk staat onder de oerlaag, stijgt dat water omhoog. Bovenaan zit een gootje – zichtbaar op enkele foto’s – en daar doorheen stroomt het water weg. Dus het water haalt nog steeds niet de hoogte die het zou willen, dus van onderen blijft er water aangevoerd worden.
Zo’n buis noemen we een Norton buis naar James Lee Norton. Rond Woudenberg waar een aantal van deze putten liggen, worden deze putten daarom Nortonputten genoemd.
Ik fiets naar Maarn om met H – die daar een boerderij heeft en ongeveer iedereen kent – en O enkele Nortonputten te bekijken. Hoeveel water komt eruit? Hoe warm is dat water? O had me een keer gevraagd of ik een Nortonput wist – en nou zien we er drie op een dag.
De eerste die we bezoeken ligt vlakbij de Meentsteeg: een openbaar fietspad/ grindpad, dus je kunt zelf gaan kijken. Misschien ben je er wel langs gefietst zonder iets te zien. Op de luchtfoto precies in het midden, naast een wit vierkantje ten noorden van de Meentsteeg. De andere putten die we vandaag bekijken zijn voor normale fietsers en wandelaars ontoegankelijk : dan moet je de wei in bij een boerderij.

Op de foto is O de temperatuur aan het meten: 11,6 graden. De put is vol, zit vol mos en alg, en het water is rood van de ijzer. We drinken het maar niet.


We fietsen verder en komen bij deze:


O meet de temperatuur: ook ongeveer 11,6 graden. Het debiet – hoeveel water eruit stroomt – meet hij met een kwarkbeker van 1 liter: ongeveer 25 liter per minuut. Ook hier is de put rood van het ijzer in het water; ik drink het wel: lekker koud, geen grond, wel een beetje ijzer.
H vertelt dat deze putten ongeveer 12 meter diep zijn – we kijken niet op 5 meter, maar volgens H zijn de putten geen 4 en ook geen 20 meter diep.
De derde put is deze:


Uit deze derde put stroomt het meeste water, het kwarkbakje is te klein om het debiet te meten: het is in ongeveer een seconde vol. De temperatuur is ook ongeveer 11,8 graden. Het water smaakt iets minder naar ijzer, lekker.
We hebben een heerlijke dag en H weet er ongelooflijk veel van. Ik hoop dat O tevreden is.
Een paar jaar geleden had ik deze al eens gefotografeerd in Groot Zandbrink. Op de eerste foto het uitstroomgootje.



Ook hier in Leusden zijn diverse nortonputten, wij vinden die eigenlijk heel gewoon ! Ron.
Wat een mooie aflevering, weer.
Dat komt, begrijpelijk, ook omdat
ik herinneringen heb aan Nortonputten. Niet dat ik er bewust ooit een heb gezien,
maar wel omdat mijn vader het vaak over Nortonputten had.
Het was zijn droom om zo’n put te laten boren op de westhelling van de Hondsrug.
midden in onze droge akkers. Ik vraag mij nu wel af of daar veel druk op het grondwater te verwachten was?
Ze hadden wel eerst even een proefboring moeten doen, denk ik.
Want onder de Hondsrug zal wel minder waterdruk heersen dan onder de Utrechtse heuvelrug.😊
Kennelijk twijfelde hij zelf ook, want hij bespaarde zich de investering.
Maar in droge zomers dromen boeren op het arme zand wat af,
o.a. hoe ze de droogteproblemen op zouden kunnen lossen.
Nog zo’n fantasie was, de watercapaciteit van de grond verhogen door klei te importeren uit Groningen, of veen uit de veenkoloniën,
(veel dichter bij natuurlijk).
Prachtig; en vlak bij ons. Zal er eens op letten. Was er door de Fransen ook niet een artesische put geslagen nabij Austerlitz toen ze daar hun kamp hadden?
Ja dat vertelde O ook, maar wel hoog op de heuvel. Dus we vroegen ons af waar de waterdruk dan vandaan kwam?
Volgens mij lag die put meer ten noordwesten van Austerlitz. Op Topotijdreis (1923) zie je een put staan ten noordwesten van Austerlitz. Dat is op ongeveer 12,5m NAP dus dat moet wel lukken dan daar denk.
Je hebt gelijk; er zijn in ieder geval prentbrief kaarten van een artisische put bij de Pyramide van Austerlitz. Maar het kan ook gewoon diepe waterput zijn geweest. Want zoals Mathilde al zegt waar komt dan de waterdruk vandaan. Bij Austerlitz zijn er van het oude Fransche kampement verschillende restanten van waterputten bekend. Ook de boring van Stoop in 1833-36 bij Austerlitz noemde men een artesische put, maar dat slaat nergens op. O.
Heel interessant. Zo leer er je er steeds iets bij.
Je beschrijft een beetje het principe van de Wijstgronden in Noord Brabant.
Alleen heb ik door nooit een waterput gezien.
Mooi informatief blog!
Vriendelijke groet,