Van het Weichselien, de laatste ijstijd, is nog van alles te zien; zowel landvormen als in gebouwen.

Landvormen

Dekzand

Tijdens het Weichselien was het hier net Siberië met lange winters en eeuwige bevroren grond (permafrost) waarop nauwelijks iets groeide. De wind had vrij spel, joeg honderdduizend jaar zand over het land, en legde dat als een dikke deken neer: ons dekentje van dekzand.

Zuidoost Nederland ligt onder een deken van zand uit het Weichselien dat oudere landvormen heeft vervaagd en hoogteverschillen heeft doen verdwijnen. Op geologische kaarten gaat het om wat onder het dekzand ligt, geomorfologen denken het dekzand weg, landschapskundigen vinden het dekzand jammer want wat daaronder ligt is zoveel boeiender. Maar het is wel wat je al wandelende en fietsende om je heen ziet. Nederland ligt nou eenmaal lekker onder een dekentje en we zijn blij met de paar plekjes waar het dekentje gaten vertoont.

In zuidoost Nederland ligt de deken zichtbaar aan het oppervlak. In noordwest Nederland, dat zakt en zakt, is de deken inmiddels alweer tientallen meters weggezakt en bedekt onder nieuwe lagen zoals veen en zeeklei.

Dekzandruggen

Het dekentje van dekzand is niet helemaal glad: het vormt ruggen. Deze dekzandruggen vinden we bijvoorbeeld in de Gelderse Vallei.

Gelukkig zijn er meer landvormen uit het Weichselien dan het saaie dekzand. Het zijn jonkies, de jongste niet meer dan 10.000 jaar oud.

Sneeuwsmeltdalen of droogdalen

Na een lange winter in het Weichselien smolt de sneeuw en dat smeltwater zocht zijn weg naar beneden waarbij het grond meenam van de hellingen. Zo zijn dalen uitgesleten die sindsdien droog liggen, want er is geen bron bovenin waar een beekje ontspringt. Daarom noemen we dit droogdalen.

Pingoruïnes: pingomeren en pingokuilen

Op het keileemplateau in Drenthe dat door het ijs van het Saalien is achtergelaten, zijn later in het Weichselien ijsbergen ontstaan, waarvan de resten nu te zien zijn als meertjes met wallen eromheen. Die ijsbergen noemen we pingo’s, en de restanten pingoruïnes. Maar ik houd niet van die term: we noemen onze stuwwallen toch ook niet stuwwalruïnes? Dus ik gebruik de termen pingomeren en pingokuilen.

Duinen

Duinvorming is een continu proces, maar de meeste duinen zijn ontstaan in het Weichselien: de geringe vegetatie en de lage waterstanden (dus droge meren, rivieren en Noordzee) maakte dat de harde wind heel wat zand opblies tot duinen. De duinen langs de Noordzeekust kennen we allemaal wel (en vormen geen deel van dit blog), maar wist je dat er ook rivierduinen bestaan? En dat er ook duinen op de Veluwe liggen, deels zelfs tot lange worsten uitgerekt, de langebergen.

Donken, woerden en tangen

Een bijzondere vorm van duin is waar het land in het Holoceen is bedekt met veen, waarbij dan nog enkele hogere duinen uit het Weichselien daar bovenuit torenen. We noemen dat donken in west Nederland en tangen in noordoost Nederland.

Uitgestoven laagtes

Waar zand is weggestoven, ontstaat een uitgestoven laagte. Aan de lijzijde ontstaan dan duinen, vaak met mooie kammen. Samen vormen de laagte en de bijbehorende een stuifcel, maar ik noem dat een stuifei. Op deze uitsnede van het AHN (Renkums Beekdal) liggen een paar van die stuifeieren bij elkaar:

Het uitstuiven van zo’n laagte houdt op als (1) het grondwater is bereikt, want nat zand stuift niet of (2) er veel grof zand of grind in het zand zit dat niet meestuift en achter blijft: op een zeker moment is de grond daarmee bedekt en kan er geen zand meer wegstuiven. Dat noemen we een keienvloertje.

Loess

Een bijzondere grondsoort uit het Weichselien is loess. Dat is een afzetting die door de wind is afgezet, dus stuifzand, stof. Dit loss komt voor in Zuid-Limburg, maar ook bij de Veluwe, waar in de luwte van de hoge stuwwallen dit stof neer dwarrelde. Een bekend veld met veel loss is het Herikhuizerveld bij Rheden. Loss erodeert gemakkelijk, en het Herikhuizerveld is ons meest geërodeerde landschap. We vinden het prachtig.

Modderstromen

Aan de voet van de stuwwallen is hier en daar een modderstroom gevormd, zoals hier bij Hall:

Waar is dit te zien?

Op veel plekken in Nederland kunnen we deze landvormen zien liggen.

Friesland

In Friesland liggen veel meertjes en vennen die pingomeren zijn.

Drenthe

In Drenthe liggen op het keileemplateau meer dan 1000 pingomeren en pingokuilen.

Droogdalen zijn sneeuwsmeltdalen uit het Weichselien, de laatste ijstijd

Tijdens het Weichselien is alles bedekt onder een dekentje van dekzand. De duinen in dit dekzand zijn nu dekzandruggen.

Overijssel

Wierden: Het is er maar eentje, maar ook in Salland ligt een pingokuil.

Gelderland

De Veluwe ligt vol sneeuwsmeltdalen of droogdalen. Ook liggen op de stuwwallen veel stuifzanden en duinen uit het Weichselien, en bijzonder zijn de lange duinen die als worsten over de stuwwallen liggen: de langebergen. De Gelderse Vallei ligt vol dekzandruggen. In het Land van Maas en Waal en de Betuwe liggen Rivierduinen en donken, bijvoorbeeld bij de Haterse vennen. Niet alleen in Limburg, maar ook tegen de Veluwe aan bij het Herikhuizerveld ligt loess. Loess erodeert gemakkelijk, en het Herikhuizerveld is ons zwaarst geërodeerde gebied. Hall ligt op een fossiele modderstroom en ook bij Garderen zijn mooie modderstromen te zien.

Utrecht

Ook op de Utrechtse Heuvelrug liggen droogdalen of sneeuwsmeltdalen. Een mooi voorbeeld van een uitgestoven laagte die door is gestoven tot aan het grondwater (schijngrondwater in dit geval) zijn de Leersumse Plassen.

Nog meer Weichselien

Maar er is nog meer Weichselien in Nederland.

Tufsteen

In de Eifel waren toen een aantal vulkanen actief; de Eifelsteig loopt langs mooie kratermeren en bovenop heuvels liggen basaltlagen. In diverse groeven wordt tufsteen gewonnen. Tufsteen is hard geworden vulkanische as. Die as ontstaat als magma zoveel koolzuurgas bevat dat het ontploft en in kleine stukjes van de grootte van zand uiteenspat. Tufsteen is een mooi bouwmateriaal en wordt in Nederland veel gebruikt als witte versiering van rode bakstenen bouwwerken. Het zit bijvoorbeeld in twee lijsten naast de voordeur van mijn vorige huis.

Sommige oude Romaanse kerken zijn van tufsteen gemaakt (dit kan ook oudere tufsteen zijn en uit een ander gebied). Tufsteen lijkt wel wat op zandsteen, maar het verweert eigenlijk niet en dat is een goed kenmerk. De kerken van Bentheimer zandsteen zien er nu grauw en groen uit, een tufstenen kerk is nog net zo fris als toen hij 500 jaar geleden gebouwd werd. De oude kerk van Oosterbeek is bijvoorbeeld zo’n tufstenen kerk.

Het Verhaal van Nederland

Dit is een deel in Het Verhaal van Nederland waarin we in een tijdcapsule de lange geschiedenis van Nederland achterna reizen. Om 0,1 seconde voor middernacht kijken we naar de landvormen die in het Weichselien zijn ontstaan.

Fietsroutes

Op deze fietsroutes kijken we ook naar landvormen uit het Weichselien:

Benieuwd naar ons nieuwste boek? Dat is: De Veluwezoom in 1887 - met Henriette Fabius op vakantie. We volgen Henriëtte Fabius die in 1887 17 dagen op vakantie gaat naar Oosterbeek en daar een dagboek bijhoudt. Enthousiast beschrijft ze vergezichten, bossen, steile hellingen, watervallen en andere dingen die ze niet kent uit Delft. We lezen het dagboek, andere reisverslagen, prentbriefkaarten en reisgidsen. We beantwoorden de vragen: Waarom was de Veluwezoom toen zo populair bij toeristen, wat deden de toeristen zoal, en waarom gaan wij niet meer op vakantie naar Oosterbeek? Verkrijgbaar als paperback en eboek. Meer over dit boek.

Alle afbeeldingen

  • baksteen en tufsteen
  • Leigraaf in Rosandepolder
  • Braamberg