De Sijsselt is het heerlijke wandelbos ten zuidoosten van Ede. Tot 1427 was het bezit van de hertog van Gelre en hoorde het bij zijn domein op de Moft, de heuvelrug tussen Ede en Wageningen. In 1437 gaat het over in eigendom naar nieuwe bewoners van Kernhem. Voor de overdracht laat de hertog het bos kaalhakken om het waardevolle hout nog even snel te kunnen verkopen. Lees met me mee.

Dit is een deel in Het Verhaal van de Sijsselt, dat ik heb verwerkt tot een boek: De Sijsselt, geschreven en ongeschreven geschiedenis.

Podcast

English podcast generated with NotebookLM

Het zijn twee verschillende teksten. Het ene is een charter uit 1437 in het archief van Kernhem waarin wordt vermeld wat er allemaal hoort tot het huis Kernhem. Daaronder valt ook een bos. Dat bos wordt niet met name genoemd, maar uit de omschrijving is gemakkelijk te halen dat het om de Sijsselt gaat. De omschrijving is exact hetzelfde als in het charter uit 1427, waarin de hertog dit bos verpacht aan zijn vriend Udo den Boesen die op Kernhem woont.

Een charter is een schriftelijke overeenkomst die tussen verschillende partijen gesloten wordt met hun handtekening en zegel. 

Tot zover niets bijzonders.

Maar dan stuit ik op een tweede tekst: de bosmeester levert in 1437 bij de rentmeester van de hertog zijn kasboek in van de afgelopen tijd. Daarin wordt ook de Sijsselt genoemd – met naam dus.

Dat vind ik opvallend. Ik lees dat ‘blijkbaar Kernhem hun nieuwe bos Sijsselt heeft genoemd’. Maar dat lijkt me onzin. Ik heb de volgende hypothese: de hertog had tien jaar daarvoor het bos aan Kernhem verpacht maar had geen idee hoe dit bos genoemd werd door lokale boeren, want die sprak hij natuurlijk nooit. Hij omschrijft het bos omslachtig naar de wegen die het insluiten. Maar de bosmeester kent de lokale boeren natuurlijk goed, want daar werkt hij dagelijks mee. Hij gebruikt voor de diverse bossen de lokale namen die boeren gebruiken.

Goed, de bosmeester verkoopt het staande hout in de Sijsselt en beurt daarvoor 207 Arnhemse guldens. Dat ging zo: hij maakt bekend dat mensen kunnen bieden om het bos om te hakken en het hout te verkopen. De meestbiedende betaalt, hakt het bos om, en verkoopt het hout. De opbrengst mag hij houden.

Maar zo iemand mag niet zomaar alle bomen omhakken; de bosmeester geeft aan welke boom omgehakt mag worden en welke niet – dat gebeurt nog altijd, nu met verf toen met iets anders denk ik. Met wat? Geen idee. Het bos moet namelijk wel verder groeien, toekomstbomen moeten blijven staan. Bosbouw is lange termijn werk. Je hakt niet een bos kaal.

De bosmeester verkoopt in dezelfde rekening nog veel meer heggen van het domein,waar de Sijsselt ook toe behoorde. In totaal meer dan tien heggen. Hij beurt hiervoor 432 Arnhemse guldens. Dat betekent dat de Sijsselt in zijn eentje bijna de helft van het totaal opbracht! Dat is veel, heel veel, want in oppervlakte is de Sijsselt maar een klein stukje van het domein

Daarom is mijn hypothese dat de bosmeester (in opdracht van de rentmeester van de hertog) de hele Sijsselt heeft laten kaalhakken. Nog even al het waardevolle hout eruit halen voor de overdracht plaats zou vinden. Niks toekomstbomen.

Niets menselijks is de hertog vreemd, ook in 1437 niet …..

In andere stukken lezen we dat de Sijsselt tot eind 18de eeuw een heideveld met struiken was. Zo wordt de Sijsselt in een stuk uit 1609 een heideveld en in een proces rond 1628 een heideveld met struiken of een struikveld genoemd. Kernhem deed in die eeuwen niet aan bosbouw. Pas aan het eind van de 18de eeuw begon Van Wassenaer met het aanplanten van bomen. De volgende kaart is uit 1771, en hier zien we de eerste aangeplante percelen. De rest is heide met in het hoogste gebied struiken langs de wegen.

Ben ik de enige met een hypothese? Nee, twee zwaargewichten, Van Oosten Slingeland en Bouwer, hebben zich ook hierover gebogen. Van Oosten Slingeland valt op dat in dezelfde rekening de bosmeester ook een hakhoutbos verkoopt dat ligt tussen de Sijsselt en Quadenoord. HIj vindt deze twee plaatsen zo ver uit elkaar liggen, dat er vast nog een Sijsselt moet zijn. Hij denkt dat het bos dat in 1437 207 gulden opbrengt dus een tweede Sijsselt is. Het lijkt mij onzin, want dan had Witteroos dat bos vast en zeker, 100 % zeker, aangegeven op zijn kaart van alle hakhoutpercelen in het domein. In een Veluwe met heidevelden tot aan de horizon en hier en daar een bos, is de omschrijving ‘een hegge tussen Quadenoord en de Sijsselt’ niet zo gek hoor: de afstand is 3,5 km.

Ook Bouwer komt met een hypothese die ik niet volg: hij stelt dat de Sijsselt in 1427 verpacht is aan Kernhem, maar dat de hertog het waarschijnlijk snel had teruggekocht, toen het hout had verkocht, en vervolgens in 1437 weer opnieuw had verpacht. Ik vind het vergezocht en bovendien zou dan net dat bonnetje verdwenen zijn.

Nee hoor, ik vind mijn hypothese het meest logisch – totdat de hypothese omver valt uiteraard: in 1437 werd de Sijsselt kaalgehakt om nog even snel al het waardevolle eruit te halen vlak voor de overdracht. En hij bleef kaal tot 1771.

In dit dingetje ben ik het dus niet met Klaas Bouwer eens, maar verder is het een fantastisch boek over de domeinbossen op de Zuid-West Veluwe. Echt een toptip. Het boek van Van Oosten Slingeland is een proefschrift uit 1958 over de bosbouw op de Sijsselt. Hij was bosmeester op Kernhem en een van de eersten die op bosbouwgeschiedenis promoveerde. Er zitten volgens mij wel meer fouten in dit proefschrift, met name op de interpretatie van oude teksten, maar op het gebied van bosbouwgeschiedenis is dit een uniek en fantastisch proefschrift. Tweedehands is het nog wel verkrijgbaar.

Premium inhoud

Betalende abonnees lezen hier de stukken uit 1437.

Alle afbeeldingen

  • De Sijsselt in 1771
  • Kaart uit 1570 van de Moft, Witteroos