Op deze uitsnede van het AHN zie ik een opvallend drainagepatroon: min of meer evenwijdig lopende sloten die in het noorden in een punt bij elkaar komen. Wat is dit?

We zitten in de Betuwe ten zuiden van Rhenen. Rechtsboven zien we de bandijk langs de Rijn, daar komt vanuit het zuiden de Oude Rijndijk op uit. Langs die oude dijk zien we de Oude Rijn en diverse wielen (eentje met een rond eiland).

Op deze uitsnede zien we drie dorpen Lienden, Ommeren en Ingen die alle drie hoog en droog liggen. Ze liggen rond een drainagepatroon dat de vorm heeft van een ballon die leegloopt naar het noorden. Deze ballon heet de Liendense polder en is een oude kronkelwaard van de Rijn. Dat betekent dat eens, in een ver verleden, de Rijn de bocht langs Lienden, Ommeren en Ingen volgde. De sloot rond deze kronkelwaard is een oude Rijngeul. Ik ga deze geul de Liendense Rijn noemen, je moet toch wat. Eens heeft de Rijn deze bocht afgesneden, dat noemen we een avulsie. Afsteker vind ik een leukere term. Doen?

Tussen Wageningen en Rhenen liggen vijf van deze afstekers. Ik maak er een tekening van:

De nummers geven de volgorde aan waarin de bocht is afgesneden (in mijn hypothese). De kronkelwaarden van de Nude (1) en Lienden (2) zijn het oudst, want liggen binnendijks. Die van Kesteren (4) en Opheusden (5) liggen buitendijks, dus zijn jonger: de bandijk is er in de 13 of 14de eeuw omheen gelegd, dus toen liep de Rijn nog rond die kronkelwaarden. Nummer 3 van Wageningen is jonger dan 1 en ouder dan 5.

Hoe oud is deze Liendense Rijn? Oud. Ik haal de geomorfologische kaart erbij:

Bovenaan zien we de Utrechtse Heuvelrug, daar onder de Rijn. Ten zuiden van de Rijn ligt de kronkelwaard van de Leede en de Mars met de Oude Rijn er omheen. Links daarvan ligt de kronkelwaard van Lienden. Mosgroen met lichtblauwe banen = kronkelwaard met plooien. Blauwgroen = een restgeul van de Rijn, felgroen = een stroomrug of stroomgordel, en de donkergrijze cirkel = een doorbraakwaaier, met in lichtblauw de wiel die daarbij hoort – maar dat hoort bij het verhaal van de Ode Rijn.

Deze kronkelwaard van Lienden is dus ouder dan de kronkelwaard van de Leede en de Mars. Probeer maar eens een tekening te maken waarbij eerst de Oude Rijn afsnijdt en daarna pas de Liendense Rijn, gaat je niet lukken. Ik kan niet zien hoe oud hij is – snel googelen levert niks op – maar jonger dan de laatste ijstijd en ouder dan 1300 toen de bandijk werd gelegd, want die loopt niet rond deze Liendense kronkelwaard, en ligt rond de Oude Rijn. Okee, deze Liendense kronkelwaard is dus afgesneden tussen 13.000 en 700 jaar geleden. Haha, dat is nog best een ruim tijdskader.

Ik zoom in en laat ter oriëntatie de topografische kaart er doorheen schemeren:

Ingen

We zien op de geomorfologische kaart dat de kleuren bij Ingen (links van de kronkelwaard) anders zijn. De lichtgroene vlek waarop het dorp is gebouwd, is een crevasse, en de twee banen zijn in Ingen groen en niet blauw: crevassegeulen.

Een crevasse ontstaat bij een doorbraak van een oeverwal (of dijk, maar dit is voor de aanleg van de bandijk gebeurd): het zand van de oeverwal spoelt bij de doorbraak weg en gaat even verderop liggen waar de stroom van de doorbraak minder is. Een waaiervorm is daardoor wel echt kenmerkend. De grond in een crevasse heet overslaggrond en is zandig. Klei blijft namelijk zweven in het water en zakt pas naar de bodem als water echt stilstaat. Zand zakt eerder naar beneden en vormt een waaierpatroon en later, als de wereld weer rustig is, een hoogte. Daar kun je veilig wonen.

De Ingense crevassegeul is het begin van de Maurikse Wetering.

Ik lees dat Ingen al in de Romeinse tijd bewoond werd: bij opgravingen in Het Woud zijn veel vondsten uit die tijd gevonden. De grens van het Romeinse Rijk liep hier. Dus in de Romeinse tijd liep de Rijn hier.

Bodemkundigen maken de kern – het bruine heuveltje op de AHN-uitsnede hierboven – van Ingen hardroze. Hardroze = een door mensen opgeworpen bult (de bandijk is ook hardroze). De kern van Ingen zou dus een terp zijn op een crevasse. De Betuwe ligt vol met deze terpen. Bij gebrek aan een goede oeverwal, woonde men ook op een terp hoog en droog.

Het centrum van Ingen bovenop die terp is bijzonder leuk – er ontbreekt alleen een terras. Wel is er een plein met prima bestrating en leilinden, kerk, molen, muziektent, en een vreemde brug over de wetering. In de kerkmuur zit een RD-bout. De molen ben ik vergeten op de foto te zetten.

Ommeren en Lienden

Volgens de geomorfologen zijn Ommeren en Lienden op oeverwallen gebouwd. Op oeverwallen van deze oeroude Rijn dus.

En nu?

Ik ben onder de indruk hoe goed ik de vorm van deze oude kronkelwaard terug zie in de veldgrenzen op de topografische kaart. Zo lang werkt een Rijnbocht door die minstens 1000 jaar geleden verzand is.

Fietsend is het allemaal wat minder indrukwekkend. Wegen volgen de kronkels in de kronkelwaard. Dit is bij Ommeren.

Sloten komen naar het noorden toe steeds dichter bij elkaar. Ik kijk op de volgende foto naar het zuiden dus.

Ik vind een oude kaart van dit gebied uit de 17de eeuw. Maar dat is een echte puzzelkaart en die puzzel heb ik nog niet opgelost. Het noorden is rechts, dus ik herken direct deze kronkelwaard van Lienden.

Dat rondje onderaan is een colxken in de Oude Rijn en ik vermoed dat het de Nieuwe Kolk is. In het westen ligt een sloot, en het land daarachter is aen westen t closter van Mariendael als ten noorden. In het oosten, achter de dijck ten oosten, ligt dus een colxken en dan Rerphas Voncks lant of zoiets. Links staat iets dat lijkt op Hatteren ten zuijden. Hatteren? Heteren ligt hier niet. Onderaan lees ik Sonderlast vanden Dijck. Ik weet ook niet waarop het Gelders Archief baseert dat deze kaart slaat op land bij Lienden, maar misschien zit er een stuk bij, maar dat kan ik nog niet vinden. Ik laat deze kaart voorlopig rusten.

Alle afbeeldingen

  • avulsies tusssen Wageningen en Rhenen
  • lienden
  • Liendense kronkelwaard
  • Lienden
  • Lienden
  • Maurikse Wetering in Ingen
  • Ingen
  • Ingen
  • Ingen
  • Ingen