Bij Hattem fiets je naar het Kleine Veer over een bochtig fietspad langs een watertje. Waarom is dat fietspad bochtig? Lees met me mee.
Podcast
Verder in het Nederlands

Het gaat om dat watertje: dat is ouder dan het fietspad dus het fietspad is eenvoudig langs het bochtige watertje gelegd. Dat watertje heette vroeger de Streng.
Op de legger van het waterschap staat de Streng niet als stromende waterloop aangegeven. Op deze kaart uit 1630 van Nicolaes van Geelkercken wel, en staat het als de Strenck aangeduid:

Maar daarop is de Strenck gesplitst in twee strencken:

Hattem ligt aan de Grift: een gegraven waterloop die de IJsselvallei ontwatert. Deze Grift begint in Apeldoorn en komt even ten noorden van Hattem in de IJssel uit. Bij Hattem splitst hij zich: een deel gaat rechtsaf recht naar de IJssel, een deel gaat rechtdoor en komt verderop, noordelijker, in de IJssel. De langere tak is waterkundig logischer en dus stabieler dan de korte tak: de korte tak ligt dwars op de stroomrichting van de IJssel.
De korte Strenck (waar nu het fietspad langs ligt) tekent Van Geelkercken lijnrecht. Maar ik stuit in het Gelders Archief op een tekst uit 1797 over de serpenterende Streng bij Hattem.
Dat woord serpenteren is wel echt prachtig. Ik ben het vaker tegen gekomen; het is de oude term voor meanderen. Houden we hem erin?
In de tekst staat dat de Streng ligt tussen de Burgerweijde van Homoet en de provinciale Keijzerswaard. Op de uitsnede van de kaart uit 1630 lezen we links de uiterwaard Op Hoomoet, en tussen de twee Strencken ligt de Koninckswerdt. Dus de tekst gaat over de korte strenck. Nicolaes van Geelkercken tekent geen van de twee Strencken serpenterend: vooral de korte is lijnrecht. De kaart is 167 jaar ouder dan de tekst die ik gevonden heb, in die tijd moet de Strenck zijn gaan serpenteren.
Het woord Burgerweijde is typisch voor de Bataafse tijd. Teksten uit die tijd staan vol ‘medeburgers’ ‘burgerraden’ ‘burger magistraten’ en dergelijke patriottistische taal.
Goed, ik ben al zappend en swipend door het Gelders Archief op een tekst gestuit over een Streng bij Hattem, en heb deze Streng gelokaliseerd aan de hand van een 167 jaar oudere kaart en een 227 jaar jongere legger. Daar kik ik op. Klaar? Nee, want waar gaat de tekst over?
De Burger Magistraat van Hattem is de eigenaar van de Burgerweijde Homoet. De grond langs de andere oever is van de Provincie. De streng meandert: de bochten worden steeds ruimer. Dus kalft op diverse plekken de oever af terwijl aan de overkant land aangroeit. Dat is normaal, zo werkt meanderen nou eenmaal. In de binnenbochten groeit steeds meer land aan en zo worden kronkelwaarden gevormd. De overkant schuurt uit en kalft af. Maar als oevers verschillende eigenaren hebben, is het ook een bron van ruzie. Nog steeds! Mensen zijn blij dat in een binnenbocht hun oever aangroeit, maar accepteren niet dat hij dan een eindje verderop in een buitenbocht afkalft. Mensen willen alleen de voordelen.
De Burger Magistraat wil toestemming van de provincie om die aangroeiende zandbanken aan de overkant weg te ruimen zodat zijn land aan de Burgerweijde niet meer afkalft. Een naamloze ingenieur van Rijkswaterstaat neemt oculaire inspectie en schrijft zijn verslag. Dat verslag is de tekst die ik gevonden heb.
Ik vind het met name interessant om de ontwikkeling van kennis over waterstromen. De Burger Magistraat denkt dat met het opruimen van de kronkelwaard in de binnenbocht, de rivier ophoudt met het uitschuren van de buitenbocht. Dit is precies wat wateringenieurs dachten in de 17de eeuw en waar mijn boek Zandbanken in de Rijn over gaat. De Burger Magistraat houdt nog vast aan deze verouderde kennis. Hij haalt oorzaak en gevolg door elkaar.
De ingenieur van Rijkswaterstaat legt in zijn verslag uit dat het wegruimen van de kronkelwaarden niets helpt, want daarmee neem je niet de oorzaak van het aangroeien weg want je doet niets aan de waterloop zelf. Dus, zo stelt hij, binnen de kortste tijd groeit die kronkelwaard weer aan. Zijn conclusie is juist.
Waardoor gaat een rivier meanderen? Onthoud het maar zo: een rivier gaat meanderen (serpenteren) als hij teveel energie heeft. Hij gaat dan te hard stromen voor de helling en dan gaat hij slingeren. Zoals een auto die een helling af gaat slingeren als hij te hard rijdt. De rivier (en de auto) verlengt door het meanderen de helling zodat die minder steil wordt.
Bij het meanderen valt de rivier aan op de buitenoever en kalft die af. Het afgekalfde zand komt in de volgende binnenbocht te liggen en zo groeit daar een kronkelwaard aan. De oorzaak van het aangroeien van de kronkelwaard is dus het afkalven van de buitenbocht, en de oorzaak van het afkalven is dat de rivier meandert om zijn loop te verlengen. Wegruimen van de kronkelwaard lost niets op; de rivier blijft meanderen.
In dit geval: de korte helling tussen Hattem en de IJssel is steiler dan de langere helling. Vandaar dat die korte Streng gaat meanderen. En daarlangs ligt ons bochtige fietspad. Dus mocht je in Hattem zijn: nou weet je waarom dat fietspad zo bochtig is.

Luchtfoto:

Leuk toch?
Premium inhoud
Premium abonnees krijgen hier het verslag in pdf
Dank voor dit verhaal. Een strang die kronkelt als een slang. Het blijft wel verwonderlijk dat de stroomsnelheid op deze plek hoog genoeg was om meanders te maken.
Eens, dat had ik ook niet verwacht. Maar daarom is een originele schriftelijke bron juist zo informatief. Anders zou ik gedacht hebben dat de bochten waren aangelegd om het pad voor fietsers aantrekkelijk te maken.
Als je alleen naar het gebied bij die Serpenterende Strang kijkt, dan is de helling (nu) inderdaad heel gering. 0.5 m over 500 m = ca. 0.1 %.
Maar mogelijk moet je over een wat grotere afstand rekenen, bijvoorbeeld vanaf de Trijselenberg, 3 km westelijker. Dan is de gemiddelde helling 30 m over 3000 m = ca. 1 %. Dat is 10 maal zo veel helling. Of is het een vreemde gedachte om die waterloop naar het westen te verlengen (voor dat Hattem daar zo lag?)
En mogelijk lag het stroomdal van de IJssel vroeger ook nog lager, wat ook de helling in het terrein groter maakt.
Serpenteren: mooi woord!
Zonnige groet,