Het is een zonnige winterse dag en ik loop dit mooie klompenpad bij Oosterbeek. Dat blijkt een goede keus. Dit pad loopt door de uiterwaarden, en daar kan het best drassig zijn, zeker in de winter. Maar vandaag niet, want de grond is bevroren.
De route op de geomorfologische kaart:

Het noordelijke deel lopen we over een stuwwal en komen daarbij diverse droogdalen tegen. Die bij Mariëndaal zijn indrukwekkend. Het zuidelijke deel lopen we door een uiterwaard van de Rijn, waarbij de roze en de grijze vlakken respectievelijk opgehoogd en afgegraven zijn.
Ik zet mijn fiets ergens neer en loop tegen de klok in. Een deel van de foto’s zijn van nu, een deel zijn van andere momenten dat ik hier was (dit blog wordt anders te groot met al die kaarten, foto’s en AHN-uitsnedes.)
Het is prachtig fotolicht vandaag. De eerste foto neem ik vanaf het kerkpad even ten westen van de Oude Kerk. We kijken over de Ossewaard, de waard van Oosterbeek. Vooraan pitrus: hier is een bron, een van de vele op deze helling.

Na de kerk steken we de Zuiderbeek over, de beek in het Zweiersdal waar Oosterbeek aan ontstaan is. Ik heb hier vaker over geschreven. Ik heb er langs gelopen en ik heb een artikel geschreven over de brug die in 1722 was ingestort en werd gerepareerd.

De sluis van de Rosandepolder. Hierna gaat het water rechts het beeld uit en stroomt bij de camping bij de steenoven in de Rijn.

De dijk tussen de Rosandepolder en de polder van Oosterbeek, de Ossewaard, ligt opvallend in de uiterwaard. Links de Rosandepolder, rechts de Ossewaard van Oosterbeek. Meer over de Rosandepolder.

Dit is nogmaals de Ossewaard, de waard van Oosterbeek (vroeger van Mariëndaal). Op de achtergrond de stuwwal bij Westerbouwing en Duno. Ik vermoed dat de waard niet heet naar Ossen, maar een verbastering is van Oosterbeeksewaard. Overigens vermoed ik ook dat maar weinigen hem de Ossenwaard noemen en onderscheiden van de Rosandepolder. Helaas loopt er geen wandelpad doorheen, zelfs niet over de zomerdijk naar het Drielse veer wat gemakkelijk zou kunnen.

We komen in Mariëndaal . Hiervan ken ik een oude kaart, niet zo heel oud (te jong voor mijn blog) uit 1850:

De kaart is ongedateerd en ongesigneerd. Maar de spoorlijn van Arnhem naar Utrecht was er al (1845) en die naar Nijmegen nog niet (1879). De Slijpbeek kun je goed volgen van bron tot monding, zie Langs de Slijpbeek bij Oosterbeek. De kaart is 86 * 64 cm groot, getekend op papier en op linnen geplakt. De maker is onbekend.
Nou, deze kaart kun je in het bos nog als wandelkaart gebruiken. De beukenbedstee, de beek, de open velden en het bos met de kronkelpaden de hellingen op en af. Het sterrenbos is een beetje gehavend maar nog best herkenbaar, en het slingerpad de heuvel op is er nog net zo. De beukenbedstee, speciaal aangelegd zodat lelieblanke wandelende dames mooi wit bleven, is er nog net zo, hoewel ik vermoed dat het nieuwe beukjes zijn.

Toch is er ook veel veranderd: De Schelmseweg loopt vlak achter het huis rechtdoor, nu maakt hij na de brug over het spoor een bocht naar het westen en doorsnijdt dus het bos. De nevengebouwen bij het huis zijn weg, maar de tuin achter het huis is volgebouwd. En de mooie bruggetjes zijn ook weg, maar die staan toch niet op de kaart.
De ijskelder staat niet op de kaart, vast niets bijzonders, alleen van belang voor het personeel. Nu is het een monument.
Ten zuiden van het spoor zie ik op de tekening geen wijers in de Slijpbeek ingetekend. Dat is raar, of zijn die in later tijden hersteld? De verdere loop van de Slijpbeek is herkenbaar. De kaart stopt waar de Slijpbeek de Benedendorpsweg kruist. Links hoorde de steilrand onder de stuwwal blijkbaar ook bij het landgoed.
Genoeg kaartje gekeken, ik loop verder.
De Utrechtseweg ligt in een droogdal. Slim natuurlijk, waarschijnlijk is hier altijd een weg geweest tussen het lage Rijndal en de hoge stuwwal. Ik maak een selfie of is dit een antiselfie?

Bij de grote waterval stond een molen in de Slijpbeek. Er boven lag een wijer, een vijver die de molen voorzag van een regelmatige wateraanvoer.

Bij een tweede wijer plus plek van watermolen steken we de Slijpbeek over. Door de landgoedeigenaar is langs de Slijpbeek heerlijk geknutseld met cement en stenen (geen neprotsen zoals bij Duno en Seelbeek). Ik vind het mooie stenen: harde rode zandsteen met witte kwartsietbanen. Het is zondagmiddag, stralende zon: honden en kinderen genieten.


De droogdalen – gelifluctiedalen vind ik een duidelijkere term, maar bekt minder lekker – in Mariëndaal zijn wondermooi. Links hoog op de helling boerderij Loobergen.

Een bankje met tafel van een grafsteen bovenop de helling.

We komen in Boschveld langs de grens van Arnhem. In de 18de eeuw heeft Arnhem hier grenspalen neer gezet om duidelijk te maken tot hoever de jachtrechten liepen. Dat was nodig omdat toen de jachtrechten gedemocratiseerd werden: niet alleen edelen maar alle burgers van Arnhem konden een jachtvergunning kopen. Die moesten natuurlijk wel weten tot waar ze mochten gaan.

Bij het stadhuis in Oosterbeek is een wadi gemaakt. Op de reling van de brug een mooie tekst.
stromend van dakpan en plaveisel, geschat op waarde,
werd regenwater verlost van de loze loop van riool, rivier en oceaan –
zodat hier de wolkengift verzinkt, om even zacht opgenomen als afgestaan,
verenigd te worden met de aarde.

De Hemelse Berg ligt vol bronnen en beken waarvan de meeste tot landgoedkunstwerkjes zijn vergraven. Dit is de Oorsprongbeek.


Het houten vlonderpad over een bron van de Gielenbeek heen. Hee, die moet ik nog lopen!





Geweldig, ik krijg er zin in!
😀