Het Hollandscheveld bij Hoogeveen is een boeiend gebied vol landvormen uit het Saalien en Weichselien en relicten van de vervening. Kijk met me mee.

We hadden kaarten bekeken uit de 17de en 18de eeuw en die vergeleken met het huidige topografische kaart. Dat was een verhelderende puzzeltocht: het gebied blijkt boeiender dan ik dacht – niets saaiers dan veenkoloniën, eens? Nee, ik ben het niet met mezelf eens.

De veenontginning is minder vlak dan ik dacht. Het hoogteverschil tussen noordoost en zuidwest in het Hollandse Veld is maar liefst 3 meter. Maar van Het Grote Meer en de andere meren is niets meer te herkennen: die vormen geen kommen. En dat kan ik ook wel verklaren – zoiets: laagveen groeide in een kom uit tot een groot hoogveenkussen, en tussen twee kussens ontstond een meerstal. Maaiveldinversie dus: de meerstallen zouden dan op de voorheen hogere plekken liggen. Is daar ooit onderzoek naar gedaan? Zou dit dat haltervormige meer zijn op de kaart uit 1637, en zien we daar pingokommen tevoorschijn komen nu het veen steeds meer verdwijnt? Niet naar die rare afgraving kijken hoor, ik bedoel die ‘voetafdruk met twee tenen’, de kleine cirkels en die grote cirkel daar links van, doorsnede pakweg 300 meter.

Ik vind een landschapsbiografie van het Hollandscheveld en dat blijkt fascinerend leesvoer. Eerst een beschrijving van hoe het allemaal zo gekomen is: ijs – > keileem -> dekzand -> hoogveenbulten -> vervening -> onland -> heide -> bos -> bewoning, weiland en natuur. En daarna gaat de biograaf kort (te kort) in op wat een eenvoudige wandelaar of fietser nog kan zien van die geschiedenis. Dat boeit me, dus daarover gaat dit artikel. In de biografie zit deze kaart:

Ik voeg een paar dingen aan de legenda toe die wel in het boek worden besproken maar geen plekje in de legenda hebben gekregen, of die net buiten het gebied vallen dus niet zijn openomen.

Saalien

In het Saalien was Drenthe bedekt met ijs. Het restant is keileem, de basis van het Drents Plateau. Nee, keileem ziet een wandelaar of fietser niet liggen, maar het overall reliëf is ontstaan doordat het ijs uit het noordoosten kwam en het keileem versmeerd heeft naar het zuidwesten. Van noordoost naar zuidwest daalt het gebied zo’n vier meter, en er is een vaag grof golfpatroon van keileemruggen te zien. Aan de Beukerswijk ligt een kei uit Scandinavië, maar die staat niet op de kaart ingetekend en google streetview is daar nooit geweest. De wandelroute van het Drents Landschap komt er niet langs. Een geheim om te ontdekken dus.

Weichselien

Kenmerkende landvormen uit het Weichselien zijn pingokommen, duinen en uitblazingskommen. Pingokommen (pingo ruïnes) hebben een fascinerende ontstaanswijze die ik eerder heb beschreven. Drenthe ligt vol met pingokommen. In de meeste gevallen zijn de kuilen volgelopen met water nadat Drentenaren het veen erin hadden weggegraven.

Duinen en uitblazingskommen horen bij elkaar. In het Weichselien raakte ook Drenthe bedekt met dekzand, en soms stoof dat op tot duinen waarbij dellen uitstoven. Dat uitstuiven kon doorgaan tot het grondwater werd bereikt of totdat er een laag grover grind, wat niet wegstoof uiteraard, op de grond achter was gebleven. Ook daarover heb ik eerder geschreven want ook de Veluwe ligt er vol mee.

Nou is voor een wandelaar of fietser het verschil tussen een pingokom en een uitblazingskom niet te zien. Tenzij: er (1) een duidelijke wal omheen ligt die het restant is van de pingo of (2) de kom in een zanderig bobbelig duinengebied ligt: dan ligt een uitblazingskom meer voor de hand. Verder kan boren in de kom soms uitsluitsel bieden, maar ook niet altijd. In elk geval zijn de opstellers van de biografie van mening dat de vier kommen in het zanderige duingebied midden in het veld, nu bepoot met dennenbos, uitblazingskommen zijn en twee die op het keileem liggen pingokommen zijn. Ze zien nog twee uitblazingskommen, en daarover zou ik wel meer willen weten: er is geen zand in de buurt, dus hoe komen zo op dat idee? Een uitblazingskom op keileem is minder logisch. Ik zie links van de voet nog een grote cirkel, maar die wordt in de biografie niet besproken. Ik vind de rand van dit wat hogere zandgebied in het westen onnatuurlijk strak, maar ook dat wordt niet besproken.

Holoceen

Na het Weichselien, toen waterstanden stegen door het smelten van het ijs, begon hoogveen te groeien dat uiteindelijk alles bedekte. Maar dat hebben we dus weggegraven. De oudste wijken (= veensloten) zijn, ik citeer de biografie, de Boekweitensloot en de Riegsmeergruppe. De eerste is de lichtblauwe NW-ZO sloot met hoekje links van het midden, de tweede is de paarse NZ sloot achter de tekst Hollandscheveld. De gestippelde kavel en rode dijk stamt ook uit de eerste verveningsperiode: dat stukje werd aan de kerk gegeven om armenzorg mee te financieren. Niet iedereen werd rijk van dit veen, maar de Hollandse investeerders wel. Behalve deze drie oude dingetjes, is ook het patroon van verkaveling nog zoals ze het rond 1615 hadden bedacht. Vergelijk maar met deze kaart uit 1637:

Volgens de biografie zijn alle lichtblauwe sloten op de relictenkaart restanten van de oude veenwijken.

Twee bijzondere plekken zijn het paarse friemeltje in een groen perceel links op de relictenkaart, en een groen rondje links naast een van de uitblazingskommen in het bos (de tweede vanuit het noorden). Het paarse friemeltje is een trekgat. Dat is het restant van een latere fase in de vervening, toen men inhalig werd en het laatste veen uit het water baggerde. In Zuid- en Noord Holland een hele gewone methode, waardoor bijvoorbeeld het Haarlemmermeer is ontstaan, maar ook de Loosdrechtse plassen die we nu zo mooi vinden en zorgvuldig in stand houden om te voorkomen dat ze dichtgroeien. Pure overexploitatie. Dit lot is Drenthe bespaard, op dit stukje na. Ik lees dat meerdere keren is geprobeerd het gat vol te gooien, maar dat dit steeds is mislukt. En nu is het natuurgebied.

Het groene rondje naast de kom in het bos is een heuveltje waarop een bank stond: de opzichter hield vandaar zijn werkers in het veen in het oog. Het Schutswiekenbergien, Schutswijkerbergje. De wandelroute komt er langs.

Toen het veen was weggegraven, ontstonden de heidevelden. Eens doorlopend tot aan de horizon, nu nog enkele plukjes lichtpaars op de relictenkaart.

Die heide werd beplant met het volgende winstgevende gewas: hout. Er werd naaldbos, loofbos, gemengd bos geplant. Die zijn nu van het Drents Landschap en het beheer is ‘niets doen’. Ik vermoed dat ze prachtig zijn, en ik wil er snel naar toe.

Tenslotte recreatiegebied Schoonhoven en het naamloze bergje ernaast: dat is aangelegd voor de recreatie, dus niet het restant van een zand of grindafgraving oid, maar had echt als doel om voor Hoogeveeners een zwemmogelijkheid te maken. Er zijn een paar boerderijen voor afgebroken en het puin ligt onder het bergje. Wow. Het zand uit de plas ligt daar ook.

Achterin de biografie staan verhalen van oud-bewoners, geboren rond 1950 in dit veld. Wegen waren er toen nog niet, alles ging per bok (boot). Fascinerende verhalen. In de zestiger jaren werden de wijken gedempt en asfaltwegen aangelegd. Ik lees dat zelfs afgekeurde rubberen hamers van een rubberfabriek in de buurt zijn gebruikt bij de demping. Die oud-bewoners zijn maar een generatie ouder dan ik; wat is ons land snel veranderd.

Terug naar de kaart uit 1637. Van Broeckhuijsen tekent linksboven heuvels die hij Wolfskuilen noemt en rechtsonder tekent hij een berg die hij Braamberg noemt.

De Wolfskuilen verdwijnen aan het eind van de 20ste eeuw van de kaart.

Braamberg is er nog:

Maar kan ik de de heuvels van de Wolfskuilen en de Braamberg op het AHN terugvinden? Hoe hoog zijn deze berg en heuvels?

Eerst de Wolfskuilen – dat zijn vast kuilen waarin wolven gevangen werden, en die liggen dus tussen heuvels. De wolven werden in daar in de val gelokt. Dit zijn de heuvels van de Wolfskuilen op het AHN:

Ze steken ongeveer een meter boven de omgeving uit. De Wolfskuilen op Google Streetview:

Nou de Braamberg: wow, die valt wel degelijk op.

De Braamberg steekt ongeveer 4 meter boven de omgeving uit. Bij inzoomen blijkt hij hol te zijn. Het is een vulkaan.

Hier op Google Streetview. In de krater van de vulkaan is een knus zitje gemaakt. De krater is 5 meter diep.

Maar goed, waarom is de Braamberg zo opvallend? Op de website van de provincie Drenthe lees ik dat het een smeltwaterheuvel is, een kame uit het Saalien. Dat is bijzonder! De Braamberg staat dan ook op de nominatie om een aardkundig monument te worden. [NB Kame is geen kameterras. Als je de link volgt, kom je op een artikel over Garderen en daarin moet je even doorscrollen tot ‘kame en kettle’.]

Op deze tekening heb ik aan de randen van het dal (tussen de zwarte stuwwal) kameterras getekend, en in het dal twee kame en drie kettles (= doodijkskuilen). Ik ga kame voortaan kameheuvel noemen; dat is tenminste duidelijk (kameterras en kameheuvel) en heeft een meervoud (kameheuvels).

Ik heb nog geen apart artikel over kameheuvels gemaakt, want ik ken eigenlijk geen enkel goed voorbeeld in Nederland. Tot vandaag dus. (Wel over kameterras; daarvan staan er zes op de geomorfologische kaart).

Alle afbeeldingen

  • Hollandscheveld
  • Hoogeveen in 1637
  • Wolfskuilen
  • Wolfskuilen
  • Braamberg
  • Braamberg
  • Braamberg
  • Wolfskuilen
  • Braamberg
  • Wolfskuilen
  • Tekening met kame, kameterras, doodijskuilen