De kaart is gedateerd op 9 januari 1649 en gemaakt door Johannis Wichman. Deze prachtige gekleurde versie is echter een kopie uit 1760 door Willem Leenen. Deze kopie is 53 * 74 cm. Bij de beschrijving in het Gelders Archief staat dat de kaart is gevoegd als bijlage B bij de brief van J.L. van Till, ingekomen op 19 januari 1760. Een kaart van 111 jaar oud klopte dus nog gewoon, de tijd ging langzaam.

GA 0012 689

Het noorden is boven. We zijn hier bij Driel aan de Rijn. Rechts zien we de veerweg en het veerhuis van het Drielse veer. Bij het veerhuis twee hooibergen en een duiventil, denk ik. Links ligt tegen de donkergroene waard aan het huis van Tunnus.

Bijzonder vind ik bovenaan tussen de heuvels het gat van Dra. Dat is het dal van de Seelbeek waar nu Heveadorp ligt. De monding van de Seelbeek staat als Gat van de Aa op veel oude kaarten.

Van de bandijk langs de Rijn staat rechts onder in de hoek een stukje op deze kaart. Wat we zien is dus niet de hele breedte van de waard maar slechts de buitenste strook langs de Rijn. Ik teken de kaart zo goed mogelijk in op topotijdreis om me beter te kunnen oriënteren. Omdat het hier zo veranderd is door de stuw, eerst maar eens op een kaart van voor de bouw van de stuw: 1892.

De drie donkergroene waarden A B C liggen er in 1892 nog net zo, maar in veld A staat dan een steenbakkerij. De vorm van deze drie waarden is opvallend herkenbaar; ik heb ze blauw gekleurd. Het gat van Dra heb ik geel gemaakt en het huis van Tunnus en het veermans huis van het Drielse veer met een gele stip aangegeven.

Met mijn nieuwe speeltje kan ik mijn tekening door de tijd heen vasthouden. Dit is leuk! Zo ziet het er in 2021 uit:

Dat is wel schokkend.

Nadat ik van de schok bekomen ben, keer ik terug naar de oorspronkelijke kaart.

Erg leuk vind ik de boten in de Rijn: zeilboten en roeiboten. De zeilboten zijn platbodems en de wind waait uit het oosten. Dat betekent dat de roeiboot, die met een passagier stroomopwaarts vaart, het zwaar heeft: tegen de wind en tegen de stroom. Ik vermoed dat dat de veerpont is (want waar is die anders?). Ook zie ik een vissersboot met een net.

Linksboven staat een tekst die in de kopie van Willem Leenen goed leesbaar is:

Caart ende metinge gedaan door mijn Johannis Wichman ordinaris ingenieur van Sijn Hoocheijt te weeten van een stuck wijlant en riesweert gelegen in de Betuw aan den Rijn Stroom bij Arnhem tussen Driel ende Oosterbeeck raackende aen het Drielse veer toebehoorende de heer Rutger Huijgens ende is dese weij circumvalatie groot bevonden naar de Rinlansche maate 18 morgen 37 voeten en 63 duijmen soo dat ider gelieke derde part tussen sijne schijtlinien is 6 morgen 12 voeten 69 duijmen als bliekt bij de letter A B C In Sr hage den 9 januarij 1649

Ik vermoed dat het bezit van vader of moeder werd verdeeld onder drie erfgenamen, en dat moest dan wel eerlijk gebeuren. Ruzie over een erfenis in 1649. Een riesweert is een griend met knotwilgen. Sr hage zal Den Haag zijn.

Meer weten over de geschiedenis van de Rijn? Ik ben met een onderzoek begonnen dat precies een jaar gaat duren. Lees meer hierover en doe mee. Ik onderzoek de Rijn tussen Arnhem en Everdingen en dat doe ik per bocht: 24 bochten, 24 afleveringen. Lees over meanderen, anastomoseren en vlechten. Over zandbanken, rijswaarden, grienden en uiterwaarden. Over bandijken, schaardijken en kaaidijken. Over veldbezoeken van de Gelderse Rekenkamer in de 17de eeuw die zoveel mogelijk zandbanken in gebruik wilde nemen en landmeter Bernard Kempinck die kaarten aanleverde. Over het Gelders waterrecht en het leggen van kribben. Met vele kaarten, foto’s en tekeningen.