Op het Garderenseveld, ook bekend als het dal van de Leuvenumsebeek! Kijk met me mee:

Het Garderenseveld en dal van de Leuvenumsebeek ligt aan de noordkant als een inham in de Veluwe. Hier komen twee stuwwallen samen die elkaar aan de zuidkant bijna raken.

AHN

Lezers: sommigen zullen wel gemerkt hebben dat ik met een grote update van dit blog bezig ben. Ik ben alle 315 stukken aan het lezen, bijwerken, weggooien, splitsen, samenvoegen, schrappen. Ik heb mezelf hiervoor de hele maand november gegeven. Dus een trouwe lezer zal deze maand regelmatig stukken tegenkomen die je in een andere versie al eerder hebt gezien. Zoals dit stuk.

Leuvenumsebeek

Op de legger van het waterschap is de Leuvenumsebeek een apart beekje. Het ontspringt in het lege gebied in het centrum en stroomt naar het Veluwemeer. Veel zijbeken zijn er niet.

legger: Waterschap

Het mag een korte beek zijn, hij heeft wel vier namen. Vanaf de bron bij het Uddelermeer heet hij op deze legger achtereenvolgens Zijbeek van het Kroondomein, Oude Beek Uddel, Staverdensebeek, Leuvenumsebeek en Hierdensebeek. En dat op 30 km of zoiets. Ik houd de naam Leuvenumsebeek aan voor de hele beek. Hier een AHN-uitsnede meer in detail, met de beek ‘op het beworp’ ingetekend. Je ziet rechts de grote stuwwal van de Oostveluwe, links de Garderenserug en daartussen het Garderenseveld met het dal van de Leuvenumsebeek. De bossen liggen op de stuwwallen, het dal zelf is bewoond en landbouwgebied.

Stuwwallen en droogdalen

Wat je op deze uitsnede schitterend kunt zien, is het golfplaatpatroon van de stuwwallen. Dit komt door een afwisseling van banen met en zonder grind; de banen zonder grind verweren makkelijker weg. Nieuwe dalen snijden zich het gemakkelijkst in in de banen zonder grind. De droogdalen zijn ontstaan in het Weichselien, houden daar geen rekening mee en staan loodrecht op het golfplaatpatroon. Dat is het eerste fenomeen dat je schitterend kunt zien in deze omgeving. Maar er is meer. Je ziet dat er in het gebied van de bron rare kuilen liggen. Dat zijn geen leemkuilen, maar een ijstijdfenomeen. We duiken in de geomorfologische kaart:

De stuwwallen zijn weergegeven met twee kleuren oranjerood; de beek is groen. Geel en geelgroen is zand. Deels is dat nu stuifzand, deels zijn het duinen waarbij vooral de lange streepduinen opvallen. Zand ligt er wel meer op de Veluwe, maar sommige streepduinen zijn hier wel bijzonder mooi zichtbaar.

Echt bijzonder zijn de hellingen tussen de stuwwallen en de beek. Daar zie je enkele kleuren die op de geomorfologische kaart van Nederland niet veel voorkomen en twee kleuren zelfs alleen hier.

Kameterras

Langs de stuwwallen zie je eerst een baan roze: dat is een smeltwaterterras of kameterras. Het is een voorbeeld uit een schoolboek omdat het aan beide kanten van het dal ligt. Een kameterras is afgezet tussen een smeltende gletsjer en de helling. In Nederland liggen nog een paar kameterrassen, maar alleen hier zijn ze zo prachtig zichtbaar op beide hellingen. Bij Garderen zijn een paar grote voormalige grindgroeves in dit terras, nu wandelgebied. Juist omdat er grind is afgegraven kun je het zien.

Kame en kettle

Langs diezelfde helling zie je ook een strook paars (tussen Speuld en Houtdorp). Dit is kame (geen kameterras). Kame zijn heuveltjes van grind.

In het zuiden van het dal zie je enkele donkerpaarse vlekjes, op het AHN goed zichtbaar als kuilen met flauwe hellingen in plaats van de kunstmatige groeves. Zie bijvoorbeeld de onderste kuil op de uitsnede hierboven. Dit zijn doodijskuilen, in het engels kettle holes. Gewoonlijk hoef ik niet zo nodig een engelse term erin te gooien, maar kame en kettle horen wel bij elkaar en dat bekt lekker. Op de volgende tekening zie je een dwarsprofiel door dit dal met stuwwallen, kameterras, kame en kettle, of om de termen van de geomorfologische kaart te gebruiken: stuwwal, smeltwaterterras, smeltwaterruggen en doodijsgaten.

tekening Mathilde 2021

Dit dal kan zo in een schoolboek. Het is de enige plek in Nederland met kame en kettle. Dat betekent dat hier het ijsveld begraven raakte onder de modder en grindstromen van het smeltwater. Maar dit stuk wordt al te lang, dus dat is een ander verhaal.

Opvallend is dat de kettles (doodijsgaten) ten zuiden van de kames liggen. Dat betekent dat, als de twee fenomenen bij elkaar horen, het dal naar het zuiden afwaterde ten tijde van het smelten van het ijsveld daar. Dat kan natuurlijk best: in het noorden lag ijs, dus daar kon het smeltwater niet heen. Dus het smeltwater van de gletsjer stroomde de Gelderse Vallei in, naar het zuiden, door het gat bij Wageningen naar de Rijn.

De doodijskuilen en kame vallen in het veld tegen als je niet goed weet hoe je moet kijken. Het kameterras is eigenlijk alleen zichtbaar als je gaat boren: grind grind grind. Je kunt het ook aan een boer vragen. Zelfs die gigantische doodijskuil achter Ouwendorp (linksboven op de volgende AHN-uitsnede) is in het veld niet meer dan een glooiing (er ligt daar tussen de huizen wel een groot gat, maar dat is dus een grindgroeve). Toch is dat doodijsgat 16 meter diep. Hier een Google Streetview waarop je het kunt zien liggen.

Modderstromen

Wat ik niet heb ingetekend zijn de modderstromen. De sporen hiervan zijn op het AHN goed te zien. Het moet hier hard te keer zijn gegaan. Dit moeten modderstromen uit het Saalien zijn, anders waren de doodijskuilen wel opgevuld. Van de modderstromen zie ik in het veld niets, maar wel op het AHN. Hier een uitsnede van het zuidelijk deel van het dal met aan weerszijden de stuwwal daartegen aan kameterras, in het dal doodijskuilen en modderstromen (en duinen). En een schietbaan zo te zien.

Tot zover de landvormen uit het Saalien, de voorlaatste ijstijd: stuwwallen, kameterras, kame en kettle, modderstromen.

Smeltwaterdalen en pingomeren

Ook uit het Weichselien liggen hier fenomenen. Ten eerste liggen ook hier natuurlijk de bekende smeltwaterdalen of droogdalen zoals je overal op de Veluwe ziet, zie op de volgende AHN-uitsnede voor een voorbeeld.

Er liggen zelfs pingomeren, zie de rondjes op bovenstaande doorsnede tussen de modderstromen aan de rechterkant van het dal. Nou weet ik best dat er in Drenthe meer dan 1000 pingokuilen en pingomeertjes liggen, maar het Uddelermeer, Bleekemeer, groot en klein Zeilmeer en het Eitje zijn hier in de verre omgeving de enige erkende. Ik zie er meer op het AHN maar een boring moet uitsluitsel geven.

Ook de streepduinen zijn uit het Weichselien, zie de AHN-uitsnede met de groeves en de doodijskuil voor een mooi voorbeeld vlakbij Garderen.

Archeologie

Ook zie ik grafheuvels, raatakkers en grindgroeves, hier voorbeelden, alweer op het AHN. In het veld staat er meestal wel een bordje bij een grafheuvel, dit soort lokale kleine grindgroeves die kopjes van de stuwwallen afgraven zijn niet indrukwekkend maar raatakkers zijn echt onzichtbaar. Sinds het AHN in de lucht is, zijn er honderden raatakkervelden bijgekomen.

Stuifzand

De landschapskaart van 900 jaar aD toont op de Veluwe  uitgestrekte stuifzandgebieden. Op deze duinen is veel productiebos aangeplant. Leuk hoor, lekker klimmen en dalen of nog leuker, een eind over een hoge duinkam lopen. Dat laatste kan bijvoorbeeld in het Meervelder Bos en in het Leuvenumse Bos. Zeker een keer doen, zeker iemand uit de Randstad zal niet weten wat hem overkomt als ie hoog over een kam door een bos loopt. Het lijkt wel de Ardennen, maar dat is onzin, want daar zijn geen stuwwallen en stuifduinen. Het is juist typisch Nederlands, want hier lag de grootste woestijn met stuifduinen van Europa.

Ringwalburg

tenslotte ligt er tegen het Uddelermeer nog een ringwalburg uit de tijd van Adela van Hamaland, en wie zin heeft kan op haar googelen en mooie verhalen lezen. Ten zuiden van het Uddelermeer ontspringt nu de Leuvenumsebeek (maar dat was vroeger anders).

Nou mensen, topgebied voor een prachtige wandeltocht waarop je dit alles kunt zien, waaronder een landschapsvorm die alleen hier voorkomt: kame en kettle. En zeg nooit meer dat het hier zo mooi is, het lijkt wel buitenland. Nee nee, typisch Nederlands.

[Eerste versie januari 2017, bijgewerkt november 2021]