De Moft is de heuvelrug tussen Ede, Bennekom, Wageningen en Renkum. Jammer genoeg gebruiken we de naam niet meer. Laten we hem opnieuw invoeren.
Een heuvelrug met een naam
Veel mensen beschouwen De Moft als een bos, wij als de heuvelrug zelf. Al was het maar omdat er vroeger meer heide dan bos op groeide. Wij denken dat de Moft een oeroude naam is voor de lange rug tussen de Gelderse Vallei en de Renkumsevallei.
Wat is een moft?
Over de achtergrond van de naam Moft zijn kenners het niet eens. In het oudste zinnetje staat Moffet. Wij vinden twee etymologieën plausibel: sommigen leggen een link met het Gaelic ‘magh fada’, dat betekent ‘long plain’, vertaald als ‘lange vlakte’. Onze Moft is wel degelijk lang, maar geen vlakte; het is een lange beboste heuvelrug tussen twee lage vlaktes in. Misschien een lange hoogvlakte?
Een andere etymologie vinden we ook de moeite waard: een mof kan ook wijzen op een dikke wollig tapijtje op de grond: een mof is een omhulsel of afdekking. Dan dachten ze dat de bosrijke heuvels van de Moft de lage vlaktes van de Rijn, de Gelderse Vallei en het Renkums Beekdal bedekten.
Ontstaan van de heuvelrug
De Moft is het zuidelijke deel van de Edese Heuvelrug. Dit is een stuwwal die ligt van Lunteren naar Wageningen. Deze stuwwal is opgeperst door het ijsveld dat in het Saalien in de Gelderse Vallei lag.

In de heuvelrug zit een laagte ten noorden van de Sijsselt. De rug ten zuiden daarvan heet de Moft.

Prehistorie
Sporen van de prehistorie zijn grafheuvels, raatakkers en ijzerkuilen. Alle drie sporen van een ver verleden, maar hierin verkijken we ons snel: de grafheuvels zijn 3000 jaar oud, de raatakkers 2000 jaar en de ijzerkuilen 1000 jaar. Op de Wageningse Berg liggen zeven grafheuvels bij elkaar.
996 De verdeling van de erfenis van graaf Wichman
Het geschreven verhaal van de Moft begint in 996 met de verdeling van de erfenis van Graaf Wichman van Hamaland. In een brief worden vier bossen genoemd, en eentje daarvan is de Moffet.
1263 Wageningen krijgt stadsrechten
In 1263 geeft Graaf Otto II stadsrechten aan Wageningen. Wageningen heeft daarna eeuwen lang ruzie gemaakt met de bosmeesters van de graven en hertogen van Gelre omdat de stedelingen vonden dat ze volgens hun stadsrechten vrij gebruik van de Moft mochten maken. Maar in de oorkonde wordt de Moft niet genoemd, ook niet een wijder begrip zoals domeinen.
Al die oorkonden lijken op elkaar en zijn gebaseerd op de oude stadsrechten van Zutphen. Blijkbaar waren de Zutphenaren vrijgesteld van het betalen voor het gebruik van domeingronden, en dus claimden de Wageningers dezelfde rechten. De Rekenkamer bracht dit zelfs voor het Hof en dat wonnen ze, maar daarna veranderde er niks.
1335 Tienden betalen aan Graaf Reinoud II
De graven hadden rechten op smalle en novale tienden over de woeste gronden. De boekhouding hiervan werd zorgvuldig bijgehouden, en sommige delen daarvan zijn nog bewaard. In de rekening van Graaf Reinoud II uit 1335-1336 lezen we:
Item de sesto Martini hiemalis de octo mansibus in nemore Mofft XII libras qui exposite sunt ad sex annos.
In mijn vertaling: Op de zesde dag na St Martinus in de winter over acht percelen in het bos Moft 12 pond die voor zes jaar zijn betaald. De zesde dag na St Martinus is 5+11 = 16 november. Bij de berekening van de datum telde men inclusief, net zoals paaszondag de derde dag is na goede vrijdag.
Zijn rentmeester hield helaas niet bij wie de tiend betaalde en ook is de omschrijving wat en waar niet erg nauwkeurig. Hij schreef alleen op dat de tiend werd betaald in het kantoor in Ede.
1335 De Wildgraaf van Lunteren tot Wageningen
Graaf Reinoud II had innovatieve ideeën over het beheer van land en water. Hij verpachtte erfelijk aan buurschappen woeste gronden zodat die ze als akkerland konden ontginnen. Hierover had hij het recht op de novale tiend. In de rekening over 1335-1336 van de rentmeester van graaf Reinoud II lezen we dat alle buurschappen van Lunteren tot Wageningen novale tienden betalen aan de graaf voor gronden die ze ontgonnen hadden.
Wij denken dat dit de achtergrond is van de Wildgraaf die loopt van Lunteren tot Wageningen: Reinoud II wilde aan de westkant een duidelijke grens tussen zijn domein en de velden die door de buurschappen waren gepacht. Voor het eerst hebben we nu een verklaring waarom de Wildgraaf zo netjes doorloopt van Wageningen tot Lunteren.
De wildgraaf is dus de grens tussen de gronden van de buurschappen en het domein. Ook buiten de wildgraaf lagen bossen op de Moft; in het zuiden op de Wageningse Berg, in het westen buiten de wildgraaf.
1339 Gelre wordt een hertogdom
Reinoud II is ook de graaf die tot hertog werd verheven, dus na hem spreken we over het Hertogdom Gelre. Hertog worden is wel echt een grote promotie: het wil zeggen dat Reinoud zijn gebied rechtstreeks van de Keizer leent, en niet meer als een onderleen van de Bisschop van Utrecht.
1372 Grunsfoort
Grunsfoort is gebouwd in de 14de eeuw, in de tijd van Reinoud I, II en III dus. Het was een landsheerlijke burcht, waar de hertog of zijn familieleden konden logeren als ze op doorreis waren of anderszins gebruik van konden maken. Deze burchten, in totaal meer dan 20, lagen door Gelre verspreid op zo’n 30 km van elkaar, een normale dagreis.
Het oudst bekende feit over Grunsfoort lezen we in Nijhoff (1839): de belegering door Mechteld en Jan van Blois in 1372. De belegering lukte en Jan riep zichzelf tot hertog uit. Mechteld ging op Grunsfoort wonen. Het bleef tot 1543, het jaar waarin Gelderland opging in het Habsburgse rijk van Karel V, in bezit van de hertogen. Die woonden er zelf, of ze lieten er een familielid wonen.
Bij Grunsfoort hoorden blijkbaar geen eigen bossen, maar wel had het huis de jachtrechten op konijnen op de hele Moft in leen, ook in de gebieden buiten het domein. Het recht op de jacht op groot wild lag bij de Hertog van Gelre; zijn jachtmeester woonde op Hoekelum.
1405 Hertog Reinoud IV sticht het Vrouwenconvent van Renkum
In Renkum sticht Hertog Reinoud IV in 1405 het Convent van Renkum, ook geheten het Onze Lieve Vrouweklooster.
Reinoud IV moest voor het stichten van dit vrouwenconvent toestemming hebben van de Bisschop van Utrecht. Dat was geen probleem. Vervolgens moest hij grond hebben. Hij kocht buitendijkse grond van 8 verschillende eigenaren en ging bouwen..
Direct na de stichting van het Convent in Renkum, schenkt Lucie van Herpen, abdis in het Klooster van Elten al de kloosterbezittingen bij Renkum aan het Convent, dus ook de Moft. In 1430 verpacht het klooster te Paderborn aan het Convent hun bezittingen en landerijen rond Renkum die het klooster had gekregen uit de erfenis van Adela van Hamaland.
En zo is de erfenis van graaf Wichman van Hamaland rond Renkum weer samengevoegd.
1409 Het Convent krijgt de Wageningse Berg
In 1409 geeft het Wagenings echtpaar Boetberg een bos op de Wageningse Berg aan het Convent. In 1430 doet Otto van Welle hetzelfde. Bezit geven aan een klooster zal toen net zoiets geweest zijn als voor ons geld geven aan een goed doel.
1427 De Hertog geeft de Sijsselt aan Kernhem
Hertog Reinoud IV werd na zijn dood opgevolgd door Hertog Arnold. Dit was weer een turbulente tijd vol oorlogen die geld vraten. Om aan geld te komen verpachtte hertog Arnold veel van zijn domeinen, onder andere in 1427 de Sijsselt, tot die tijd deel van het domein. Arnold regeert 50 jaar en overlijdt in 1473. Arnold wordt opgevolgd door zijn zoon Adolf.
Over De Sijsselt heb ik een boek geschreven: De Sijsselt, gechreven en ongeschreven geschiedenis. Daar hoort ook een overzichtsartikel Het Verhaal van de Sijsselt bij.
1478 Catharina van Gelre geeft Grunsfoort aan Reiner
We pakken het verhaal van de Moft op in 1477 als Hertog Adolf overlijdt en diens zoon Karel van Egmond hertog wordt. Die is dan tien jaar oud. Tante Catharina van Gelre, zus van Adolf, is regentes tot hij het zelf kan.
Bij de verdeling van de erfenis van Hertog Adolf komt Grunsfoort in handen van diens broer Johan, maar als die intreedt in klooster Mariëndaal bij Arnhem, geeft Catharina het huis Grunsfoort c.a. aan Jenneken, bastaarddochter van haar broer hertog Adolf, om na haar overlijden achtereenvolgens te komen aan Willem van Gelre de Jonge en daarna aan Reiner van Gelre, bastaarden van hertog Adolf.
Die broer van haar had dus drie bastaarden, en zij zorgt dat deze kinderen die er verder ook niets aan kunnen doen, toch goed terecht komen. Het is een ingewikkeld verhaal, en Grunsfoort ligt nog buiten de Moft ook, maar het gaat ons om Reiner van Gelre want die gaat op Grunsfoort wonen en krijgt land op de Moft.
1502 Reiner van Gelre krijgt een perceel land
Gelukkig kreeg Reiner van Karel regelmatig een geweldige gift zodat hij toch kon meedoen met de stand van adel. Hij werd drost van Gelre en heer van Arcen, kreeg jaarlijks 100 pond uit de tol bij Wageningen, een jaarrente van 150 gulden. Van tante Catharina had hij Grunsfoort gekregen en daar woont hij. Hij wordt een invloedrijk man en zijn nazaten blijven nog generaties lang in het huis wonen.
Op 2 Maart 1502 krijgt hij van Karel 12 morgen bos bij Grunsfoort. Dat is het bos langs de Kortenburgallee dat eeuwenlang ‘Heer Arcens Struwelen’ is genoemd.
Hertog Karel van Egmond verloor steeds meer macht aan de Staten van Gelderland: de opkomende steden die voor de belangen van de burgerij en handel opkwamen. De Staten en hij waren het regelmatig niet eens over de te volgen strategie in het netwerk van internationale politiek, en uiteindelijk heeft dat het Graafschap van Gelre de das om gedaan. In 1543 werd Gelre deel van het Habsburgse Rijk onder Keizer Karel V.
1543 Regels uit Brussel
Keizer Karel V stelt een Rekenkamer in die vanuit Brussel zijn domeinen gaat beheren. Op de Moft lag zo’n domein. De Rekenkamer beheerde het als een hakhoutplantage. Daartoe was het bos verdeeld in percelen (heggen) die elk tiental jaren werden gehakt tot minder dan een meter boven de grond. Alleen in de laatste jaren voordat een perceel gehakt werd, liep je tussen bomen door, maar op de meeste plekken kon je over de afgehakte stobben heen kijken. Wij zouden het met onze blik van een wandelaar niet als een mooi bos bestempelen: recent omgehakte percelen in een bos vinden we nu niet het meest aangenaam.
Daarnaast werd er in het bos gejaagd. Ook dat was aan regels onderhevig. Illegaal jagen, stropen, vallen zetten: het werd allemaal streng bestraft. Waarschijnlijk voornamelijk om geld aan het bos te verdienen. In die zin is ‘het werd allemaal streng bestraft’ minder juist, en kunnen we beter stellen dat ‘de bosmeester erop lette dat boeren overal voor betaalden’. Alleen alles wat de jacht hinderde werd echt bestraft. De jachtrechten waren in handen van Keizer Karel. Zijn jachtmeester woonde op Hoekelum. De jachtrechten op konijnen waren geleend door Grunsfoort.
De Rekenkamer schreef in naam van de Keizer wetten uit over het gebruik van de domeinen door omwonenden. Dit noemen ze plakkaten, omdat ze werden aangeplakt op muren. Ter illustratie hier drie plakkaten:
- Anno 1546: Regels voor het gebruik van de domeinen.
- Anno 1548: Wageningers moeten hun schaapschotten afbreken
Bosmeesters
Een bosmeester hield toezicht of iedereen wel recognitie betaalde. Hij inde pacht en tijns, novale tienden op akkerbouwgewassen en smalle tienden op bijvoorbeeld het zetten van bijenkasten, maaien van heideplaggen en hoeden van schapen in het bos. Dat was in de tijd van het graafschap en hertogdom Gelre ook al zo, maar de Rekenkamer wilde dat de domeinen meer geld opleverden. De bosmeester droeg de helft van de betaalde bedragen af aan de Rekenkamer in Arnhem, de andere helft kon hij zelf houden. De Rekenkamer beloonde dus fanatisme.
Grensconflicten
Keizer Karel stelde niet alleen een Rekenkamer in om zijn domeinen te beheren, ook kwam er een gerechtshof. Bij het Hof werden rechtzaken gevoerd over van alles, onder andere over grensconflicten. Dat laveerde tussen opgeschreven rechten van heren die met eigendomspapieren zwaaiden en oude ongeschreven rechten van omwonenden. Om achter oude ongeschreven rechten te komen, riep het Hof getuigen op, oude mannen die nog goed van memorie zijn en onder ede verklaren hoe het sinds mensenheugenis is.
In 1550 is er een akkefietje tussen het Convent van Renkum en de Rekenkamer over de grens. Het leuke is, er zit een situatieschetsje bij, en dat is het oudste schetsje van een stukje Moft. Het gaat om de zuidoosthoek.

1556 Konijnen schieten
Geleidelijk aan nam de macht van rijke stedelingen toe. Zij wilden ook wel eens wat; lekker buiten op konijnen jagen bijvoorbeeld. In 1556 wordt de Moft verdeeld in zeven konijnenwarandes die verpacht worden aan Wageningse rijkelui.

Beter beheer door de Rekenkamer
De domeinen brengen niet veel op, met name op de Moft niet. Dat kwam door die vervelende Wageningers. Vanuit Brussel wordt gemaand de domeinen beter te beheren of ze te verpachten. De Rekenkamer overlegt hierover in 1561 met de bosmeester van de Moft. Een van de acties is om een goede kaart van het bos te laten maken. Dat gaat in 1570 Thomas Witteroos doen.

Witteroos tekent het domein groen. In een deel hiervan tekent hij boompjes: dat is bos; de rest is heide. Rondom dit domein lagen bossen en heidevelden van anderen. Groen is dus niet bos. Als hij het vlak paars had ingevuld, hadden we nu gedacht dat de Moft een heideveld was. Het was half heide half hakhoutbos met eiken.
Sallants hegge
In 1550 is Johan van Sallandt de drost van Wageningen. Hij pacht van de Rekenkamer een hegge in de zuidwesthoek van de Moft. Dat werd Sallants Hegge. Zijn opvolger Wilhelm von Bocholtz neemt de hegge over. Tegenwoordig is dit het terrein van Pieter Pauw en het AZC.
1629 Bosmeester Sas en zijn Sassenkampen
Hierover hebben we het boek De Bosmeijster Sassenkampen geschreven.
1640 Van Raesfelts Kortenberg
In de Reformatie worden alle kloosters onteigend en de goederen vervallen aan de staat. Dus ook het Convent van Renkum De laatste nonnen gaan in Wageningen wonen. De bezittingen worden beheerd door een speciale Kerkenrekenkamer, die een voor een de bezittingen verkoopt. De bezittingen op de Wageningse Berg en rond Kortenberg worden gekocht door Willem van Raesfelt. Vervolgens pacht hij in drie fasen percelen van de Rekenkamer erbij. Uiteindelijk is dit zijn landgoed rond 1650:

Na hem koopt Van Lynden het landgoed, daarna komt het in handen van andere Wageningse families, tot het in in handen komt van Koning Willem III die er voor zijn Emma een buitenhuis van maakt. Dat wordt later omgezet in een sanatorium en nu is het revalidatiecentrum Oranje Nassau’s Oord.
1649 De kaart van Van Geelkercken
In 1649 besluit de Rekenkamer dat de inmiddels 80 jaar oude kaart van Witteroos aan een update toe is. Nicolaes van Geelkercken krijgt de opdracht de grenzen te controleren. Eerst denkt hij zich er gemakkelijk vanaf te kunnen maken en hij begint met het kliederen van veranderingen in de zuidoosthoek op de kaart van Witteroos.

Hij krijgt al snel door dat hij beter opnieuw kan beginnen. Dat wordt deze kaart uit 1649.

Van Geelkercken geeft de veranderingen sinds Witteroos met dikke groene lijnen aan. Dat is op vier plaatsen:
- Bij Bennekom de twee Bosmeester Sassenkampen (twee heidevelden die bosmeester Sas pachtte van de Rekenkamer; daar hebben we een boek over gemaakt);
- bij Hoekelum een klein stukje;
- Bij Harten is de oude kronkelige grens vervangen door een rechte, met daarlangs een dikke stevige wal die er nu nog ligt: Essens wal.
- De Kortenberg van Willem van Raesfelt.
Het fijne van de kaart van Van Geelkercken is, behalve dat hij de grens gewoon goed gemeten heeft, dat hij ook een deel van de omringende heidevelden en bossen laat zien. Hij geeft de de grens van het domein weer met een stippellijn:

De meeste aandacht in dit verhaal over de Moft gaat uit naar het Wageningse deel van het domein. Dat komt omdat daar het meeste is gebeurd, of beter gezegd, daarvan is het meest terug te vinden in de archieven, en . Ten noorden daarvan ligt het Bennekomse deel van het domein. Dit is de Dikkenberg en omgeving. Ook over de delen op de heuvelrug die niet tot het domein behoorden is weinig te vinden.

Harten
In het Renkums Beekdal ligt Harten. Dit is een vijftal zelfstandige boerderijen met eigen bossen en heidevelden, zonder gezamenlijke grond, buurtrichter, geërfden etc. Een buurschap is het dus niet. Het lijkt een kern van het Middeleeuwse hofstelsel.
Harten was van het Convent van Renkum, en ging na de onteigening van het convent dus ook in de verkoop. Rechter Van Essen pachtte het. Hij maakte tussen het domein en zijn eigen landgoed een stevige kaarsrechte wal die er nog ligt: Essens wal. Dit is nu de gemeentegrens tussen Wageningen en Renkum. Van Geelkercken tekent hem in op zijn kaart uit 1649, zie hier boven. Van Harten is in 1712 een prachtige kaart gemaakt.

http://hdl.handle.net/1887.1/item:1953599
Op jacht: wildwallen
Wildwallen waren, zo vermoed ik, niet alleen van belang voor de boeren, maar ook voor de jagers: het wild mocht niet ontsnappen.
- De diverse buurten langs de eng in het westen verstevigden de wildgraaf langs hun akkers.
- De eigenaren verhoogden hun wallen langs Harten, Kortenberg en iemand maakte het verbindingsstuk daar tussen langs Heer Arcens land.
- In 1750 werd door de Stadhouder op nationaal niveau het jachtreglement aangepast. Ook stedelingen mochten voortaan jagen in hun eigen schependom, en daarom moesten de grenzen tussen de schependommen en rond de jachtgebieden wel heel duidelijk vastgelegd worden. In xxx wordt de grens tussen het schependom Wageningen en het richtersambt Renkum goed vastgelegd.
- Tenslotte legde iemand een stevige kaarsrechte wal tussen het hoekpunt van Harten en het hoekpunt van Hoekelum; dit is de kortste verbinding die mogelijk is. We denken dat deze wal is aangelegd tegelijk met de Koningswegen over de jachtgronden van Rozendaal voor stadhouder Willem III. Zo werd voorkomen dat het opgejaagde wild de smalle en drukke Moft in ging, en vandaar zelfs kon ontsnappen naar de Rijn.
19de eeuw: Uitverkoop
Met name langs de westgrens van het domein raakten Wageningers geïnteresseerd om stukken heide en bos van het domein te pachten van de Rekenkamer. In 1778 vraagt Hendrik van Renes toestemming een heideveld te ontginnen: de Renessekamp. In 1793 krijgt de Rekenkamer de behoefte om de westgrens van het domein beter aan te geven, en ze maken een houtsingel die later uitgroeit tot de Scheidingslaan. Ook beginnen ze een boomkewekerij, de Vierhoek. In 1799 vragen Van Rijn, burgemeester van Wageningen, en Ockerse, ook een notabele, heidevelden te mogen omzetten in bos. Leuk is dat hierbij een kaart is gemaakt waar dit allemaal duidelijk op staat – behalve het bos van Ockerse, dat valt links buiten de kaart.

P.M. Thomas, de bezitter van de Kortenberg en Grunsfoort, en daardoor ook van de oude Sallantshegge vraagt tenslotte toestemming om de driehoek die tussen zijn percelen in ligt te mogen ontginnen, en ook daarvan wordt in 1809 een mooie kaart gemaakt.
Ik teken alles wat we gevonden hebben in op een topografische kaart:

De berg nu: wandelen, fietsen en lezen
Wandelen op een kaart uit 1799
Boek
Bekijk ons boek over De Moft dat dieper ingaat op deze langs geschiedenis van de heuvelrug (bijna af – 7 sept 2026)
