In 1768 tekent Berger een kopie van een kaart van Van Geelkercken van de grens tussen de Hindekamp en Ginckel. Zegt hij zelf.

De Ginkel in 1768
GA 0409 1571

Ik kan geen kaart vinden van Nicolaes van Geelkercken die als voorbeeld heeft kunnen dienen (maar die kan uiteraard verdwenen zijn), en ik vermoed dat hij de linker bovenhoek van deze kaart uit 1653 heeft nagetekend:

Meer over deze kaart van de Ginckel uit 1653.

kaart 17 Geelkercken
GA 5436-1661-70

Bekijk ons boek Van Heelsum naar Otterlo, over de oude Vossenweg door ruimte en tijd. Hierin beschrijven we een prachtige wandelroute met bijna 100% zandweggarantie tussen Heelsum en Otterlo. Met aandacht voor landschap, natuur en cultuurhistorie.

Eerder heb ik al deze kaart van Van Geelkercken over de huidige topografische kaart gelegd.

kaart 20 Ede topo

De kaart van Berger gaat over de grens (met de klok mee) beginnend ongeveer bij de Amsterdamseweg, en dan noordwaarts tot aan Nieuw-Reemst ten noordoosten van de Ginckel. De schaal van Berger lijkt nergens op: de Ginckel is veel te groot, en de afstand tot Nieuw-Reemst veel te klein getekend. Blijkbaar kon het Berger niet schelen dat de schaal buiten de Ginckel niet klopte, als de bedoeling maar duidelijk was. Wat was de bedoeling? Het is altijd interessant de reden van een kaart te weten, daar haal je veel informatie uit: dat bepaalt vaak wat zorgvuldig en wat minder zorgvuldig is getekend. Tussen wie was er ruzie? Waar ging de kaart over? Wie was de opdrachtgever? Informatie hierover haal ik vaak uit het bijbehorend processtuk, maar dat zit hier niet bij. Ik hoop dat de tekst op de kaart zelf informatief is. Eerst maar eens de kaart zelf bestuderen.

Ik zie drie boerderijen: Groot Ginckel, Hindekamp, Nieuw Reemst, plus een schaapskooi (links). Groot Ginckel ligt bij een driehoekig veld, ten westen daarvan ligt de grens tussen Ginckel en Ede, maar aan de andere kant van de grens ligt een perceel in Ede dat bij Groot Ginckel hoort. Deze twee velden liggen er nu nog net zo, de boerderij Groot Ginckel is nu het centrum van Natuurmonumenten. de schaapskooi en Nieuw Reemst liggen er ook nog, maar De Hindekamp ligt nu ergens anders.

Ik volg de grens en begin links onderin in heetland (heide) en kom al snel bij een vaargat. Een vaargat? Was De Ginckel een soort Giethoorn? Bij het vaargat staat de letter A: even de tekst lezen bij A:

A is een vaargat daar Ginckel en Eede scheijdt.

Daar schiet ik weinig mee op. Is een vaargat een opening om doorheen te varen of doorheen te fahren? Ik houd het op het tweede.

Wie vanaf het heetland door het vaargat fahrt komt in het Ginckelse onlandt of waterachtige grondt. De grens gaat hier rechtdoor naar halverwege het kwartronde veld wat Berger ‘ouden Hinderkamp’ noemt. Dit sterkt mijn vermoeden dat de Hindekamp eerst lager lag en later verplaatst is naar de hoge droge grond waar het nu ligt. Dus dat het onland steeds natter is geworden. Dus dat mijn hypothese dat de zandverstuivingen de afvoer van de Ginckel naar het Renkums Beekdal heeft verstoord, best wel eens waar zou kunnen zijn.

Op de hoek ligt punt B:

B dese scheijding soude laaken tot op den helfft van den ouden Hinderkamp.

Ik loop met mijn vinger op de kaart verder langs de grens langs de oude Hinderkamp. Links van me enkele bultjes, duinen vermoed ik. Kan ik die op het AHN terugvinden? Er ligt hier een gigantisch fraaie duinenrij op de grens tussen het huidige landbouwveld en het bos. Kan dit het zijn, misschien een beetje verder naar het oosten verstoven en in het bos blijven hangen? Andere duinen, meer naar het westen, zie ik niet.

Ik denk nu aan een andere reden voor het natter worden van het kwartronde veld: Niet de zandverstuivingen op de Ginckelse Heide die de afvoer van dit onland naar het Renkums Beekdal onmogelijk maakten, maar de Hindekamp zelf zou verstoven kunnen zijn. Dan ligt de bovengrond van de akker nu in het fraaie duin dat tegen de bosrand aan ligt. Dan is de akker verstoven tot aan het grondwater. Wat voor deze hypothese pleit, is dat Berger duinen tekent op het veld: in zijn tijd was de verstuiving blijkbaar in volle gang. Deze duinen zijn nu echt weg, en op oude topografische kaarten, van voor de drooglegging, staat het kwartronde veld als moeras getekend. Klinkt logisch.

Verder met de grens langs De Ginkel, ik ‘loop’ nog steeds langs de Oude Hinderkamp.

De weg splitst zich in een oude voorlanderweg achter de houtwal over het veld en de grotere gemeenen weg. Beide komen bij een Heck uit, punt C:

C: vervoglt tot t Hecken t welk die van Ginckel toe komt te hangen; t welke die van den Hinderkamp hebben afgeworppen;  en onlangs een niuw heck in de platse gehangen; het welk die Ginckelsen, in mijn tegenwordigheit hebben afgesmeeten.

Leuk zo’n schrijffout, vervoglt ipv vervolgt. Het waren kaartenmakers, geen schrijvers. De grens maakt een hoek en loopt verder langs de Ginckelse Graaf. Bij de graaf staat letter D:

D betekent de graff dewelke die van Ginkel hebben gegraaven, om dat haar paarden uijt’ onlant niet souden wegstreijken

Ha, het natte onland werd als paardenland gebruikt en een sloot hield de paarden tegen. Voor het einde van de graaf buigt de grens af naar het oosten richting de wervelstruik. Al snel passeert mijn vinger een pol (heuveltje) en daarna kom ik bij de wervelstruijk. Dat is een boswilg die als grensmarkering diende. Ik loop verder naar het oosten en kom op de Vossenweg die van Mossel via Nieuw Reemst naar Heelsum loopt. Over die weg hebben we dus een boek geschreven!

Terug naar de Ginckel.

In het onland tekent Berger gras en water. Nu is dit gebied ontwaterd en als  landbouwgrond in gebruik. Daarbij is men waarschijnlijk niet met veel eerbied voor oude weggetjes, slootjes en walletjes te werk gegaan. Maar dan nog: dat kwartronde veld, de twee rechthoekige velden, de oude boerderij, de houtwallen daar, en de duinen zijn prima terug te vinden in het veld.

Over het algemeen zien we op het AHN meer dan in het veld, maar fietsen is leuk, het is mooi weer, en onderweg kom je altijd nieuwe dingen tegen. Je ziet het pas als je het doorhebt, zei Cruijff, en dat is zo waar. Met frisse blik kijken we naar de dingen om ons heen. We zijn hier zo vaak geweest, zien we iets nieuws? Jazeker, de gegraven wetering is veel natuurlijker dan een aantal jaren geleden en hier en daar zien we schitterende natte natuur. Wat een aanwinst.