De acht kaarten van Verbeek uit 1736 van het buitengebied van Arnhem plak ik aan elkaar en dat levert veel extra informatie en een verrassend gat op.
Het zijn van die kaarten waar ik minder mee heb: geen water, weinig hoogteverschillen. Maar deze puzzel was toch wel erg leuk.








Met de printer heb ik de acht kaarten op dezelfde schaal gemaakt, want de schalen zijn bij de kaarten rond Arnhem groter dan bij de kaarten verder weg. Dat was een heel gepuzzel.

Wat opvalt: er zit een gat in het midden! Sonsbeek en de Kattenpoelse tiend ontbreekt!!!
Kaart 0001

Het noorden is rechts. Het gaat om het gebied tussen de St.Jansbeek en de Amsterdamseweg tot aan de Schelmseweg.
Kaart 0002

Op deze kaart is het noorden onder. Rechtsonder zien we Arnhem, linksonder takt de IJssel af van de Rijn. We kijken hier naar de Stadsblokken aan de overkant van de Rijn.
Kaart 0003

Op de kaart zien we het Wildforstershuis Wolfhees (nu hotel aan de Wolfhezerweg), Dreijen (bij station Oosterbeek) en Ligtenbeek (ligt er nog). Verbeek geeft een grens aan met bolletjes langs een lijn: de grens van Arnhem door het Papendal en tussen Ligtenbeek en Dreijen door (nog altijd gemeentegrens) en een grens ten noorden langs de Amsterdamseweg (geen idee). Hij tekent het kruispunt van twee Koningswegen, en hij laat overduidelijk zien dat die ene Koningsweg stopt bij het Wildforstershuis en niet doorliep naar kasteel Doorwerth zoals sommigen beweren. Hij tekent de Amsterdamseweg – ligt er nog – een drietal alternatieven voor wegen naar Harderwijk en Mossel – nog altijd verwarrend. Zijn Schelmseweg komt absoluut niet overeen met de huidige Schelmseweg. Zijn weg naar Bennekom is misschien wel deels onder de spoorweg verdwenen en voor de rest opgeruimd. Hij tekent ook het Merckendal, het droge verlengde van de Heelsumsebeek. Twee bruine banen geven de hellingen aan weerszijden aan.
Meer lezen over dit gebied? Lees de Sandr van Wolfheze over de kom tussen de vier stuwwallen van Ede, Reemst, Apeldoorn en Arnhem, met daarin het Renkums Beekdal en het Heelsums Beekdal. Of lees de Serie Het Merckendal waarin we alle zijdalen in het stroomgebied van de Heelsumsebeek in detail bekijken.
Water tekent hij grijs: zie de zwarte kolk en de beek bij Wolfhees. Bij Ligtenbeek, Dreijen en Sonnebergh tekent hij deze grijze banen niet. Waar haalde de boerderij Dreijen en Ligtenbeek hun water vandaan? Bij Dreijen lag wel degelijk een bron en een beek, en bij Ligtenbeek ligt de beek nu aan de overkant van de Amsterdamseweg, maar toen was dat een geheel. Langs de weg naar Mossel tekent hij een grijze vlek: moeras? Veen? Daar ergens ligt het Papendalse Turfdel, is die grijze vlek veen en haalden mensen daar turf?
Kaart 0004

Linksonder zien we de muren van Arnhem, rechtsboven de grens van Rosendaal. Ook de weg naar Deventer – nu Apeldoornseweg – en naar Doesburg – nu Velperweg staan erop.
Kaart 0005

Deze kaart gaat om het gebied tussen Arnhem en de IJsselkop, nu de Kleefsewaard en omgeving.
Kaart 0006

Deze kaart – het noorden is rechts – is het gebied ten westen van de stad langs de Rijn, ik lees Hulkestein, Mariendaal, Oosterbeeksen en Heijenoort. Dan zou het station dus linksonder nog in deze kaart vallen en wordt de kaart afgesloten door de nog niet bestaande Rijnspoorweg.
Kaart 0007

Op kaart 0007 zien we Valkenhuizen, Cluijs en Terlet. We zien de weg naar Deventer – nu A50. We zien de indrukwekkende beukensingel langs Rozendaal, met zowaar twee grenspalen. Die ken ik. Een veldnaam is het Valkenhuizerzand. Ik zie geen spoor van water. De heuvels lijken er zomaar ingeplempt, en van het Merckendal geen spoor. Raar omdat hij het Merckendal op de andere kaarten wel intekent.
Kaart 0008

We zien Warnsborn, Bakenberg, Deelen en Kempenerberg. Hij tekent de Schelmseweg, het Merckendal en zelfs het Grasdel. Bij Warnsborn tekent hij de Beek op Warnsborn. De boerderijen bij Deelen en Kempenerberg moeten boeren zonder water.
Ik blijf dit ongeloofwaardig vinden en ik kijk beter en haal ook kaart 0003 er weer bij. Bij Dreijen en bij Deelen tekent hij groene strepen rond de akkers. Hagen dacht ik, tegen wolven en ander gespuis. Maar zouden het irrigatiesloten kunnen zijn? Het ontwerp lijkt op de ontwerpen die ik maakte in mijn studietijd, qua hoogteverschil kan het ook: bij beide boerderijen loopt geen groene lijn langs de laagst gelegen grens. Ik weet dat zowel Dreijen als Deelen bij een dal ligt, zou daar vroeger water zijn geweest, een dam misschien van waaruit ze irrigeerden? Maar: het blijft hypothese, want Verbeek tekent water grijs, en dit is groen. Bij Kempenerberg tekent hij rond elk veld zo’n groene lijn, dus ik denk dat ik mijn hypothese nu al los moet laten. En toch houd ik hem in mijn achterhoofd.
Nog meer interessants? De kaarten horen bij stukken en die zoek ik op. Het blijken lijsten te zijn met nummers. Pas nu zie ik dat op de kaarten sommige percelen zijn genummerd – daar had ik nooit op gelet. Hier de scan van perceel 231, het Wolfsgat bij Lichtenbeek op kaart 0003:

Het Wolfsgat was dus met hout bepoot, en is dat nog steeds. In de serie Merckendal is dat dal 10. Hier nog eentje van perceel 230 in Lichtenbeek:

Over toponiem Wolfsgat:
Het kan duiden op wolvenjacht waarbij de wolf door een klopjacht in een kuil of
gat werden gedreven; de wolfsput zijnde een put met een lokdier ligt in het verlengde. Maar ‘wolf’ is ook een benaming voor het ruwe ijzer na verhitting van klappersteen. Het ‘gat’ kan dan de kuil zijn waarin ‘wolf’ tussen de afvalslakken lag of de kuil waaruit de klapperstenen waren gewonnen. Hoe dan ook, het is een toponiem passend bij de bekende ijzerkuilen en slakkenlocaties op
Lichtenbeek.
Het idee dat het dal geschikt zou zijn voor de wolvenjacht, spreekt mij aan. Het dal lijkt niet op ijzerkuilen; ten eerste liggen die in een rij parallel aan de strekkingesrichting van de stuwwal: de klapperstenen liggen in een bepaalde grindlaag die door het ontstaan van de stuwwal aan het maaiveld is gekomen. Misschien heeft er wel een ijzeroven gestaan en ligt er dus wolf.
Op de vraag Waar haalde de boerderij Dreijen en Ligtenbeek hun water vandaan?
Een acte uit 1662 maakt duidelijk dat de toenmalige eigenaren van Lichtenbeek, de heren Craeyvanger en Van Harscamp, ‘een stuk heetveld aan en om den watersprongh den Ligtenbeek’ aankochten. Dit zal te hoogte van de huidige waterpartij op Vijverbeek, direct ten oosten van de Amsterdamseweg en dus Lichtenbeek, zijn geweest.
Kijk eens aan, probleem Ligtenbeek opgelost. Bij de Dreijen lag waarschijnlijk ook een watervoerende beek. Nog altijd voert die beek regelmatig water. Er gaat ook een duiker onder de spoorweg door, en dat doet Rijkswaterstaat niet voor niets: in 1846 werd daar nog rekening gehouden met water dus. Die acte, waar vind ik die?
Moest even terugzoeken, heb paar jaar terug onderzoek gedaan naar ontwikkelingsgeschiedenis van Lichtenbeek en Vijverberg. Weet nu weer hoe het zat. Details komen uit een artikel uit 1940, Arrnhemsche courant, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010328484:mpeg21:a0113.
Uit dat artikel komen de jaartallen. Weet nu ook weer dat jaartal 1651 met hegge Waterslach (water!) en 1652 met watersprong vallen. Heb ook GA 0008 Staten van het Kwartier van Veluwe en hun Gedeputeerden nagelopen, maar betreffende stukken zelf nog niet gevonden 🙁
Ik zal ook eens zoeken.