Op de geomorfologische kaart zien we tussen Ingen en Eck en Wiel sporen van een oude kronkelwaard. Er is niet veel van over, maar wel herkenbaar in hoogte, bodem en landgebruik.

Voor wie geen zin heeft in lezen, hier de podcast.

English podcast

English podcast generated with NotebookLM
Twee weken geleden hadden we ook een kronkelwaard bekeken: die werd ingesloten door de Liendense Rijn. Vandaag kijken we dus ietsje westelijker: de kronkelwaard van Ingen. (allebei zelfbedachte toponiemen hoor).

Ook op de hoogtekaart is dat duidelijk te zien: Roze = de terp van Ingen. Blauw = de Maurikse wetering en de ‘Liendense Rijn’. Geel = kronkels van de kronkelwaard van Ingen.

Een foto van de terp van Ingen – prachtig (maar iets meer groen lijkt me lekker op een warme zomerdag). Ja, die foto had ik twee weken geleden ook al laten zien. En toch gaan we vandaag iets heel anders bekijken.

Maar als ik er doorheen klieder, kijk je door mijn ogen. Hier, kijk zelf maar:

Is er in het veld voor een argeloze fietser (zonder hoogtemeter en zonder grondboor en zonder toestemming om van de paadjes af te gaan) iets te zien van deze kronkelwaard? Nou, dat valt tegen. Hier sta ik op de Kalverlandseweg en inderdaad zie ik dat de velden en sloten een bocht maken.

Het hoogteverschil is overigens slechts een meter. Maar als de rivier vrij zou kunnen stromen, niet gehinderd door de huidige dijken, zou deze meter genoeg zijn om ’s winters bij hoog water veilig droog te blijven. Velen denken nu dat het zonder de dijken gevaarlijker zou zijn met meer overstromingen. Dat klopt als je een dijk weghaalt. Maar als je alle dijken in de Betuwe weg zou halen, zouden de Rijn, Waal en Maas in de winter breed uitwaaieren, tientallen kilometers breed worden. Hoog zou het water niet komen; een oeverwal of de rug in een kronkelwaard blijft droog.

Van de hoogteverschillen in de kronkels zie ik niet veel. Zeker niet op een foto. En toch …. Het enige huis op de P van Westrhenenweg staat precies op een rug. Ook de boerderijen langs de bandijk langs de Rijn staan op de ruggen. De weg de Ganzert loopt over een rug; ook daar staan de huizen op stevig zand.

Mensen hielden vroeger nauwkeurig rekening met deze hoogteverschillen en bodemverschillen bij het bouwen van huizen en aanleggen van wegen. Dat doen we niet meer. Maar boeren weten de verschillen nog precies te duiden, ook al heeft ontwatering en kunstmest de landgebruikverschillen doen verkleinen. De zanderige ruggen kunnen we ook herkennen aan de fruitboomgaarden en boomkwekerijen, de lage kleierige dalen zijn grasland. Zie de foto hier boven: rechts een boomgaard op een rug, links een weiland in een dal.

Hier nogmaals de kaart, maar transparant.

Twee oude waterlopen?

Op de geomorfologische kaart zien we ook twee andere blauwgekleurde kronkels: waterlopen.

Ik teken de waterlopen in op het AHN.

Maar weer, als ik er doorheen klieder, zie jij eigenlijk niks. Dus hier zonder mijn lijnen:

De zuidelijke is geen rondlopende beek hoor, dat zijn twee waterlopen die Luchtenberg, Klinkenberg, Hoog Kana en Zevenmorgen afwateren richting de Linge. Voor ik verder ga: Luchtenberg, Klinkenberg, Hoog Kana: hoe groot zijn die bergen? De Luchtenberg ligt een meter boven de omgeving. De rest is net zo iets. Maar dat was tot 1300 ruim voldoende om bij hoog water veilig droog te wonen: als je alle dijken langs de Rijn, Waal en Maas weghaalt, waaien ze in de winter vooral breed uit, maar het land loopt niet diep onder.

De noordelijke waterloop lijkt een kronkelende beek die uitmondt in de Rijn. Dat moet ook een oudje zijn, want de Rijn ligt nu veel hoger dan het land van de Betuwe. Is daar nog iets van over, behalve de sloten dan? Een oude naam? Kijk, hier komt hij aan.

En ook bij de Rijnbandijk zie je hem: het lijkt een wat hogere zanderige baan waar de boer niets mee kan. Ik maak de uitsnede uit google streetview zo dat je ziet waar het is: bij het prachtige dijkmagazijn. even ten westen van de Veerweg naar het Ingense Veer. Maar het water stroomt nu van de Rijn af, uiteindelijk stroomt hier al het water naar de Linge, en niets naar de Rijn.

Maar ik twijfel of de echte geomorfologen wel gelijk hebben met deze oude waterloop.

Op de kaart van 1850 zie ik dit – ik kleur de waterlopen blauw op de zwartwitte kaart:

Een bocht blijkt een oude weg, en al het water loopt zoals verwacht naar het zuidwesten. De Ketteringsche Wetering heet hij hier.

Links op de uitsnede zie ik een sloot langs een rug van de kronkelwaard: De Aanschoot. Google op Aanschot, en je komt meerdere plekken tegen in Brabant en Vlaanderen die zo heten. Het schijnt daar een hoger droger stuk land te zijn dat uitsteekt in een moeras. Nou moe, dat is een perfecte naam voor deze rug in de kronkelwaard van Ingen – en zo zijn we terug bij het begin van dit stuk.

Het mooiste boek over het ontstaan van de landschappen van Nederland, mijn vraagbaak voor dit blog: Jongmans. Niet het goedkoopste boek in je kast, maar wel goedkoopst per uur vermaak. Het bespreekt de landschapsvormen, komt dan uit bij de bodems, en verklaart daarmee het historische landgebruik. Echt geweldig.

Alle afbeeldingen

  • Ingen
  • Buren op het AHN
  • Buren op het AHN
  • Eck en Wiel
  • Wielse veer in 1641
  • Ketteringse Wetering
  • Ketteringse Wetering bij Ingen