In de uiterwaard van Driel is in 1970 de stuw gebouwd. Hij was vroeger juist groot, een combinatie van een kronkelwaard met een lange aanwaswaard, die liep van de spoorbrug tot aan de brug over de A-50. Vanwege de nevengeul die voor de stuw is aangelegd (de schutsluis ligt in de oorspronkelijke rivier), is er niet veel van deze waard over.

We zijn bij 3 aangekomen; deze waard ligt tussen de spoordijk en de A50:


Premium inhoud

Premium abonnees lezen hier over de werkbezoeken in de 17de eeuw.

Oude kaarten en prenten

1560 Suurmondswaard

Van de kop van de Drielse waard heb ik verder geen kaarten gevonden; wel van de staart. De eerste hier onder is (tot nu toe) tevens de oudste kaart die ik laat zien in deze serie over Zandbanken in de Rijn. Hij is van 1560, maar veel zien we er niet op. Ik lees bovenaan Zuijden, kan linksboven Scuermons venelandt lezen, met wat fantasie, en zie verder rechts Dorewerdts land, een middelwaard, een thuijn. Helaas geen kerk of kasteel om me beter te oriรซnteren. Ik lees het graag als lezers meer zien. Opvallend dat er twee Rijnlopen getekend zijn met een middelzand er tussen. Ik denk dat dit middelzand de latere Doorwerthse Hoek, een waard van Doorwerth op de zuidoever, (zie verderop) is geworden. Deze kaart zou dus misschien het ontbrekende stuk tussen 413 en 415 weergeven.

1649 Drielse veer

Op de kaart uit 1649 zien we rechts het Drielse veer. Links is de grens met de Doorwerthse Hoek. Dit gebied is nu verdwenen onder de Stuw van Driel (en is dus hetzelfde stuk waard als kaart 413). Het veerhuis stond toen buitendijks, in 1870 ook nog, maar nu binnendijks. De kaart hoort volgens het Gelders Archief bij een proces over illegaal gelegde kribben waar de Rekenkamer helemaal niet blij mee was, maar dat proces speelde wel 100 jaar later. In de tekst linksboven staat dat het draait om een weiland (donkergroen) en een rijswaard (aan de Rijn met 8 kribben) van de heer Rutger Huijgens rakende aan het Drielse veer.

Meer over deze kaart.

1671 Op de 10-meterkaart van Isaac van Geelkercken

De 10-meterkaart van Isaac van Geelkercken blijft een wereldwonder.

Deze uitsnede toont de Rijn tussen de spoorbrug links en de A50 rechts. Wat op deze uitsnede goed te zien is, is dat in 1670 kribben met de stroom mee liggen. Tegenwoordig liggen kribben loodrecht op de oever. Maar de functie is dan ook anders: nu dienen kribben ter bescherming van de oever en om de vaargeul op diepte te houden. In 1670 dienden kribben om zoveel mogelijk zandbanken te laten aangroeien.

In deze binnenbocht groeien in de staart van de bocht zandbanken aan: de bandijk die er in 1670 ook al 350 jaar ligt, ligt daar verder van de Rijn en dat komt vast door nieuwe zandbanken. Daar liggen in 1670 ook twee grote stukken bloot sant. Wat opvalt is dat de uiterwaard aan Drielse zijde daar Dorenweerts Middelwert heet. Dat hoekje heet nog altijd de Doorwerthse Hoek. De Rijn stroomde er dus voorheen omheen. We gaan kijken en laten eerst de commissarissen aan het woord.

1724

Op de volgende kaart uit 1724 zien we rechts de schaardijk bij de Koeweide en links op de rand het Drielse veer. Als we de tweede kaart links er tegenaan plakken, hebben we deze hele binnenbocht te pakken. In het Gelders Archief staat dat de kaarten geordend zijn met de stroom mee, maar dat klopt niet.

Bij bocht 5 Heteren toon ik de derde kaart in deze serie. Hier zoals ze volgens mij liggen ten opzichte van elkaar. Erg knullige tekening, maar je begrijpt hem vast.

De tekst is goed leesbaar. De waardjes op de bovenste kaart zijn van verschillende mensen. Het gele zand op de onderste kaart is van de Heer Huijgens, en de andere twee waarden zijn van Mevrouw van Heucelom.

1859 Driel – C.J. del Belt

Hier een steendruk van Driel. Het gebouw links zou het veerhuis kunnen zijn, maar in werkelijkheid ligt dat veel verder van de Rijn af. Dit is een stootoever en Driel heeft geen stootoever. Ik zie ook geen veerpont. Zucht, wat nu? De situatie lijkt meer op de oude pont van Doorwerth of Heteren, maar dan met de Drielse kerk.

1870 Reuvens

Reuvens verdeelt in 1870 de Drielse waard over twee kaarten. Hij tekent bovendien het Drielse veer, een peilsteen in het veerhuis, een peilsteen in Driel en twee wielen. De waard zelf tekent hij als een geheel, met een stanleymesje in de staart, de typische vorm van een voormalige binnenbocht. Dat is de Doorwerthse Hoek. Verder tekent hij peilstenen, wielen en sluisjes in. Het Drielse veer tekent hij als gierpont en het Doorwerthse veer niet: dat was vast een roeiboot. Ook tekent hij binnendijks een kwelkade, daarover meer bij een andere bocht.

1899 Drielse veer

De volgende tekening verbeeldt het Drielse veer. Goed zichtbaar is het systeem met loopplanken op en af. Wat was die mast? Het veer was een gierpont die vastzat aan een kabel die midden op de rivier verankerd is. Op het water zie je dan een rij bootjes drijven langs de kabel. Maar de tekenaar tekent geen bootjes; zou hij die niet de moeite waard hebben gevonden? Verstoorden ze de compositie?

Ik vind in het archief van het Rijksmuseum nog een foto uit 1900-1902, met op de achtergrond de spoorbrug. En hier zie ik wel degelijk de bootjes van de gierkabel. Dit is dus de noordoever bij Oosterbeek.

1900 Drielse veer

De uiterwaard nu

Fietsen en lopen

Wij beginnen op de kop van de waard en beginnen bij de Koeweide bij de spoorbrug waar we in bocht 1 waren geรซindigd. Vanaf hier is een lange waard aangegroeid. We gaan bekijken wat we nog zien van de kaart van Reuvens en we gaan bekijken wat we nog meer zien. Ik begin bij de Koeweide te fietsen. In het begin bij de spoorbrug is de waard smal.

Reuvens vermeldt een peilsteen in het Drielse Veerhuis; het Drielse Veerhuis ligt prachtig aan de bandijk maar ik zie geen peilsteen in de muur. Ik fiets verder. Reuvens tekent een wiel bij Driel, en dat zie ik liggen bij het huis Het Waterhoefke.

De peilsteen in Driel kan ik ook al niet vinden; het hele huis is weg zo te zien en ik weet niet of de steen elders is ingemetseld. In elk geval niet in de kerk of de pastorie ernaast. Ik vermoed dat hier ergens het Schuurmanswaardje was waar de commissarissen rond 1625 naar kijken, immers tegenover de bouwinge van Doorwerth en de Kleiberg. De Kleiberg kan de Duno zijn, immers de hoogste hoogte en hier is de kop van de Dorenwaard.

De waard is op zijn breedst bij de brug naar de stuw. Nou dat valt wel mee, denk je misschien, maar de stuw is in de waard gelegd in een gegraven nieuwe geul. De eigenlijke Rijn loopt onderlangs Duno en daar ligt nu de sluis voor de scheepvaart.

De stuw is indrukwekkend en ik raad je aan daar eens te kijken op een open-monumentendag. Tot voor een paar jaar geleden mocht je vrij wandelen op het stuweiland, maar die pret is voorbij. Deze stuw is de eerste in een rij van drie – de andere twee staan bij Amerongen en bij Hagestein. Die bij Amerongen komen we nog tegen op onze Rijncruise, maar Hagestein is buiten ons bereik. Ik houd van het iconische ontwerp: de vorm, de kleur, de zichtbaarheid van de werking.

De Stuw van Driel

Deze stuw regelt de waterverdeling tussen de IJssel en de Rijn en Rijkswaterstaat noemt het de ‘kraan van Nederland’.

Ik fiets naar de rivier via het Sint Nicolaaspad – Driel noemt zich voor 5 december Madriel – en loop over de zomerdijk tot aan het Drielse veer. Ineens sta ik voor een lager stuk in de dijk. Op de foto is de donkere rand een verticale rand van ongeveer een meter hoog. Dit is blijkbaar een overlaat, een lager deel van de dijk waar water overheen stroomt in de winter. Grote brokken steen beschermen de plek tegen afkalving, en ik strompel er overheen.

Weer thuis kijk ik op AHN naar de Rijn met de sluis en stuw van Driel. De bewuste plek ligt net beneden de stuw in de zomerdijk. Wat is dit complex groot vergeleken met kasteel Doorwerth links bovenin de uitsnede. Wat nemen wij toch veel ruimte in en zetten we de wereld naar onze hand.

Ik loop langs de stuw en onder de toegangsbrug door – Rijkswaterstaat noemt die brug een kabelgoot, haha, nou daar zou ik best overheen kunnen lopen hoor. Het is een vizierstuw met een halfronde klep die als het vizier in een helm kan worden opgetrokken. Opvallend dat het vizier met de stroom mee ligt; zo zijn het trekkrachten die opgevangen moeten worden, terwijl de meeste waterwerken zo liggen dat ze duwkrachten te verwerken krijgen, tegen de stroom in dus. De kabels waarmee de vizieren kunnen worden opgetrokken zijn 6 cm dik, de katrollen 30 cm groot, wenteltrappen leiden naar de ruimtes bovenin vergelijkbaar met de zesde verdieping; ik weet dat er een tunnel is 10 meter onder water. Water brult onder het vizier door: de stuw wordt langzaam opgetrokken en staat volgens mij nu 10 cm hoog. Ik geniet.

Een eind verder zie ik de twee mondingen van de vistrap op het stuweiland en dan nog een heel eind lopen en dan ben ik op de weg naar het Drielse veer. Na deze verrassende wandeling langs het water loop ik terug naar mijn fiets en ga verder de dijk af. Ik kom bij een oude paal en vogel via topotijdreis uit dat dit voorheen hectometerpaal 66 was.

Een L-vormig wiel is verdwenen, dat is raar. Een wiel is meestal bijzonder diep uitgekolkt, en dat kan best verlanden, maar niks? Maar ik fiets heen en weer en zoek op topotijdreis en google maps, geen wiel. Er ligt een kassenbedrijf op de plek.

De Doorwerthse Hoek

Tegenover dit bedrijf ligt in de uiterwaard een grote waterplas als restant van de werkhaven toen de stuw werd gebouwd, zie de AHNuitsnede. Dit stukje, nu grotendeels water, heet de Doorwerthse Hoek en zo staat het ook al op de kaart in 1670.

In de Doorwerthse Hoek ligt de ruรฏne van een steenfabriek maar daar mag ik niet heen. Individueel belang tegenover collectief belang: klompenpadenlopers moeten nu kilometers lang onderlangs de bandijk lopen alleen omdat de bewoners van het huis naast de ruรฏne binnen 20 meter van hun huis geen wandelaars willen. Tja, dat gaat voor natuurlijk in ons geprivatiseerde land. De Hoek heeft altijd bij Doorwerth gehoord, want eens in een ver verleden stroomde de Rijn eromheen en lag het dus aan Doorwerthse kant. Dat is, vermoed ik, waar de oudste kaart om draait want die laat twee Rijnlopen zien.

De herinnering aan de Doorwerthse Hoek leeft voort in de naam van het weggetje op de zomerdijk naar de ruรฏne van de steenoven; velen zullen zich afvragen waarom de hoek zo heet, nou, wij weten het nu.

Weer thuis zie ik op Google maps aan weerszijden van de Rijn twee grote vierkanten in het gras. Op de noordoever met zo te zien een voormalige weg ernaar toe. Ik kan er niets over vinden, maar vermoed dat het iets met de bouw van de sluis en stuw te maken heeft. Daar zouden oude foto’s van moeten zijn te vinden.

De sluis in dit dijkje verdient een opknapbeurt en die lappen plastic mogen ook wel eens opgeruimd. Jammer hoor – klompenpadlopers komen hier immers ook langs en dit is geen visitekaartje.

Waar de zomerdijk en de bandijk samen komen (bij dit straatnaambordje dus) zijn we bij het puntje van de staart en is deze waard van Driel voorbij. Hier ligt de Aanval: de stootoever tegenover de Doorewaard.

De stootoever De aanval

Ook deze stootoever heeft een naam: de Aanval. In 1670 noteert Isaac van Geelkercken Aanvalskrib. Ook de commissarissen noemen deze plek de Aenvall en Reuvens vermeldt De Aanval als toponiem in de buurt van deze plek. Pas rond 1930 verdwijnt het toponiem van de kaart, maar er ligt wel degelijk huis De Aanval aan die dijk. Ik ben wel heel benieuwd of alle stootoevers tot aan Everdingen (ons eindpunt op deze Rijncruise) een naam hebben (gehad).

Benedenstrooms van de stuw bij Driel wil de Rijn uit zichzelf gaan meanderen, dus de buitenbocht verder uitslijpen door de bandijk heen. Op de foto is duidelijk te zien dat er heel wat kribben nodig zijn om de rivier in zijn loop te houden. Dat komt niet alleen door het natuurlijke meanderen hier maar is ook een van de effecten van kanalisatie. Dat vergt wat uitleg.

In 'echte' boeken wijden ze hier tientallen bladzijden aan, maar de vuistregel is dat een rivier gaat meanderen als zijn loop te kort is voor het hoogteverschil dat hij moet overbruggen. Dan gaat hij namelijk sneller stromen, krijgt teveel energie en al snel ontstaan de eerste meanders. Je kunt dus ook zeggen dat de rivier te snel stroomt voor de helling, en ik stel me een te snel rijdende auto voor die gaat slingeren de heuvel af. 
Als Rijkswaterstaat een rivier gaat kanaliseren, blijft het hoogteverschil gelijk, maar de loop wordt korter. De stroomsnelheid wordt dus groter, dus de rivier gaat dan weer meanderen, tenzij wij daar met heel veel stevige kribben een stokje voor steken.

Meer lezen over de Rijn en de uiterwaarden? Lees Het Verhaal van de Rijn. Liever een boek? In mijn boek Zandbanken in de Rijn duik ik in de Rijn die in de 17de eeuw opdroogde en hoe de Rekenkamer van Gelderland daarmee omging. Te koop als paperback en als eboek.

Alle huizen buiten de bandijk, geen dijkmagazijn, veerhuis en (voormalige) steenoven:

  • bocht 3: een tot huis verbouwde oude schuur aan de Drielse Rijndijk bij de Achterstraat in Driel
  • bocht 5: het oude centrum van Heteren plus twee oude boerderijen
  • bocht 9: nieuwe huizen en appartementen bij Opheusden en boerderij De Spees
  • bocht 12: industriegebied en woonhuis buiten de Marsdijk tegenover Rhenen
  • bocht 17: vakantieparken bij Maurik
  • bocht 19: oude huizen bij Rijswijk
  • bocht 23: oude boerderijen bij Beusichem
  • bocht 27a: woonwijk langs de Veerweg bij Culemborg

Dat ik zoveel kan schrijven over een half verdwenen uiterwaard….. Tijd om de overkant weer op te zoeken: we gaan naar de Doorewaard.

Alle afbeeldingen

  • Luchtfoto Rijn bij Driel
  • Rijn bij Driel op AHN
  • Stuw bij Driel
  • oude dijkpaal bij Driel
  • sluis in waard bij Driel
  • Stuw bij Driel
  • Doorwerthse Hoek bij Driel
  • Spoorbrug bij Driel
  • Wiel bij Driel
  • Stuw bij Driel
  • Drielse veer in 1899
  • Waarden bij Driel in 1670
  • Prent van kasteel De Roode Toren