Met deze korte tocht van 10 km loop je in twee uurtjes over de hele glaciale reeks, want je steekt de smalle stuwwal van de Utrechtste Heuvelrug dwars over. Het verhaal van de voorlaatste ijstijd loop je in twee uurtjes af!

De glaciale reeks

Bij een ijsrand kunnen we glaciale landvormen verwachten die met elkaar samenhangen: de glaciale reeks, zie tekening. Bij de zuidelijke rij stuwwallen is de reeks goed te zien doordat hij niet door een jonger ijsveld is platgewalst en versmeerd zoals bij de andere twee ijsranden. Met name bij de Utrechtse Heuvelrug ligt alles netjes volgens het leerboekje. De tekening zou een doorsnede kunnen zijn tussen Veenendaal (rechts) en s’Hertogenbosch (links). In overzicht van rechts naar links: ijstong – stuwwallen – sandr – oerstroomdal – oude land.

In de bovenste figuur de situatie in de voorlaatste ijstijd het Saalien. Onderin gearceerd het oude land. In Nederland is de ondergrond in het zuiden (links) het hoogst: de ondergrond loopt af naar het noorden naar het ijs toe.

Vanuit het noorden rechts komt de ijstong aan, een groeiend vooruitgeschoven deel van een groter ijsveld. Hij neemt grote keien en troep mee en versmeert de ondergrond. Zodra hij stil blijft liggen wordt hij dikker en zakt hij weg in de ondergrond. Zo ontstaat een glaciaal bekken. De ondergrond wordt in elkaar geduwd maar ook onder het ijs vandaan geperst, en vormt zo een stuwwal. Die stuwwal erodeert hier en daar weg doordat smeltwater een dal inslijpt en er ontstaat een bres door de stuwwal of smeltwaterpoort. Aan de buitenrand van die poort ontstaat een puinwaaier, een sandr, met daarin vlechtende smeltwaterbeken. Ten zuiden van de sandr ontstaat een oerstroomdal: het dal waarin smeltwater en rivieren samenkomen en verder stromen naar het lagere westen. Dit heet ook wel een oerstroomdal, maar dat vind ik een verwarrend woord. Ten zuiden van het oerstroomdal het hogere oude land van Brabant.

Alles lezen over de landvormen in Nederland die in het Saalien zijn ontstaan? Wat alles is en waar je iets kunt vinden? In Landvormen uit het Saalien staat alles bij elkaar

In de volgende figuur de situatie nu. In overzicht van rechts naar links: glaciaal bekken – stuwwallen – sandr – oerstroomdal – oude land.

Het ijs is weg, het glaciale bekken is opgevuld met nieuwe lagen en onderin liggen zwerfkeien (ik had ze afgerond moeten tekenen), stenen en keileem. De stuwwal, de smeltwaterpoort en de sandr liggen er nog net zo, hoogstens is alles wat glooiender en lieflijker. In de sandr stroomt een beek, de Heelsumse Beek bijvoorbeeld. In het oerstroomdal stroomt een meanderende rivier, of eigenlijk drie: de Rijn, Waal en Maas. Ten zuiden van het oerstroomdal ligt het hogere Brabant.

Bij elk van de vier elementen in deze reeks horen bepaalde landvormen. Die landvormen kunnen niet op een andere plek in de reeks voorkomen. Een stuwwal in de Betuwe, dat kan dus niet.

Bij de Utrechtse Heuvelrug zien we de glaciale reeks goed liggen en op deze korte wandeling van Station Veenendaal-West naar Elst lopen we de hele reeks af.

Veenendaal ligt in de Gelderse Vallei. Voordat het ijs vanuit het noorden oprukte, stroomde de Maas door de Gelderse Vallei (die toen nog niet zo heette, maar nu word ik echt melig) via het IJsselmeer naar de Noordzee. Grofweg dan, want de kust lag ook niet zoals nu, niets lag zoals nu en de Gelderse Vallei was nog geen vallei tussen twee stuwwallen maar een grote lege delta, maar het gaat om de grote lijn.

De Gelderse Vallei is een glaciaal bekken. Het landijs vanuit het noorden breidde zich uit, volgde daarbij de al bestaande laagtes en rukte op naar het zuiden tot aan de lijn Nijmegen-Haarlem en daar stopte het. Zo’n 200 meter dik was het ijs hier in de Gelderse Vallei, kun je het je voorstellen? Zie rechts op mijn tekeningen hier boven van de glaciale reeks. Ik heb er grote zwerfkeien ingetekend die het ijs meenam uit Scandinavië: in Veenendaal liggen enkele van die immense zwerfkeien.

Dat bekken is later gevuld met zand, leem en hoogveen. Veenendaal is een hoogveendorp.

We komen aan de rand van Veenendaal. We steken de Slaperdijk over, een dijk met een prachtige geschiedenis. Door die dijk kon Amersfoort droog blijven als de Grebbedijk weer eens doorbrak. Dat de bewoners van het Binnenveld daardoor extra nat werden, was geen probleem voor de Utrechtenaren. We lopen honderd meter langs het spoor en gaan dan linksaf het bos in.

Het bos is nat, er achter ligt zelfs een plas met riet: kwelwater. Maar dit gaat plots over in zand met een oud eikenhakhoutbos. Water en zand liggen opvallend naast elkaar. Het zand is hier in het Weichselien, de laatste ijstijd tegen de helling gewaaid en in de luwte van de heuvels blijven liggen. Dit zand hoort niet bij de glaciale reeks, want is 100.000 jaar jonger en heeft niets te maken met het Saalien waarin de reeks gevormd is.

We lopen door naar het Egelmeer, een kwelwatermeer.

Vandaar klimmen we de Elsterberg op.

De Elsterberg is – volgens mijn zelfbedachte criteria – geen berg, maar een heuvel in de Utrechtse Heuvelrug. Dit is een stuwwal, ontstaan doordat het ijs in de Gelderse Vallei diep wegzakte in de losse ondergrond en daarbij materiaal van onder het ijs weg werd gedrukt. De stuwwal is onderdeel van de glaciale reeks. Op de top staan twee beuken.

Ik maak een schaduwselfie.

Wat ben ik toch dol op mossen, zeker nu in de winter. Dit is fraai haarmos.

We lopen hoog over de kam naar het westen en kijken uit op een breed pad dat aan beide zijden is omzoomd met wallen: een voormalige schaapsdrift. Hierlangs liepen de schepers uit Elst met hun schapen naar de heide. Deze schaapsdrift loopt door een laagte in de heuvelrug; dat is een smeltwaterpoort of doorbraakdal. Dit is ontstaan doordat bij het smelten van het ijs, het smeltwater door de stuwwal heen brak. Op de AHNuitsnede hierboven kun je hem prachtig zien liggen. Deze mooie noem ik de Elsterpoort.

Wij blijven hoog op de berg lopen. Langs het pad ligt een oude afgraving: een leemkuil. Zoals altijd is de kuil op de foto lastig te zien, maar in het bos wel en op het AHN ook.

Op het AHN zie ik dat de hele berg en beide hellingen een groot raatakkerveld is. Wow. In het bos zie ik er niks van. Het is een gemengd bos met percelen luciferhout (dunne dicht op elkaar staande sparren), dennen, eikenhakhout.

We komen langs een mooie grenspaal vlakbij Elst op de grens van de Hoge Heerlijkheid van Amerongen, Ginckel en Elst.

Ik ben wel in verwarring hoor: de tekst staat aan de verkeerde kant (als je de tekst leest, kijk je richting Rhenen en heb je de Hoge Heerlijkheid in de rug). Bovendien begrijp ik dat Elst niet: een deel daarvan hoort bij Rhenen en een deel bij Amerongen, maar hier begint dat Amerongse deel pas. Is de paal verplaatst? Gedraaid?

Er zijn dus twee Ginkels – die andere ligt bij Ede – , wat zou Ginkel betekenen?

Vanaf de grenspaal lopen we door het bos naar beneden en passeren twee mooie grafheuvels.

We lopen naar het laagste punt tussen de Amerongse en de Elsterberg. Hier lopen we – over heerlijke smalle weggetjes door een mosbos over de bodem van het doorbraakdal. Niet alleen is het hier vlak, ook de begroeiing is een andere wereld.

Vandaar lopen we verder de helling af langs een akker. Deze helling is een sandr: het overblijfsel van de modderstroom van het smeltwater van het ijs achter en op de stuwwal. Dit is een element in de glaciale reeks. De akker is nu kaal en ligt vol grind tot stenen tot 15 cm doorsnede. Arme boer.

Op het AHN zie ik dat in het bos tegenover het pannenkoekenrestaurant raatakkers liggen, maar die zijn in het bos niet te zien. Op de volgende AHN-uitsnede wel, op 1/3 van links en 1/3van boven.

Voordat we aan de pannekoek mogen, lopen we langs het pannekoekhuis de Molenweg zover mogelijk naar de Rijn. Bij Molenweg 4 staat nog zo’n zelfde grenspaal: meer afgesleten en lager, maar je zult hem maar in je voortuin hebben! De paal staat op de huidige gemeentegrens die hier rond 2000 heen is verlegd. Waar stond de paal eerst? Zal ik aanbellen? Nee, ik durf niet – de volgende keer wel.

De tekst:

We lopen door tot aan een bankje dat uitkijkt over de uiterwaarden. De Rijn heeft in het Saalien voerde al het smeltwater van de ijskappen (ook die in de Alpen) af en was daardoor een brede woeste rivier. Het brede dal van de Betuwe, waar we nu over uitkijken, is zo ontstaan. Dit noemen we een oerstroomdal, het vierde en laatste element van de glaciale reeks.

We kijken uiteraard ook nog even naar de molen.

We lopen terug naar het pannenkoekenrestaurant en genieten na van deze leerzame toptocht.

Serie Het Verhaal van Nederland

De wandeling van Veenendaal naar Elst is ook een excursiepunt in de serie Het Verhaal van Nederland waarin we de geschiedenis van Nederland in een dag proppen.

Alle afbeeldingen

  • Veenendaal in 1900
  • Slaperdijk
  • eikenhakhout
  • Elsterberg
  • Egelmeer
  • Haarmos
  • Elsterberg
  • bank uiterwaard Rijn
  • doorbraakdal Elst
  • grenspaal
  • grenspaal